Oostenrijk

OOSTENRIJKS TOETREDING zal de Europese Gemeenschap compleet maken. Gezien de politieke en sociaal-economische structuur van deze staat en gezien de geografie is er alles voor om het communautaire lidmaatschap toe te kennen. Het moet voor de Europese Commissie niet bijzonder ingewikkeld zijn geweest om haar positieve advies uit te brengen.

Voor de kanttekeningen die de Commissie heeft gemaakt, is veel te zeggen. Dat eerst de Gemeenschap haar overleg over de totstandkoming van een Politieke en van een Economische en Monetaire Unie moet hebben voltooid, is overigens niet meer dan een herhaling van een bekend standpunt. In de fase waarin het overleg over die Unies zich nu bevindt, zou het bevreemding wekken indien er anders zou worden geformuleerd. De Gemeenschap zou het immers aan zichzelf te wijten hebben als eind dit jaar de voorgenomen afspraken zouden uitblijven en de kandidaatleden met een verdeeld en onmachtig gezelschap zouden moeten worden geconfronteerd.

Specifieke problemen in de komende onderhandelingen zullen zijn de transito over de weg in Tirol en Oostenrijks neutrale status. Juist Tirol maakt de toetreding van Wenen aantrekkelijk omdat dit gebied de belangrijkste schakel is tussen twee florerende Europese regio's: Zuid-Duitsland en Noord-Italie. Voor een vervoersnatie als de Nederlandse staat er ook het een en ander op het spel. Maar juist de Tirolers hebben zo hun bedenkingen over de gevolgen voor het milieu van het massatransport door hun land. Vandaar dat de Oostenrijkers op dit punt eisen op tafel hebben gelegd. Voor de EG zouden die eisen vooral een stimulans moeten zijn om ernst te maken met de rationalisatie van de vervoersmarkt: regelgeving zal niet langer in dienst moeten staan van bevoorrechting van bepaalde nationaliteiten, maar van een optimale benutting van de beschikbare en benodigde vervoerscapaciteit.

IN HET GEVAL van Oostenrijk behoeft het neutraliteitsvraagstuk geen onoverkomelijke barriere te zijn. De Oostenrijkers aanvaardden in 1955 die status in ruil voor terugkeer van hun soevereiniteit. De Sovjet-Unie lijkt geen overtuigende redenen meer te hebben om zich tegen een Oostenrijks lidmaatschap van de EG te verzetten, ook als dat betekent deelneming in communautaire-, politieke- en veiligheidsconstructies. Zeker als een eventuele Europese 'defensie-entiteit' apart beleefd blijft worden in de West-Europese Unie moeten mogelijke bezwaren kunnen worden overwonnen. In ieder geval hebben de Oostenrijkers anders dan de Zweden - die kortgeleden hun aanvraag voor het lidmaatschap van de EG indienden - van hun neutraliteit niet bij voorbaat een geloofsartikel gemaakt.

Het zou onwenselijk zijn indien Oostenrijks toetreding zou worden opgevat als een signaal dat de communautaire deuren wagenwijd open staan. De Gemeenschap kan voor nieuwe leden slechts interessant blijven zolang zij een eigen karakter kan tonen en bereid blijft aan de verdere groei daarvan energie te besteden. Ballotage van nieuwe leden kan daarom niet worden gemist - wat weer niet wil zeggen dat de ontwikkeling van de Gemeenschap niet door nieuwe leden zou mogen worden benvloed. De Europese integratie is een boeiend en veelbelovend verschijnsel en zij is voldoende waardevol om er behoedzaam mee om te gaan.