MR. H. WIJNAENDTS; Scherp diplomaat

Intelligent en scherpzinnig, maar vooral ook loyaal aan minister Van den Broek, zo wordt de Nederlandse ambassadeur in Parijs, mr. H. (Henry) Wijnaendts (58), getypeerd door collega's op Buitenlandse Zaken. Het verwondert dan ook niemand dat de minister de gelegenheid te baat heeft genomen om de ambassadeur naar Joegoslavie te sturen, nu de daarvoor in Den Haag in aanmerking komende diplomaten tot over hun oren in het werk zitten als gevolg van het Nederlandse EG-voorzitterschap. Van den Broek kan volledig op Wijnaendts vertrouwen, hij mag hem ook zeer graag.

Gistermiddag is Wijnaendts voor de tweede keer naar Belgrado vertrokken om een bemiddelingspoging van de EG-trojka - de vierde inmiddels - voor te bereiden. Minister Van den Broek en zijn Luxemburgse en Portugese collega's vertrekken morgen, in de hoop een bestand in Kroatie te kunnen bewerkstelligen.

Wijnaendts is het type diplomaat van wie direct duidelijk is dat hij niet makkelijk te intimideren is. Dat heeft grote voordelen in lastige situaties. Zoals bijvoorbeeld in 1983, toen hij door minister Van den Broek naar Peking werd gestuurd. De woede in de Chinese hoofdstad over de leverantie van twee Nederlandse onderzeeers aan Taiwan was zo groot, dat de Chinese onderminister bij de eerste ontmoeting zelfs weigerde Wijnaendts een hand te geven.

Niet gemponeerd legde deze rustig uit welke beweegredenen in Nederland een rol hadden gespeeld, hoe de verhoudingen in het parlement lagen, welke werkgelegenheidsargumenten men had. Bij de tweede ontmoeting ging men al gezamenlijk naar een restaurant. De Chinezen eisten verbreking van de luchtverbinding van Nederland met Taiwan. “Ik heb mijn gesprekspartner ervan kunnen overtuigen dat ik daar beslist niet mee naar huis kon komen”, vertelde Wijnaendts eens in een gesprek met de Volkskrant.

Het compromis dat de diplomaat in Peking bereikte, was dat men daar niet langer tegen de levering van de twee onderzeeers zou protesteren, op voorwaarde dat van levering van nog twee schepen werd afgezien. Zo werd later door regering en Tweede Kamer ook besloten. Wijnaendts' reputatie was gevestigd.

Er kwamen meer moeilijke missies. Na een onderzoek in Sri Lanka kwam hij tot de conclusie dat Tamils als groep niet werden vervolgd en dat gevluchte Tamils, die politiek asiel zochten, dus rustig naar hun land teruggestuurd konden worden. Het advies was omstreden, maar werd wel door de regering opgevolgd: elke asielaanvraag van Tamils werd afzonderlijk beoordeeld.

Minister Van den Broek bleef Wijnaendts inzetten voor moeilijke klussen. Driemaal ging hij naar Zuid-Afrika voor de affaire Klaas de Jonge. De eerste keer maakte Wijnaendts de Zuidafrikaanse autoriteiten duidelijk dat Nederland het absoluut niet accepteerde dat men de naar de ambassade in Pretoria gevluchte antropoloog er weer had uitgesleept. De Jonge werd teruggebracht. Naderhand kreeg Wijnaendts gedaan dat De Jonge met rust werd gelaten en ten slotte speelde hij een belangrijke rol in een ingewikkelde deal met Zuid-Afrika, Angola en Frankrijk, die tot de vrijlating van De Jonge leidde. Details daarover zijn nooit aan de openbaarheid prijsgegeven.

Naderhand leidde hij een gevoelige missie naar Koeweit, met als doel de weerbarstige Koeweiti ervan te doordringen dat ze hun schulden aan Nederland moesten voldoen. De schulden waren deels ontstaan door niet betaalde vorderingen van Hollandia Kloos, het bedrijf waar premier Lubbers mee gelieerd is. Deze missie had geen resultaat. Pas veel later, toen de Golfcrisis haar hoogtepunt naderde, voldeed Koeweit aan zijn verplichtingen.

Ook de missies naar Joegoslavie liggen zeer gevoelig. Het vraagt de hand van een oude diplomatieke rot om van de leiders in Joegoslavie te weten te komen welke ruimte zij zien voor onderhandelingen. Iemand die het verschil kent tussen zijn en schijn.