Lappen en Schotse voetbalmeisjes bij Holland Cup

AMSTERDAM, 1 AUG. Het tien centimeter dikke draaiboek voor de opening van de Holland Cup ligt tot op de minuut vast. “10.21-10.23. Twee speciaal aangeklede meisjes halen beker op. De heer van Marle spreekt oppepzin uit: This is the prize we all are playing for.”

De Holland Cup, een internationaal jeugdvoetbaltoernooi in Amsterdam dat nog tot en met zaterdag duurt, telt vijfduizend deelnemers, jongens en meisjes van acht tot achttien jaar uit Rusland, Venezuela, Lapland, Amerika, IJsland en zestien andere landen. In vijf dagen worden meer dan duizend wedstrijden gespeeld op veertig voetbalvelden in Amsterdam-Osdorp.

“De teams zijn hier veel beter dan waar ik vandaan kom”, zegt de 13-jarige John uit de Amerikaanse staat Arkansas. Zijn team is geselecteerd uit de beste voetballertjes van 13 jaar uit een aantal staten in Amerika. Ze hebben woensdag met 4-0 van een Amsterdams team verloren. “Maar zo meteen gaan we wel winnen”, zegt John serieus. “We moeten tegen Ieren en ik heb al gezien dat ze heel klein zijn.” Met op de achtergrond het gepiep uit de spelletjeshal en de muziek uit de discotent schieten de jongens de bal naar een bord met gaten, houden hem hoog en laten meten hoe hard ze schieten.

De deelnemers zijn ondergebracht in 15 scholen en eten in vijf dagen 15.000 maaltijden weg in een grote sporthal naast de velden. Elk team heeft van de organisatie een begeleider toegewezen gekregen. Een horecaploeg, een sjouwploeg en tientallen andere vrijwilligers moeten het toernooi vlekkeloos laten verlopen. De vrijwilligers zijn scholieren en studenten die 'via via' bij het toernooi zijn terechtgekomen.

Fanatiek doen een paar kleine Schotse meisjes kopoefeningen tussen een groep breed lachende, lange donkere voetballers. De bal gaat van voorhoofd naar voorhoofd. Van de 263 teams die aan de Holland Cup meedoen, bestaan er 18 uit meisjes. “We komen hier voor fun, beers and girls”, zegt een 17-jarige Deense jongen. Zijn team heeft tot nu toe alleen nog maar verloren, net nog van “semi-professionele Tsjechen”. Goede kansen denken ze wel te hebben in de mascottewedstrijd. De mascotte van hun team, een groot groen pluche beest met een rood hemdje, zit op de schouders van een van de Denen. Op de vraag of het dier misschien een kikker is, barsten de blonde jongens in daverend gelach uit. Het beest blijkt lid van de familie der 'ninja turtles' te zijn, vechtschildpadden die in speelgoedwinkels te koop zijn. “Zie je dat dan niet? Dit is de allerbeste, hij heet Rafael.”