Jezus op de Zeedijk; Archeologen ontdekken Jeruzalemkapel naast de Olofskerk

Een hevige brand in het najaar van 1966 vernielde wat er nog over was van de beroemde Amsterdamse Olofskerk. Nadat de rune jarenlang de kop van de Zeedijk heeft gesierd is er onlangs een begin gemaakt met de restauratie. Het Barbizon Palace Hotel zal er na afloop van de herbouw een congrescentrum in vestigen. Bij de onderhandelingen tussen de gemeente, de stichting Hendrick de Keyser (die sinds 1966 eigenaar is van de bouwval) en Barbizon Palace werd bedongen dat de gemeentelijke archeologische dienst ruimte en tijd zou krijgen om onderzoek te doen. Dit onderzoek, dat 24 juni begon, heeft nu al een aantal zeer spectaculaire resultaten opgeleverd.

Vooral de vondst van de resten van een zogenaamde Jeruzalemkapel was iets heel bijzonders. ''We wisten dat er aan de Olofskerk ooit een ander, kapelachtig bouwwerk was vastgebouwd'', vertelt de zichtbaar opgewonden stadsarcheoloog J. Baart. ''Op een tekening van R. Roghman uit 1644 staat dat namelijk aangegeven en die tekening werd gemaakt vlak voordat deze aanbouw weer werd afgebroken om plaats te maken voor de nieuwbouw. Het gebouw op die tekening werd tot nog toe genterpreteerd als een aan drie zijden gesloten kapel, zoals alle kerken die hadden, maar nu we de funderingen hebben blootgelegd, blijkt het om een in aanleg twaalfzijdige centraalbouw te gaan. Deze architectonische opzet maakte direct duidelijk dat we hier te maken hebben met een Jeruzalemkapel, of 'heilige grafkapel'. Dergelijke kapellen zijn van meerdere plaatsen bekend. De Amsterdamse Oude Kerk heeft er bijvoorbeeld ook een. Maar meestal waren dat kleine aanbouwels. In dit geval is er een exacte kopie van het Jeruzalemse origineel neergezet.

''De bouwers zijn daarbij zeer exact te werk gegaan. Alle maten kloppen precies. De diameter is net als bij het origineel 11,45m en ook heeft men het feitelijke graf dat in de kapel stond herbouwd. De bewijzen hiervan vormen de nog duidelijk zichtbare funderingsresten in het interieur van de kapel.''

In de lange en korte eikenhouten dwarsbalken waarmee de fundering werd afgezet troffen de archeologen ingekraste cijfers aan. ''Dat wijst er op dat die balken van te voren in de werkplaats op maat zijn vervaardigd en daarna hier in elkaar gezet,'' zegt Baart. ''Een soort prefab constructie dus.''

Minder zuiver

Rond het midden van de 15de eeuw bestond in de noordelijke Nederlanden een toegenomen belangstelling voor pelgrimages naar het heilige land. Anders dan bij de laat-Middeleeuwse pelgrimstochten waren het veel minder zuiver devotionele gebeurtenissen. ''Je zou bijna kunnen zeggen dat we hier te maken hebben met een overgang naar de reizen zoals die in de renaissance plaatsvonden, waarbij het vooral ging om het (her)ontdekken van antieke culturen'', meent Baart. Deze overgang wordt het duidelijkst in de figuur van de schilder Jan van Scorel. Enerzijds was hij lid van het Amsterdamse genootschap van Jeruzalemvaarders, die ook de opdrachtgever was van de bouw van deze Amsterdamse Jeruzalemkapel. Aan de andere kant was hij ook een van de eerste renaissance schilders van de noordelijke Nederlanden. Van zijn hand is onder andere het eerste in deze streken vervaardigde schilderij van Jeruzalem (te zien in het Frans Hals museum).

Behalve hun impressies brachten de Jeruzalemgangers ook tastbare bewijzen van hun reis naar het heilige land mee terug. Palmtakken, of kleine stukjes steen van de tempelmuur, en in een enkel geval ook een miniatuur van het heilige graf. Tijdens een opgraving in de buurt van de Elandsgracht in de Amsterdamse Jordaan werd onlangs zo'n miniatuurtje van het heilige graf gevonden.

De Amsterdamse Jeruzalemkapel heeft nog een ander verrassend feit laten zien. ''In dit gebouw is voor het eerst in Amsterdam gebruik gemaakt van uit Noorwegen ingevoerde dennenstammen voor de fundering. Tot dat moment gebruikte men voor dat doel vrijwel uitsluitend inheemse houtsoorten, zoals els en berk. Dat had een groot nadeel, want deze boomsoorten worden maximaal 4 tot 5 meter lang en dat is tekort om de zandlaag te bereiken die op ongeveer 10 meter onder het veen ligt. Dergelijke funderingen waren dan ook onvoldoende om grotere gebouwen te dragen. ''Je ziet nu dat nadat in de 15de eeuw de handel met Noorwegen op gang komt er plotseling in Amsterdam veel hogere en grotere gebouwen gaan verschijnen,'' zegt Baart. ''Hier in de Jeruzalemkapel, die gebouwd werd rond 1490, heeft men voor het eerst met het gebruik van dennebomen in de fundering geexperimenteerd.'' Omdat niet alleen dennen zijn gebruikt maar ook els en berk was het resultaat desastreus. De door dennenstammen gesteunde hoeken verzakten niet, maar de rest wel. Het gevolg was dat de muren als het ware van binnen uit werden opgeblazen. Dat kan de reden geweest zijn waarom al in 1644 tot de sloop van de Jeruzalemkapel is overgegaan. Een andere reden zou kunnen zijn dat de protestanten, die sinds 1618 deze kerk hadden geannexeerd, dit laatste restant van het verfoeide katholicisme hiermee definitief wilden opruimen.

Koning Olaf

Behalve de Jeruzalemkapel zijn ook de funderingen van de originele Olofskapel blootgelegd. Deze werd rond 1450 tegen de toenmalige stadspoort aangebouwd. De naam van de kapel verwijst volgens Baart naar de legendarische Koning Olaf van Noorwegen, die rond 1035 is vermoord. Niet alleen als stichter van het koninkrijk Noorwegen maar tevens als degene die daar het christendom definitief heeft gentroduceerd werd Olaf vereerd. Vooral onder handelaren en zeevarenden genoot deze Scandinavische heilige in de 15de en 16de eeuw een enorme populariteit. ''Overal in West-Europa vind je in de nabijheid van stadspoorten kerken of kapellen die naar hem vernoemd zijn'', aldus opnieuw Baart. ''De vroeger wel geopperde veronderstelling dat deze kerk vernoemd zou zijn naar een andere heilige, namelijk een uit het zuiden afkomstige heilige Olof lijkt mij dus onjuist.''

Door nieuwbouw in 1644 werd de Olofskerk bijna twee keer zo groot. Aan de kant van de Zeedijk verrees een nieuw poortgebouw, dat vermoedelijk vervaardigd is in het atelier van Hendrick de Keyser. En ook in de eeuwen daarna is de kerk nog een aantal malen verbouwd; het gevolg van de toegenoemen bevolkingsdruk en het groeiend aantal kerkgangers.

Vanaf 1618 tot aan het einde van de vorige eeuw heeft de Olofskerk ook gediend als begraafplaats voor buurtbewoners. Een groot aantal van die graven is nu teruggevonden. Het zijn echter voornamelijk graven uit de vorige eeuw. ''We hadden gehoopt ook een aantal graven uit de 17de eeuw te vinden'', zegt Ab Lagerwij, opgravingsleider van dit project. ''Helaas zijn die graven allemmaal al in eerder stadium geruimd om plaats te maken voor nieuwe.''

Toen de kerk aan het begin van deze eeuw definitief zijn religieuze functie had verloren is hij nog een aantal jaren voor allerlei andere doeleinden gebruikt, onder andere als kaaspakhuis. De archeologen hebben nu nog twee weken om deze aan geschiedenis zo rijke plek te onderzoeken. Lagerwij: ''Eigenlijk is dat te weinig maar we hopen toch nog een aantal zaken te kunnen verduidelijken. Zo willen we in elk geval nog inzicht krijgen in de situatie voor 1451. Dus voor de eerste grote stadsuitbreiding die ook tot de bouw van de Olofskapel heeft geleid.''