Het kreukvast kuiltje in de kin

Spartacus. Regie: Stanley Kubrick. Met: Kirk Douglas, Laurence Olivier, Peter Ustinov, Charles Laughton, Jean Simmons, Tony Curtis. Rotterdam, Imax.

In 1960 was de koude oorlog een beetje aan het ontdooien. Chroesjtsjov was geen Stalin, maar sloeg nog wel met zijn schoen op tafel in de Verenigde Naties. John F. Kennedy werd president van de Verenigde Staten, de Burgerrechtenbeweging kwam langzaam op gang, een groot aantal Afrikaanse landen kreeg onafhankelijkheid, Castro had net zijn macht gevestigd in Cuba en de Amerikaanse regering drong er bij Luns op aan Nieuw-Guinea los te laten.

Een paar jaar eerder richtte de succesvolle Hollywoodster Kirk Douglas, die geboren was als Issur Danielovitch en onder meer als worstelaar zijn lesgeld voor de toneelschool verdiend had, een eigen filmmaatschappij op, Bryna Productions. Als hoofdrolspeler en producent van de spektakelhit The Vikings, kon Douglas wel een potje breken bij de Universal-studio. Hij praatte het ongekende budget van 12 miljoen dollar los voor de verfilming van een roman van Howard Fast over de Slaven- of Gladiatorenoorlog, die zich tussen 79 en 77 voor Christus afspeelde. Het gezag van Rome werd met aanvankelijk groot succes uitgedaagd door een leger van ontsnapte slaven, onder aanvoering van de gladiator Spartacus. Diens naam herleefde in de twintigste eeuw als revolutionair symbool onder meer in de Spartakistenbond van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht en in menige Oosteuropese sportvereniging.

Dat Hollywood zo veel geld zou willen steken in een film over een revolutionaire bevrijdingsoorlog was al een klein wonder, slechts te begrijpen in de geest van de dekolonisatie. Het lukte Douglas zelfs het scenario te laten schrijven door een onvervalste communist: Dalton Trumbo, een van de Hollywood Ten, die in 1950 tien maanden in de gevangenis had doorgebracht wegens 'belediging van het Congres', en in 1956 Hollywood nog zwaarder had geschoffeerd door onder pseudoniem een Oscar te winnen. Trumbo paarde in het scenario van Spartacus Hollywoodcliche's aan onmiskenbaar marxistische retoriek. De klassenstrijd komt niet alleen tot uiting in de nobele gelaatstrekken van de kinderen en bejaarden in de door Spartacus bevrijde gebieden (in werkelijkheid lukte het de aanvoerder van de klassieke guerrilla niet zijn mannen van plunderingen te weerhouden), maar ook in de intriges in de Romeinse senaat, waar de slechts op gewin beluste patriciersfactie van Crassus (Laurence Olivier) een overwinning op de rebellen tracht te gebruiken om de plebejerspartij van Gracchus (Charles Laughton) uit te schakelen.

Niet bekend

Het zijn vooral fragmenten uit die scenes (een afgehakte arm in een veldslag, het doorboren van een nek) die de censuur uit de oorspronkelijke versie verwijderde. Dat lot viel ook de dialoog tussen Olivier en zijn slaaf Tony Curtis ten deel, waarin voor de goede verstaander duidelijk homoseksuele avances te bekennen zijn. Maar ook de toespeling die Trumbo Gracchus in de mond legde over de zwarte lijst van Hollywood vond geen genade bij de censuur.

Zoals de laatste tijd wel vaker gebeurt, werden al deze verdwenen fragmenten opgespoord en in eer hersteld in de iets langere, gerestaureerde versie van Spartacus, die in april in Los Angeles in premiere ging en nu in Rotterdam voor het eerst in Europa te zien is. Belangrijker dan die voetnoten bij de filmgeschiedenis is het herstel van de film in zijn oude glorie, een fonkelnieuwe kopie op 70mm, het bijna verdwenen, maar aan wedergeboorte ruikende indrukwekkende filmformaat.

Hoewel de afstand tot het doek in het Rotterdamse Imax-theater, dat nu eenmaal niet gebouwd werd voor 70mm-breedbeeld (maar voor het vierkante Imax-formaat) te wensen overlaat, is kijken naar Spartacus onder omstandigheden die de originele benaderen, een schitterende ervaring. Wie voor het eerst meemaakt hoe voor de aanvang van de film in het halfduister de ouverture van de filmmuziek (in dit geval een prachtig bombastische score van Alex North) de toeschouwer vast opwarmt, beseft pas goed wat hij in de huidige bioscoop mist. De zorgvuldige mise en scene van de veldslag tussen het ongeregelde leger van Spartacus, dat rollende vuurbalen in de strijd gooit, en de mechanische cohorten van Crassus, waaraan achtduizend figuranten meewerkten, is een belevenis die je niet snel vergeet.

Spartacus was vanaf het begin een groot succes in de hele wereld; de recensenten in Europa zetten zich over hun wantrouwen tegen dergelijke spektakelstukken heen, omdat de regisseur Stanley Kubrick heette en de boodschap ('de strijd om de vrijheid, de opstand tegen de dictatuur, de glorie van de menselijke waardigheid,' schreef Jan Blokker in 1961 in het Algemeen Handelsblad) leek te deugen. Dat die twee aspecten, die de film inderdaad onderscheiden van het gemiddelde kostuumspektakel, onderling met elkaar in tegenstrijd waren, kunnen wij, die Kubricks latere films als The Shining, Dr. Strangelove en A Clockwork Orange kennen, makkelijk constateren. Die glorie van de menselijke waardigheid kan ons nu gestolen worden, dat was Trumbo. De veldslagen, de lange rij van gekruisigde slaven, de stapels lijken na de slag, dat was Kubrick, die het toen al niet zo op had met een verheven visie op de menselijke soort.