Erik Seerden, de nieuwe koning op de PC van Franeker, speelt nog op sokken; 'Het boertige is nu van het kaatsen af'

FRANEKER, 1 AUG. Met marinierskapsel en wielerbroek voldoet de 19-jarige Erik Seerden helemaal aan het beeld van de moderne atleet. Maar als een van de weinigen kaatst de inwoner van Franeker nog op sokken: “Drie paar sokken over elkaar heen. Het buitenste paar is gebreid door mijn beppe. Op schoenen kaats ik twee keer zo min als op sokken, ik moet contact met het gras voelen.” Seerden werd gisteren gekroond tot de nieuwe koning op de PC van Franeker, de wedstrijd die het hoogtepunt van het Friese kaatsseizoen vormt.

Een man heeft vannacht slecht geslapen: keurmeester Melle de Haan. Met een zeer omstreden beslissing hielp deze lijnrechter het partuur (driemanschap) van de viervoudige PC-koning Pieter Jetze Faber uit de finale. Het publiek joelde, Faber maakte aanstalten om de keurmeester te molesteren en zelfs de flegmatieke voorzitter Hannema van de PC werd even door emotie overmand. En dat alles omdat de keurmeester zich zo keurig aan de regels hield.

De beslissing van De Haan zal de komende weken in kaatskringen zonder twijfel het onderwerp zijn van vurige discussies. In de halve finale ontmoette het partuur-Faber het partuur van Erik Seerden. De stand was 5-5 en 6-6; 'alles oan 'e hang', zoals het heet in kaatstermen. Elke goede slag zou winnen. Juist op dat moment meende De Haan een voetfout te moeten constateren bij de opslag van het partuur-Faber. Een overtredinkje dat andere keurmeesters onder dergelijke omstandigheden liever over het hoofd zien. Zo niet De Haan. Terwijl de toekomstige PC-koning Seerden van vreugde een koprol maakte, ruimden Veltman, Faber en Tolsma huilend van woede het veld.

De emoties waren begrijpelijk, want het winnen van de PC is het hoogst bereikbare voor een kaatser. Deze wedstrijd, een afvalrace voor zestien parturen, speelt zich jaarlijks af op het Sjukelan, een kleine kaatsarena in het centrum van Franeker. Voor de 5.000 zitplaatsen waren dit jaar 20.000 belangstellenden. Maar een verhuizing naar een groter terrein is al even ondenkbaar als een Engelse cupfinale buiten het heilige gras van Wembley. De PC hecht aan tradities. De hoofdprijs voor het winnende partuur bestaat nog altijd uit een oranje zakje met zes gouden tientjes. De PC-koning, uit dit partuur gekozen door een zeer geheime koningscommissie, verdient de zilveren bal.

Topkaatsers, bijna allemaal afkomstig uit het noorden en westen van Friesland, worden niet rijk van hun sport. PC-koning Seerden: “Ik verdien per jaar een paar duizend gulden, nooit weg voor een student. Vroeger vond de honorering plaats in de vorm van fietsen, wasmachines of paarden, tegenwoordig strijdt men voor waardebonnen.” Kaatser Pieter Jetze Faber had geen problemen met het oude beloningssysteem: “Ik heb in alle jaren toch wel een huis vol stofzuigers, elektrische haarborstels en bakovens gewonnen. Dan is het een kwestie van handelsinstinct om ze voor een goede prijs door te verkopen.”

De training voor het seizoen, dat loopt van mei tot september, begint tegenwoordig in januari. Technisch en fysiek zijn de kaatsers in de laatste tien jaar enorm vooruitgegaan, denkt veteraan Faber, die in 1974 voor het eerst in de prijzen viel: “Kaatsers zijn nu allemaal atleten, stijve harken zie je niet meer in het veld”. PC-lid Van der Meij kan dat bevestigen: “Het boertige is eraf, kaatsen is niet meer zoiets als klootschieten.”

Veel kenners betreuren echter de opkomst van het 'krachtkaatsen', een ontwikkeling die te vergelijken is met het service- en volleygeweld van het moderne grastennis: “Het spel is tegenwoordig veel directer, de bal ligt meestal na twee klappen al buiten het veld. Het is vaak alleen maar hardmeppen”, vindt speler Johannes van Dijk. Faber is het daar niet mee eens: “Het spel wordt directer omdat de techniek veel beter is geworden. Het publiek ziet natuurlijk graag lange slagenwisselingen, maar als een tegenstander een bal kan terugslaan, heb je gewoon een slechte bal gegeven.”

De kenners waren het er in elk geval over eens dat in 1991 een zeer geslaagde aflevering in de 138-jarige geschiedenis van de PC Franeker vormde. Zeker de dramatische halve finale tussen de parturen van Faber en Seerden. De finale, waarin de formatie van Punter, De Groot en Dijkstra vrij simpel uitgetikt werd, was daarna een anti-climax. Tien minuten na zijn nederlaag in de halve finale mompelde Pieter Jetze Faber in de kleedkamer met zijn hoofd tussen zijn handen nog verwensingen in de richting van de al te plichtsgetrouwe keurmeester.

Tegenover hem zat partuurgenoot Andre Tolsma met betraande ogen in de leegte te staren. Tolsma had die morgen vijf pijnstillende injecties laten toedienen om te kunnen spelen met een ontwrichte schouder - een veel voorkomende kaatsblessure. Aan de andere kant van de kleedkamer hield de toekomstige koning Erik Seerden zijn gezicht nauwlettend in een neutrale plooi, waarschijnlijk bevangen door enig schuldgevoel wegens de overwinning die hem zo fortuinlijk in de schoot geworpen was. Al heeft de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond maar 14.000 leden, voor kaatsers is de PC een even emotioneel gebeuren als een wereldkampioenschap.