De tijdmachine van Prometheus

Frankenstein Unbound. Regie: Roger Corman. Met: John Hurt, Raul Julia, Bridget Fonda, Catherine Rabett. Uitgebracht op video door Warner Home Video.

Als leermeester van Coppola, Scorsese, Lucas en Demme geniet producent Roger Corman, die in drie dagen een film kon laten opnemen in het decor dat er nog stond van een andere film, nog steeds een zekere reputatie. Cormans manier van produceren is in de jaren tachtig verdwenen, omdat het publiek verwend is geraaakt met mega-budgets. En dat Corman ook zelf regisseerde (de laatste eigen film was Von Richthofen and Brown in 1971), dat kan bijna niemand zich meer herinneren. Toch waren zijn Edgar Allen Poe-verfilmingen meer dan alleen maar handige produkties; ze sloegen een brug van de 'gothic' romantraditie naar de honger van een jong publiek naar meer expliciete visuele prikkels. Dezelfde intelligente mengeling van literaire, historische en filosofische overwegingen met vlot vermaak valt te herkennen in de film waarmee Corman vorig jaar verrassend zijn come-back maakte als regisseur.

De titel Frankenstein Unbound verwijst naar Prometheus, die de goden te slim af was en daarvoor een eeuwige straf moest ondergaan. Het is op z'n minst aardig de overmoed van baron Frankenstein, die leven wilde scheppen, vergeleken te zien worden met de diefstal van het vuur. Maar er komt nog heel wat meer uit Cormans hoge hoed: de handeling begint in Los Angeles in het jaar 2031, als geleerde John Hurt een zo verschrikkelijk wapen ontwikkelt dat tijd en ruimte ervan in de war raken. De hemel splijt open en een soort van Attila daalt te paard neer, terwijl een stel kinderen een fiets begraaft. De apocalyps naakt en Hurt wordt de vierde dimensie ingeslingerd, regelrecht naar Geneve, 1817. Daar zijn Byron, Shelley en zijn geliefde Mary Godwin (Bridget Fonda) net bezig elkaar hun poezie voor te lezen. De latere Mary Shelley schreef op dat moment haar roman Frankenstein; hoe die romantische menage a trois resulteerde in een griezelklassieker was al eerder het onderwerp van verschillende recente films (Passers Haunted Summer, Russells Gothic). Nieuw is Cormans opvatting dat de schrijfster zich liet inspireren door een reeks moorden in de omgeving van Geneve, waarvoor het door zijn schepper verborgen gehouden monster van Frankenstein verantwoordelijk was.

Hurt heeft bij zijn tijdreis gelukkig zijn futuristische sportauto met high tech-boordcomputer mee kunnen nemen. Zowel Mary als de baron (Raul Julia) zijn daar elk op hun eigen wijze bijzonder van onder de indruk: Julia snapt als wetenschapper meteen het belang van deze technologie voor de toekomst en wil de wagen gebruiken als bliksemgeleider om energie te creeren voor de creatie van een bruid voor het monster. En Mary, die maakt zoals elke vrouw nu eenmaal graag een ritje in een blitse auto, om vervolgens met de chauffeur de koffer in te duiken.

De charme van Cormans brutaliteit in het plunderen van film- en literatuurgeschiedenis vind ik nog steeds onweerstaanbaar. Het woord postmodern was nog nauwelijks uitgevonden, toen hij al popcultuur creeerde uit handig gedemonteerde heilige huisjes. Te vrezen valt echter dat die werkwijze meer bij de generatie van Andy Warhol en Wim T. Schippers past dan bij de naar grover geschut verlangende huidige tieners. Het resultaat van Cormans onderneming - geen kunst, maar massacultuur - kan immers slechts aan een criterium gemeten worden, en dat is het commerciele succes van de film. De buitenste laag ervan is te weinig spectaculair om nog voor popcultuur door te kunnen gaan. In een manmoedige poging het monster aan te passen bij de huidige mode in 'special make-up' strandt Corman. We begrijpen wel dat je niet meer aan kunt komen zetten met een blokhoofd waar twee schroeven uit steken, maar wie The Elephant Man zonder zak over het hoofd gezien heeft, laat zich nauwelijks meer imponeren door een slijmerige cycloop.

Corman is te subtiel geworden voor de jongste generatie filmkijkers, terwijl hij te krampachtig vasthoudt aan zijn afkeer van het verhevene om in de filmhuizen te kunnen belanden. Zo belandt een curiosum als Frankenstein Unbound dan op de planken van de videotheek, waar weliswaar de B-film van weleer zijn nieuwe onderkomen gevonden heeft, maar Cormans inventiviteit roemloos ten onder dreigt te gaan. Hij heeft nog een laatste kans op de door hem altijd virtuoos bespeelde publiciteit: de verloofde van Julia wordt gespeeld door Catherine Rabett, een tweederangsactrice, die in Engeland bekendheid verwierf door geruchten over een liaison met prins Andrew.