De schaamte verdampt

Het is ochtend op de kade van Naxos, de terrassen roepen om het hardst met kleurige borden dat zij 'special breakfast' hebben of zelfs 'very special'. Overal zitten toeristen achter de yoghurt 'with special fresh fruits' of ze eten flink veel gebakken eieren en drinken daarbij 'special fresh orange juice'. Ze hebben allemaal een zonnebril op, allemaal een korte broek aan, allemaal sandalen of gympies. Duizenden buitenlanders, uit allerlei landen, van zeer verschillende afkomst, opleiding, rijkdom: ze worden op vakantie een oertoerist. Degene die hier min of meer normaal gekleed zou komen ontbijten, laten we zeggen in een linnen zomerpak met een das, zou zich zelf tot de bezienswaardigheid van de kade maken - iemand die er niets van had begrepen. Felle zon vraagt om een totale persoonswisseling, wie zichzelf gelijk blijft is niet echt met vakantie. Pas een raar hoedje op het hoofd maakt dat men er eens helemaal uit is. Ik kijk naar mijn eigen blote benen en denk aan een keurige kennis. Nooit zou zij in een korte broek over een kade gaan lopen. Nooit. Zo loopt ze thuis niet door de straten, zo doet ze het dus ook in het buitenland niet. Nooit zal zij naar Naxos gaan, hooguit op een cruiseschip waar ze in een elegante witte jurk aan dek zou kunnen zitten en van waaraf ze het gedoe op de kade slechts een uurtje als toerist van het toerisme zou gadeslaan.

Het is elk jaar bij het inpakken van de koffer weer een probleem: hoe ver kan de vakantiekleding zich verwijderen van de daagse. Het mooist zou het zijn als er geen verschil was, maar dan zou misschien om te beginnen de vakantie afgeschaft moeten worden. Ik zie mijzelf tenminste niet een berg beklimmen in linnen broek en zijden bloes, of over een ezelspad lopen op pumps, en ook degenen die erin slagen hun witte kleren wit te houden tijdens een boottochtje bewonder ik. Zelf ga ik altijd over een verroeste reling hangen of in een plas olie zitten of al te sappig mijn perzik eten. De korte broek, de sandalen, de gympies, de makkelijk te wassen katoenen t-shirts - je kunt er niet buiten. Natuurlijk is er geen enkele noodzaak om dan meteen een paarsroze-groene short van enge glimstof in te pakken, of een lichtgevend zuurstokroze hemd en er is ook niets op tegen om voor de spiegel even met objectieve blik te kijken hoe kort de korte broek zijn mag. Maar dat zijn gradaties van goede, of slechte, smaak. Het feit blijft dat ik in kleren waarin geen Amsterdammer mij ooit zal aantreffen in de vakantie zelfs boodschappen durf te doen. En ik niet alleen. Zo aantrekkelijk als het straatbeeld in de winter is, dassen, mutsen, rode wangen, dikke wanten, zo aanstootgevend is het in de zomer. Wie zich de hele winter voor de spiegel heeft staan schamen voor haar dikke buik en blubberdijen voelt na een maand zomer weer dat zulke dingen er helemaal niet toe doen, bevrijd van zijn uiterlijk kan men zich gerust vertonen in de kortste broek en het dunste shirtje. De meneer die nog niet zo lang geleden in bed lag te herstellen van een operatie loopt nu met gebruinde tors over de Durgerdammerdijk, de dot gaas en pleisters midden op zijn buik negerend. De geringste grasstrook langs een waterkant geeft menigeen aanleiding om zich tot op de onderbroek te ontkleden, zelfs al rijden auto's en fietsers bijna over de uitgespreide handdoek. Wat bezielt ons in de zomer? Doet zon de schaamte verdampen? Bewoners van warme landen tref je zelden in schreeuwerige flodderbroeken. Zij zijn gewend zich tegen het klimaat te beschermen, met lange broeken, fikse jurken, kousen, dichte schoenen. Zij voelen niet de behoefte om hun pukkelige schouders eens aan iedereen te laten zien, of hun gruwelijke littekens op de openbare weg te vertonen. Een eilandbewoner in de Aegesche zee moet een eigenaardig idee hebben van de bevolking van de rest van Europa: slechtgeklede lelijkerds die gek zijn op yoghurt en gebakken eieren.