Crediteuren Nederlandse BCCI krijgen uitkeringen

ROTTERDAM, 1 AUGUSTUS. Bewindvoerder van de Nederlandse vestiging van de Bank of Credit and Commerce International (BCCI) mr H. van Veelen zal circa tweehonderd BCCI-crediteuren oproepen om een beroep te doen op het garantiefonds van de Nederlandse banken.

Particulieren, verenigingen en stichtingen kunnen een beroep doen op dit fonds dat wordt beheerd door de Nederlandsche Bank. De grootste groep van crediteuren, met circa negentig procent van de vorderingen, bestaat uit bedrijven die geen gebruik kunnen maken van de regeling. Bewindvoerder Van Veelen meent dat zij echter ook nog een behoorlijk percentage van hun vordering kunnen terugkrijgen.

“Mensen die ik huilend aan de lijn krijg, wijs ik graag op het geval van Teixeira de Mattos. ”. De bank Teixeira de Mattos moest in 1967 uitstel van betaling aanvragen. Na een hopeloze lijkende uitgangspositie zagen de concurrente crediteuren uiteindelijk nog veertig a vijftig procent van hun vordering terug.

De situatie van BCCI Nederland is gunstiger dan in de tijd van Teixeira, toen er nog geen garantieregeling was.

Van Veelen heeft getraceerd dat het in het geval van BCCI Nederland gaat om tweehonderd namen van particulieren, verenigingen en stichtingen, die soms meerdere rekeningen hebben. Gezamenlijk hebben zij tussen de twee en vijf miljoen gulden te vorderen op de bank.

De Nederlandsche Bank keert maximaal 40.000 gulden uit per geval. Uit de cijfers van Van Veelen blijkt dat de personen gemiddeld veel minder dan 40.000 hebben ingelegd, zodat theoretisch alle particulieren schadeloos kunnen worden gesteld.

Iets anders ligt het bij de zakelijke crediteuren die tussen de 35 en 40 miljoen gulden hebben te vorderen. Het gaat niet alleen om bedrijven, maar vooral om banken.

Van Veelen is somber over het tijdstip waarop hij kan uitkeren.“Het blijkt dat de regelgeving van de Nederlandsche Bank ontoereikend is om de zaak snel af te handelen. Voor Teixeira de Mattos was die voldoende, maar bij zo'n internationale bank loop je steeds tegen een muur op”, aldus Van Veelen.

Het probleem is dat op BCCI Nederland het Nederlandse faillissementsrecht van toepassing is, maar dat de onderneming tegelijkertijd onder het Luxemburgse vennootschaprecht valt, waar de holding van BCCI is gevestigd. Internationale debiteuren profiteren van die leemten tussen het Nederlandse en Luxemburgse recht.