CDA'ers voeren geen oppositie tegen eigen kabinet; Vijf jaar geleden bij de stelselherziening was de reactie heviger

De WAO-besluiten van het kabinet hebben een storm doen opsteken in de PvdA, maar hoe staat het ervoor in het CDA? Een rondgang langs ongeruste CDA'ers: “Voor oorlog kopen we niets.”

DEN HAAG, 1 AUG. Als in de jaren tachtig de grijze kuif van CNV-voorzitter H. van der Meulen aan het Binnenhof werd gesignaleerd, bestond er een niet geringe kans dat de man authentiek boos was. Liet het kabinet de koppeling los, deed het een ingreep in de Ziektewet, verlaagde het de uitkeringspercentages, ging het over tot een herziening van het sociale stelsel: geemotioneerd wees Van der Meulen zijn CDA-partijgenoten er steeds weer op dat hun “sociale gezicht” onherkenbaar was geworden, dat het christelijke karakter van de CDA-politiek blijkbaar was verdwenen. Vooral de herziening van het sociale zekerheidsstelsel, in 1986, zat Van der Meulen hoog. Een jarenlange vriendschappelijke relatie met zijn oud-CNV-collega en toenmalig staatssecretaris L. de Graaf ging eraan verloren. De heren zouden elkaar nadien nog slechts “met de handen in de zakken” groeten, zoals Van der Meulen ooit zei.

Na de stelselherziening kondigde de CDA-top via leider Lubbers “rust” op “het front” van de uitkeringen aan. De partij, zo werd verondersteld, zou de interne spanningen bij nieuwe stoere ingrepen niet meer kunnen beteugelen.

Vijf jaar later staat, naast de PvdA, ook het CDA via de aangekondigde bezuinigingen op WAO en Ziektewet voor een nieuwe krachtproef aangaande zijn sociale politiek. Maar zoals het electoraat de partij in de peilingen verre van afstraft, zo hoeven de christen-democraten ook niet te vrezen voor een splijtend openbaar WAO-debat - dat blijft het exclusieve terrein van de PvdA. Weliswaar is er ook in CDA-kring sprake van ongerustheid, soms zelfs van stille woede, maar daaraan zal slechts in de pacificerende vorm van interne partijbijeenkomsten uiting worden gegeven. Zo ook door oud-CNV-voorzitter en huidig CDA-Eerste-Kamerlid Van der Meulen: “Ik zal eerst mijn opvattingen eind augustus in de fractie bespreken. Dan kijken we wel hoe het balletje rolt. Nu zeg ik er niets over.”

Het verschil met de PvdA is in niet onbelangrijke mate een kwestie van politiek management. Voorzover er nog sprake was van een activistisch sentiment in het CDA, ging dit de laatste jaren nagenoeg geheel op in onderling debat en overleg. Latente onvrede werd zo via vele themagewijze discussies gekanaliseerd. En dat terwijl de doorsnee-CDA'er, ongerust of niet, toch al een bijzonder geloof hecht aan het aloude vaderlandse harmoniedenken. Geen CDA-bijeenkomst of men spreekt er van 'samen'.

Onder de ongeruste CDA'ers over de WAO wordt dezer dagen dan ook vooral gewacht op de eerstkomende vergadering van het een of ander partijverband. Ook CDJA-voorzitter A. Koppejan, de jongerenvoorzitter die de interne harmonie nog wel eens wil verstoren en daarmee de tegenpool is van partijvoorzitter W. van Velzen, vindt het nu “te vroeg” voor een uitspraak. Er komt nog een baaierd aan vergaderingen, de komende weken, en wachten is dan verstandiger. Bovendien, maar daar laat Koppejan zich liever niet over uit, is het de gewoonte van zijn organisatie de kritische aftrap in dit soort gevoelige kwesties door niet-CDJA'ers te laten verrichten.

Maar voor een dergelijke aftrap lijken vooralsnog de spelers niet voorhanden. “Meestal ben ik openhartig”, zegt T. Demirhan, CNV-medewerker en op grond daarvan lid van het CDA-partijbestuur, “maar nu zwijg ik even.” Uiteraard is hij het geheel eens met de strenge CNV-afwijzing van de kabinetsplannen, doch de partijprocedures vergen dat hij als CDA'er zijn opinie opschort. “Er komt ongetwijfeld nog een stevige discussie in de partij. We zouden een slappe club zijn als dat niet gebeurde. Maar we zijn geen PvdA. In het CDA voeren wij geen oppositie tegen ons eigen kabinet, dat is gelukkig onze stijl niet.”

Op het partijbureau kwamen de laatste weken weliswaar ongeruste reacties binnen, maar uitzonderlijk scherp ging het er niet aan toe, zegt de partijwoordvoerder. “Vijf jaar geleden bij de stelselherziening waren de reacties veel heviger.” Ook een aantal CDA-Kamerleden geeft desgevraagd aan dat zelfs onder de gebruikelijk kritische leden bepaald geen sfeer van zwaar ongenoegen heerst. “Ik ben wel bij mensen geweest waarvan ik dacht: die geven me de wind van voren”, zegt het Tweede Kamerlid W. Paulis. “Maar ze hadden het er niet eens over.”

Dat het vijf jaar geleden kon “stormen” en de rust in de partij nu alleszins bewaard blijft, heeft volgens het jonge Kamerlid H. Huibers, toentertijd CDJA-voorzitter, vooral te maken met “harde lessen” uit de jaren tachtig: “Toen was het heel moeilijk mensen te overtuigen van de stelling dat dergelijke maatregelen goed voor later waren. Nu hoef je dat nauwelijks nog uit te leggen. We kunnen tegen een stootje. En sinds de Tussenbalans wisten we natuurlijk dat er dit aan zat te komen: het bedrag was ingeboekt. Daarom begrijp ik die verontwaardiging in de PvdA ook niet zo: ze waren toch op de hoogte van het Tussenbalans-pakket?”

Een paar maanden geleden, toen fractievoorzitter L. Brinkman WAO'ers in verband bracht met “aanstellerij”, trok de CDA-'basisgroep sociale zekerheid' aan de bel. Het informele partijorgaan van uitkeringsgerechtigden meende dat Brinkman te ver was gegaan, zegt secretaris N. van Jaarsveld (zelf werkloos), maar “gelukkig” kon een en ander via een “open gesprek” uit de wereld worden geholpen.

Van die stijlvariant bedient de basisgroep zich ook nu de WAO-maatregelen op stapel staan. Weliswaar vindt Van Jaarsveld dat “het accent wel erg op het financiele ligt”, dat veel “WAO'ers toch al sappelen”, dat ze aan de kant staan omdat “de bedrijven alleen jonge, snelle krachten willen - ik merk het zelf”, maar dergelijke noties zullen wat hem betreft niet tot een harde interne actie ter afwijzing van de plannen leiden. “Ik zie meer in overleg en overreding. Nu de kont tegen de krib gooien en een korte-termijnsucces halen, vind ik niet zo verstandig. Misschien zijn er in onze groep wel mensen die daar anders over denken, maar ik denk dat de meerderheid zal zeggen: voor actie kopen we niets, laten we blijven luisteren.”