Buitenlandse militaire interventie in Suriname lijkt niet ophanden te zijn

Betekent de berichtgeving in NRC Handelsblad over de veronderstelde betrokkenheid van hoge Surinaamse militairen bij de transito van drugs door hun land de voorbode van een militaire interventie volgens het recept van de door president Bush bevolen invasie in Panama twee jaar geleden? De gewraakte officieren beweren dat in een poging de aandacht van hun persoon af te leiden. Het is niet uitgesloten, maar eerder blijkt uit de berichten het onvermogen van justitiele autoriteiten om vermoed crimineel handelen buiten de landsgrenzen waarvan de effecten binnen het eigen rechtsgebied worden gevoeld, daadwerkelijk en doeltreffend tegemoet te treden. Zelfs het precedent heeft een geringe invloed. De afschrikwekkende werking van 'precedent Panama' mag immers zeer bescheiden worden genoemd.

Gewapende interventies zijn meestal niet onmiddellijk voor herhaling vatbaar. In de categorie massieve ingrepen valt na een interventie veelal een lange pauze van bezinning. Na het optreden tegen de Noordkoreaanse inval in Zuid-Korea gold in de Amerikaanse strijdkrachten jarenlang de stelregel dat Westerse troepen niets te zoeken hadden op het Aziatische continent. Pas weer in de periode 1964-'68 en op het hoogtepunt van de (tweede) Indochinese oorlog hadden de Verenigde Staten het Koreaanse trauma voldoende onder controle om zich vrij te voelen voor de gewapende inzet van honderdduizenden militairen overzee. Na het Vietnamese debacle duurde het tot begin 1991 alvorens de Amerikanen zich opnieuw aan een grootscheeps militair avontuur waagden.

Anders dan destijds in Korea en Vietnam wensten de VS dit jaar overigens niet eerder tegen Irak op te treden dan nadat een internationale coalitie met dat optreden had ingestemd. (De invasie in Korea ging in tegen de uitdrukkelijke wil van de Sovjet-Unie en van communistisch China, en Amerika's Europese bondgenoten stonden nog zo wankel op hun benen dat instemming of verzet toen slechts een symbolische betekenis kon hebben. De Verenigde Naties waren bij die gelegenheid niet meer dan een instrument in de handen van Washington.) De diplomatieke betekenis van de operatie Desert Storm was gelegen in de getoonde eenheid van intentie en handelen binnen een groep onderling zeer verscheiden mogendheden. Maar ook die eenheid blijkt niet duurzaam. Een nieuwe gewapende actie tegen Saddam Hussein om het karwei te voltooien stuit op afkeer van Amerika's partners.

Niet alleen de Amerikanen hebben ervaren dat aan militaire interventies doorgaans weinig duurzaam plezier te beleven is. De Argentijnen moesten hun overmoed in de Falklands met een nederlaag betalen. De Britten konden er hun martialiteit nog eens tegenover zichzelf bevestigen, maar in de hogere echelons van staat realiseerde men zich dat het geluk in de vorm van Amerikaanse satellietverkenning juist op tijd te hulp was geschoten en dat dergelijk nationaal vuurwerk per definitie niet voor herhaling vatbaar was. China in Vietnam, Vietnam in Cambodja en de Sovjet-Unie in Afghanistan hebben niet anders geleerd.

De Amerikanen overbrugden de jaren tussen hun overhaaste vertrek uit Saigon en hun aankomst vorige zomer op de Saoedische kust met een reeks kleinere interventies. Van 1975 tot 1981 was het stil (op de mislukte poging in 1980 na tot bevrijding van in Teheran gegijzelde Amerikaanse diplomaten). Maar na de verkiezing van Ronald Reagan tot president nam de militaire activiteit weer toe. In het jaar van Reagans aantreden, 1981, onderschepten Amerikaanse F-14's boven de Golf van Sidra twee Libische toestellen die een aanval in de zin zouden hebben gehad. Een jaar later landden Amerikaanse mariniers in Beiroet om de evacuatie van PLO-strijders uit hun door Israel belegerde veste mogelijk te maken. Maar in oktober 1983 maakte een autobom een einde aan het leven van 260 in Beiroet gestationeerde mariniers. Het Amerikaanse contingent in Libanon werd daarop teruggetrokken. In 1987 bombardeerden Amerikaanse vliegtuigen het hoofdkwartier van Gaddafi en in datzelfde jaar mengden Amerikaanse en Europese vlooteenheden zich in de Golfoorlog tussen Iran en Irak teneinde de vrije doorvaart in de Golf te verzekeren.

Ook Reagan kon slechts op bescheiden en dikwijls teleurstellende resultaten van zijn interventiepolitiek wijzen. Na het bloedbad van 1983 werden er geen Amerikaanse grondtroepen meer in het Midden-Oosten ingezet. Het Carabische eilandstaatje Grenada beleefde in datzelfde jaar weliswaar nog een Amerikaanse invasie, maar die was vooral bedoeld om de aandacht van de publieke opinie af te leiden van de tragedie in Beiroet. En zelfs die onderneming werd geboekstaafd als een militaire mislukking gezien het onvermogen van de overmacht om binnen de gestelde tijd haar doel te bereiken. De tegenvallers bepaalden vervolgens jarenlang de reserves in het Amerikaanse Congres ten opzichte van hulp aan de contras in Nicaragua en weerhielden Reagan ervan om zijn gewezen Panamese bondgenoot Noriega afdoende aan te pakken toen deze zijn land in dienst bleek te hebben gesteld van de Colombiaanse drugkartels.

Grenada en Panama, beide namen roepen een echo op in Suriname. De vergelijking met Grenada hebben de militaire leiders in Paramaribo destijds zelf gemaakt. Het regime op het eiland leek een leerzaam revolutionair voorbeeld totdat het in de verstrengeling van Amerikaanse, Cubaanse en Sovjet-belangen verstikt werd. Een korte tijd slaagden de leden van de Surinaamse junta erin met behulp van een soort plaatsvervangend martelaarschap de internationale aandacht op zich te vestigen, maar toen de verwachte afrekening uitbleef, raakten zij overgeleverd aan hun eigen kleine, vaak bloedige onderlinge competitie.

Die competitie werd in de loop der jaren steeds minder in verband gebracht met de verheven ideologische instelling die men aanvankelijk ten toon spreidde en steeds meer met machinaties gericht op persoonlijk gewin. De hoeveelheden uit Suriname aangevoerde drugs die bij aankomst in Nederland worden achterhaald, vormen een niet te veronachtzamen aanwijzing dat wanneer de Surinaamse machthebbers al niet zelf deze handel drijven, hun ernstige nalatigheid mag worden verweten bij de opsporing en vervolging van verantwoordelijken. Het commentaar dat de middelen daartoe ontbreken, overtuigt niet gezien de rol van de militairen bij de praktische liquidatie van de Surinaamse politie en douane.

De lange geschiedenis van militaire interventies rechtvaardigt dus plaatsing van een vraagteken bij de stelling dat een optreden van buiten in Suriname ophanden is. De hulpactie ten gunste van Iraks Koerden en de bemoeienis van de Europese Gemeenschap met de burgeroorlog in Joegoslavie wijzen misschien op een groeiende bereidheid van staten om zich direct en fysiek met traditioneel binnenlandse kwesties van andere mogendheden in te laten, maar beide gevallen laten tegelijkertijd zien hoe moeizaam dergelijke acties tot stand komen en aan hoeveel voorwaarden zij worden gebonden.

De interventie in Panama komt inderdaad, gezien vergelijkbare omstandigheden in Suriname, het meest in aanmerking als precedent. Maar tegelijkertijd zijn er grote verschillen: ten slotte is Panama als gevolg van een Amerikaanse interventie ontstaan, omvat het de onder Amerikaans bestuur staande Kanaalzone en herbergt het een vast Amerikaans militair contingent. Bovendien: de politieke en psychologische terugslag van de invasie in Panama is in Washington nog lang niet uitgewerkt.