Badcode

Een punt voor het vrouwvijandige kamp. Nu op het gebied van badkleding vrijwel alles is geaccepteerd en niemand zich meer ongemakkelijk zou hoeven te voelen aan het strand of in het zwembad, hebben textielfabrikanten een nieuwe belemmering voor de vrijheid weten te bedenken. Geen vrouw, hoe welgeschapen ook, is in staat zich normaal te bewegen in een badbroek of -pak met de hoog opgeknipte beengaten die de mode voorschrijft. Aan de achterkant wil het ding in de bilspleet zinken, aan de voorkant komt daarbij het probleem met de natuurlijke beharing. Een onafgebroken, hinderlijke bewustheid van het eigen lijf is het gevolg.

Of is die bewustheid helemaal niet hinderlijk maar juist een geheime attractie van het badleven? Een beetje opwindend zelfs? Voor mannen en vrouwen? Het ongemak is in ieder geval spannender dan wat twintig jaar geleden de meeste badpakken ondraaglijk maakte, die twee harde plastic vergietjes bovenin.

Aan Nederlands stranden, die smal zijn geworden door de voorjaarsstormen zodat de bezoekers dit jaar noodgedwongen nog dichter op elkaar gepakt zitten dan anders, bestaan frappante verschillen in kuisheid. Enerzijds ziet men zo nu en dan nog een vrouw in de klassieke worsteling met een jurk, een badpak en een beha: laatstgenoemde moet onder eerstgenoemde uit gehannest worden opdat middelstgenoemde nog onder de gedeeltelijke bescherming van eerstgenoemde omhoog kan worden gehesen. Anderzijds groeit er een generatie geheel zonder bovenstukje op. Hoewel, opgroeien misschien niet - juist de periode tussen elf en zestien jaar is er vaak een van uiterste pudeur. Maar terwijl (dit kan een persoonlijke indruk zijn) het aantal volmaakte, ontblote boezems razendsnel stijgt, worden de maatstaven aan het andere eind van het scala liberaler. Ook meer dan middelbare vrouwen laten soms van alles vrijelijk golven en bengelen. Wie na de eerste blik discreet de ogen afwendt merkt bij de tweede dat de vertoning helemaal niet per ongeluk was.

Is dit onbarmhartige taal? Wie niet wil dat zijn naaktheid wordt gezien heeft, zou je zeggen, eenvoudige middelen tot zijn beschikking om dat te voorkomen. En wie zich wel blootgeeft moet toch aanvaarden dat hij gezien, bekeken, en binnen zekere grenzen zelfs besproken wordt? Hier rijzen morele dilemma's. Heeft de lelijkerd er recht op in het openbaar naakt te lopen waarbij iedereen doet alsof hij niks ziet?

De crux is dat bloot zijn zo beladen is. Schaamte en begeerte loeren achter elk windscherm, in iedere kuil. Ook binnen de 'vrije sector' zijn er regels, en zijn de contrasten soms bizar. Zoals wanneer een jong paar zich installeert op het strand, en zich werktuiglijk gaat ontkleden voor een koele duik; zij adembenemend mooi in haar - zie boven - onmogelijke broekje, hij meer gewoon. Maar hij keurt haar geen blik waardig, kijkt strak naar de zee. Zijn gedrag lijkt haast beledigend. Is het verlegenheid? Nauwelijks. Het is een ongeschreven code: je kijkt niet, want onbevangenheid is hier dure plicht.

Nog meer contrasten. Vlak bij de trappen naast het strandpaviljoen ligt, als een slagersetalage op ligstoelen, een zwaar gebruind gezelschap. Vier horeca-ondernemers en vijf schoonheidsspecialistes. Niemand heeft iets te lezen of iets te doen behalve drinken en kijken naar het langskomende volk, niemand heeft meer aan dan een broekje. Alleen een vrouw draagt een aardig blauw badpak: zij is namelijk zwanger. Bij een bolle buik en zwellende borsten, daar ligt kennelijk net een grens.

Grenzen verdwijnen niet, zij verschuiven, gaan elkaar kruisen, of vertonen onverwachte uitstulpingen. Het strand bevindt zich in een vreemde kuisheidslus, een enclave waar bloot-van-boven net kan - als je ouders er niet bij zijn, als je niet te plat bent, als je een beetje bruin bent, als je man het goed vindt, en als je het niet vervelend vindt om te worden bekeken... Het zijn te veel alsen. Over een paar jaar is alles weer anders.