Mongolenwaaier

Je hoeft het niet eens te zijn met diegenen die trouwhartig beweren dat wielrenners 'gefundenes Fressen' zijn voor naar nieuws hunkerende journalisten, want driekwart van wat na de etappes uit vermoeide monden te beluisteren valt balanceert tussen onzin en flauwekul, maar hier en daar leverde het jargon originele kretologie. Zo zei iemand die de slag die dag had gemist, dat hij “in de mongolenwaaier” had gezeten. Als nu even de sprong naar de komende voetbalcompetitie mag worden gemaakt, kan men zich afvragen of die opieuw de verkeerde kant opgaat, dat wil zeggen de mongolenwaaier heeft genomen.

Volgens Walter Lutz in 'Sport' betreft het de enige show “die niet voor de klanten wordt gemaakt”. Voor 'klanten' gelieve u 'toeschouwers' te lezen. Lutz beschrijft hoe bij de samenstelling van het produkt voetbal niet gestreefd wordt naar een totaalpakket dat de wensen van de kijkers recht doet. Die kijkers wensen attractief, mooi, aanvalsgericht voetbal, maar wat zij krijgen is iets dat louter op resultaat is gericht. Op zijn best poogt men beide doelstellingen met elkaar te verbinden, maar dat is net zoiets als water met vuur willen mengen. Terwijl men in kringen van trainers en officials doorgaans een houding aanneemt van zeer professioneel bezig te zijn, is men tegenover de klandizie juist zeer amateuristisch aan de gang.

Een van de zogenaamde magiers, die zweert bij defensieve 'meesterzetten' is de Joegoslavische coach Ivic. Een belangwekkend man om een goed gesprek mee te hebben, maar een spelbederver als men zag en ziet met welke opdrachten hij zijn spelers het gras opstuurt. Destijds bij Ajax kregen 1-0 miniprodukties sterk de overhand en steeds opnieuw beklemtoonde de coach dat het verschrikkelijk zou zijn als de tegenpartij tot scoren kwam. Nu zit hij bij Tapie in Marseille, waar de bouillabaisse even niet smaakt omdat Olympique de competitie met niet meer dan een remise is begonnen. Daarbij liet Ivic zijn beste, want ideeenrijkste, aanvaller Chris Waddle als rechtervleugelverdediger opereren. Ongetwijfeld een vondst, maar vermoedelijk een verkeerde.

Zo krijgen en hebben wij als toeschouwers niet alleen bitter weinig te vertellen, maar zien wij ook de op papier kansrijkste spektakelwedstrijden roemloos de mist ingaan. Typisch voorbeeld van het afgelopen seizoen: Rode Ster - Olympique als bekerfinale. Zelden zag je zoveel technisch bekwame spelers op een grasmat bijeen en even zelden zag je zo bitter weinig creatief voetbal. Ze mochten weer eens niet van hun bazen! Bij de Fransen was een van die bazen de bejaarde Raymond Goethals, die indertijd in Belgie al opviel door zijn pathologische angst voor tegendoelpunten.

Het is geen wonder dat een man die betere voetbaltijden van zeer dichtbij heeft meegemaakt (Jan Mulder) dezer dagen op de buis zei dat hij niet meer gaat kijken, aangezien er geen prettige middagen meer te beleven zijn. Ik weet wel dat ex-sterren gewoonlijk aan de ziekte der nostalgie lijden en vermoed mag worden dat ook Mulder aan dat virus niet geheel ontkomen is. Maar over de hele linie genomen heeft hij gelijk. Ook vroeger waren er ontmoetingen welke - achteraf bezien - beter schriftelijk of door loting hadden kunnen worden afgedaan. Toen viel men soms door de mand wegens ontoereikende capaciteiten - tegenwoordig heeft men die meestal wel, maar krijgt men de kans niet ze uit te stallen.

Het is frappant hoe voetbal als kijksport telkens nieuwe kansen krijgt tot herstel. Bij elk nieuw seizoen voelen honderdduizenden landgenoten toch weer iets kriebelen dat naar de competitie doet uitzien. Gaan we in mei volgend jaar teleurgesteld de zomerrust in, in de wetenschap dat de heren opnieuw de mongolenwaaier hebben genomen? Of kunnen we dan zeggen dat er enige verbetering in het produkt zichtbaar is geworden. Een tikje meer klantgericht misschien?