De vraag is wie het licht uitdoet bij de communisten in de Sovjet-Unie

Er is veel op ze aan te merken, maar incasseringsvermogen hebben ze, de communisten in de Sovjet-Unie. Nog geen vijf dagen nadat de Russische president Boris Jeltsin hun partij-cellen in de bedrijven en de overheid heeft verboden, staan zij in het Kremlin vrolijk te discussieren over de vraag of en hoe de CPSU een moderne sociaal-democratische partij kan worden.

Natuurlijk, er worden dik aangezette kanttekeningen geplaatst bij het niet toevallig verdwenen begrip 'socialistische keuze', kameraad Otto Latsis (waarnemend hoofdredacteur van het theoretische tijdschrift Kommoenist) wordt uitgelachen als hij vaststelt dat Lenin eigenlijk ook al 'sociaaldemocraat' is geweest en er duikt daar in de foyer van het centraal comite ook nog wel eens een communist op die een 'klassen-analyse' geen overbodige luxe zou vinden. Maar dat nieuwe partij-programma van secretaris-generaal Michail Gorbatsjov wordt over het algemeen toch een goed uitgangspunt gevonden voor de discussie. Want de partij wil nu bovenal ongedeeld het najaar bereiken. "Voor het plenum van het centraal comite werd voorspeld dat we de zaal via verschillende deuren zouden verlaten. Dat is niet uitgekomen" . Politbureaulid Pjotr Loesjinski zegt het halverwege de sessie gisteren en donderdag alsof de communisten de buitenwereld hiermee toch maar even een leuke poets hebben gebakken.

Met eensgezindheid heeft deze eensgezindheid echter weinig te maken. De CPSU blijft een vergaarbak van stromingen die elkaar niet vertrouwen en daarom alleen hun partijboekje gemeen hebben. Dat de verschillende groepen - luisterend naar namen als 'bolsjewistisch platform', Leningrader 'communistische initiatief', 'marxistisch platform' en 'communisten voor democratie' - gisteren en eergisteren niet geprobeerd hebben om het 'centrum' rond de partijleiding weg te drukken of over te nemen, heeft meer te maken met angst dan met inzicht. De Moskouse partijsecretaris Joeri Prokofjev heeft dat gistermorgen treffend verwoord. Het feit dat het programma van Gorbatsjov zo "tweeslachtig" is en zo "ver verwijderd is van de werkelijkheid karakteriseert de interne toestand in de partij" , aldus Prokofjev. En hij kan het weten. Want Prokofjev is niet alleen een communist van het klassiekere soort maar ook een politicus die plannen met zichzelf heeft.

De onderlinge meningsverschillen zijn deze week daarom via de band uitgevochten. Tussen de regels zijn er aldus heel wat hypotheekjes opgebouwd die pas eind van dit jaar afbetaald hoeven worden.

Boris Gidaspov, de partijleider uit Leningrad met zijn geinige kop en omgekeerd evenredige opvattingen, nam daar bijvoorbeeld een voorschot op door op de eerste dag vast te stellen dat het gorbatsjoviaanse programma

"communistisch noch sociaaldemocratisch kan worden genoemd" omdat het gewoon "liberaal" is en dus iedereen kan passen. Gorbatsjovs positie als secretaris-generaal zou op het komende partijcongres in november of december dus wel eens ter discussie kunnen komen, dreigde hij.

Aan de andere kant van het spectrum deed Georgij Sjachnazarov (de secretaris van de president) hetzelfde op omgekeerde wijze. "De discussie op het plenum toont aan dat er twee politieke trends aan het opkomen zijn en die zullen hoe dan ook moeten scheiden" . Van een voorhoederol kon wat hem betreft geen sprake meer zijn, niet alleen omdat de tijden veranderd zijn maar ook omdat het een frase was die het de bolsjewieken na 1917 mogelijk maakte om "zonder toevlucht tot het volk, dat wil zeggen illegitiem, de macht te houden" .

In de redactiecommissie die het ontwerp van Gorbatsjov nu moet afronden en op het 29e congres dit najaar zullen dat soort opvattingen niet meer binnenboord gehouden kunnen worden. Waarom nu dan wel? Omdat de CPSU hopeloos in het defensief is gedrongen door de coalitie die Gorbatsjov met Jeltsin heeft gesloten en de glorieuze overwinning van de laatste bij de Russische presidentsverkiezingen. Gorbatsjov mag dan wel niet populair meer zijn - zijn laatste dagen worden geteld, zie ook het artikel van Andre Gerrits van gisteren op deze pagina - maar de partij zelf is nog impopulairder. Zelfs Jeltsins oekaze om de partijcellen in de bedrijven en overheidsinstellingen te ontmantelen, durven ze niet echt aan te pakken. De communisten hebben er de afgelopen dagen wat over gejammerd, blijven hopen op een negatief oordeel van het constitutionele comite maar hebben tegelijkertijd eergisteren in hun partijblad Pravda moeten lezen dat kameraad-jurist Joeri Dmitrijev het doel van het decreet "rechtvaardig en begrijpelijk" vond en alleen wat kritiek uitte op de "juridische uitvoering" ervan.

Dat er op grote schaal nu aan partijvorming wordt gedaan, is mogelijk nog bedreigender. Zo laat Jeltsin zich sinds kort terzijde staan door een vice-president (Afghanistan-veteraan en kolonel Aleksandr Roetskoj) die met zijn 'communisten voor democratie' aanstalten maakt om een deel van het partij-apparaat te stelen. Roetskoj wil met deze groep volgende week vrijdag een heuse partij oprichten. En de 'beweging voor democratische hervorming' van oud-minister Edoeard Sjevardnadze van buitenlandse zaken is helemaal een angstbeeld. Die 'alliantie' is met klinkende namen als Aleksandr Jakovlev (de architect van de perestrojka), Vadim Bakatin (veiligheidsadviseur van Gorbatsjov), Ivan Laptev (vice-voorzitter van het parlement) en Arkadi Volski (captain of industry) vooral zo'n nachtmerrie, omdat ze vooralsnog geen partij wil worden en daarom niet lekker 'van onder uit de zak' kan worden bestreden.

Beide initiatieven raken het apparaat in de kern. De communisten doen namelijk wel alsof ze bezig zijn met politieke discussies, maar het gaat ze eigenlijk om de banale materiele erfenis van de partij. Wie krijgt straks de gebouwen en drukpersen, dat is het echte vraagstuk. Roetskoj heeft dat fijntjes aangevoeld met zijn aankondiging dat zijn nieuwe leden niet meer hoeven te doen dan hun partijboekje mee te nemen dat dan met een eigen vignet zal worden afgestempeld. Wie nu via de andere zij-deur wegloopt, verliest op voorhand zijn greep op het vermogen.

Wellicht is dat ook Gorbatsjovs tactiek. Als hij er in slaagt zijn programma door te drukken, kan hij de conservatieven vervolgens in een moeite door de partij uitwerken. Lukt het niet, dan is Sjevardnadzes beweging een aantrekkelijke reddingsboei en kan hij op die titel proberen zich volgend jaar tot eerste president van de Sovjet-Unie te laten kiezen. In dubbel spel is hij nog altijd een meester.

De parallel met de teloorgang van een minizuster-partijtje dringt zich op: de CPN. De Nederlandse communisten hadden begin jaren tachtig door dat het met het marxisme-leninisme in Holland nooit meer iets zou worden. En dus sloegen ze aan het 'herorienteren'. De ideologische aartsvaderen werden verwijderd, de historische erfzonden werden beleden en de partij-organisatie werd opengegooid. Er was veel plezier aan te beleven, zowel binnen als buiten de cafe's waar de 'horizontale' fracties bij elk rondje een steeds gekkere kleur kregen en het zogenaamde 'centrum' bij gebrek aan vanzelfsprekend middelpunt almaar bleker werd. Sinds de jaren zestig- zeventig hadden we niet meer zulke leuke congressen kunnen beleven.

En nu? Huize-Sybilla aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam is nooit onder de hamer gegaan. Maar de CPN bestaat niet meer, wij moeten het in Lemmer en de Bijlmermeer tegenwoordig doen met het VCN.

Ook in Moskou is de kwestie nu: wie mag het licht uitdoen? Alleen is dat hier niet louter lollig. Want ook al kan voor de CPSU het aftellen beginnen, daarmee zijn de conservatieven in het land nog niet uitgeschakeld. Die blijven gokken op de broosheid van het monsterverbond tussen Gorbatsjov en Jeltsin. Als dat straks geen brood op de plank brengt, liggen er weer kansen voor de apparatsjiks, het leger en de staatsveiligheidsdienst. Die zullen zich tegen die tijd vermoedelijk echter niet bedienen van het woord 'communisme'. In de oproep die generaal Boris Gromov van de binnenlandse strijdkrachten, onderminister van defensie Valentin Varennikov en de Siberische dorpsschrijver Valentin Raspoetin deze week aan volk en krijgsmacht deden om de natie van de 'farizeeers' te redden, kwam het woord zelfs niet een keer voor. Hun nieuwe trefwoord is een ander: 'moederland'!