Vertrouw uw vrienden of het morgen uw vijanden zijn; Leefregels van Balthasar Gracian in nieuwe vertaling

Baltasar Gracian: Handorakel en kunst van de voorzichtiaheid. Vertaling en nawoord Theo Kars. Uitg. Athenaeum. Polak & Van Gennep. 136 blz. Prijs f 29,50 en f 45,- (geb )

Nooit heb ik sinds mijn studie Spaans - toen was hij verplichte kost- iemand over deze zeer bijzondere Spanjaard gehoord. Alleen W.F. Hermans noemt hem af en toe terloops in een dagbladartikel, en dat juist hij Baltasar Gracian, de Spanjaard op wie ik doel kent en bewondert, maakt veel goed. In Mandarijnen op zwavelzuur citeerde Hermans bovendien uit het Handorakel, misschien Gracians mooiste boek. Zoiets ontgaat de Gracian-liefhebber niet.

Zojuist is voor het eerst sinds een leesgeneratie weer iets van hem in het Nederlands vertaald. Zijn Handorakel verscheen opnieuw, nu in zo'n mooie Athenaeum-uitgave in een vertaling die helder en bondig is en hier en daar uitschiet met een prachtige metafoor of woordspeling, precies als bij Gracian. Vertaler Theo Kars heeft ook een nawoord verzorgd dat van kennis, respect en sympthie getuigt (ook hij vermeldt Hermans' citaat in Mandarijnen)

Gracian heeft dus weer kans op veel lezers in Nederland, al blijkt hij, als je maar doorvraagt, als jezuiet met name bij katholieken en ex-katholieken wel degelijk bekend te zijn. "Oh, Gracian. Mooi. Ja." Ja, heel mooi, maar waarom heeft nooit iemand het over hem? Hij is er groot genoeg voor. Zijn Handorakel is tijdloos, dus ook actueel, misschien zelfs meer dan bij voorbeeld de eigentijdse Minima Moralia van Adorno, waarover je ook niemand meer hoort. Was er niet een opleving in de belangstelling voor de moraalfilosofie in dit land gaande?

Er verschenen de laatste tijd meer schitterende boeken in Nederland over hoe je je hoort te gedragen en het waarom daarvan, onder andere enkele jaren geleden Guepins De beschaving en recentelijk de vertaling van Het boek van de hoveling van de Italiaan Castiglione, nog ouder dan Gracian. De driehonderd leefregels van Gracian, voluit Handorakel en kunst van de voorzichtigheid, uit 1647, vormen een handboek voor wie het ver wil brengen in het leven, een cursus in succes. Ze zijn intrigerend door de openlijk beleden kronkeligheid en uitgekooktheid.

Succes

Hoe heb ik succes in het leven? Hoe gedraag ik mij zo dat ik krijg wat ik hebben wil en intussen niemand mij iets kan maken? Dat zijn de vragen die in het Handorakel worden gesteld en vervolgens geduldig en gedetailleerd beantwoord. Wie de driehonderd leefregels vol adviezen en vermaningen regelmatig leest, leert letten op de beweegredenen achter de handelwijze van zijn medemensen, van nature zijn potentiele vijanden. Als hij niet gewend was daar een groot deel van zijn tijd aan te besteden, raakt hij dank zij Gracian alsnog zijn argeloosheid kwijt. Afgezien van deze bruikbaarheid gaat het om spannende lectuur, want de door de schrijver opgeroepen situaties zijn die van alle mensen en alle dagen. De lezer kijkt steeds in zijn eigen spiegel en ontdekt daarin ook anderen.

Zijn uitgangsregel in het Handorakel, geformuleerd aan het begin van leefregel 13: "Het leven van een mens is een voortdurende strijd tegen de kwaadaardigheid van zijn medemensen", heeft weinig van het bijbelse je vijand je wang toekeren. Toch lijkt alles bij Gracian een hoger doel te dienen. Een ding is succes in de wereld maar belangrijker is voor hem misschien ooit als een mens die zijn vermogens ten volle heeft uitgebuit, het tijdige voor het eeuwige te kunnen verwisselen.

Over de hemel heeft Gracian, geboren in 1601 in de provincie Zaragoza, zich niet in dit boek uitgesproken, maar dat lichtend fenomeen gloort op de achtergrond omdat het in die tijd wel op de achtergrond moest gloren. Hoe de hemel er voor Gracian uitzag, laat zich raden. Zoals de mens anderhalve eeuw later voor Swedenborg eerder creatief dan deugdzaam moest zijn om daar te komen waar alles intenser, kleuriger en creatiever zou zijn dan op aarde, zo moest hij voor Gracian bovenal de kunst van het veinzen goed beheersen. Dan wachtte later een oord vol schrandere soortgenoten met wie de teleurstelling over de aardse middelmatigheid en beperkingen in spitsvondige disputen kon worden besproken, waarbij voorzichtigheid geboden bleef. Een hemel ligt altijd in het verlengde van iemands denken omdat hij daarvan een voortbrengsel is; een paradijselijke hemel met geflierefluit is bij Gracian ondenkbaar.

Gracians cynisme gaat ver. In leefregel 25 wijst hij op het belang het 'oog van een Iynx' te ontwikkelen om andermans bedoelingen te kunnen peilen. Dat is meer dan oplettenheid of voorzichtigheid, dat is oorlog. In 26 luidt het advies 'ieders duimschroeven vinden'. Met deze cynische levenslessen, die hij brengt als het relaas van een schelm, dus een notoir buitenstaander, en met ander werk als zijn El Criticon (De Criticaster) heeft hij grote invloed gehad op denkers-schrijvers als Voltwillire Stendhal, Nietzsche en Schopenhauer, die hem vertaalde, en vermoedelijk ook op Hermans.

Gracian was een priester, dus een actief christen, zij het behorend tot de kritische, kronkelige, pragmatische orde der jezuieten. Hij leefde in een tijd dat Spanje nog volgens de strengste conventies katholiek was en het is bekend hoe zijn tijdgenoot en zielsverwant Quevedo, geen soutanedrager, bij alles wat hij schreef rekening hield met de kerkelijke censuur, al was het maar door deze met mystificaties te slim af te zijn. Gracian vroeg met zijn werk om moeilijkheden.

Wie zo hartstochtelijk pleitte voor voorzichtigheid, zal er wel voor hebben gezorgd dat hij althans in zijn persoonlijk leven niet veel irritatie wekte. Zo is het niet geweest in het geval van Gracian. Hij was in de uitoefening van zijn priesterschap helemaal niet zo voorzichtig en riep extreme reacties op. Als jong priester kreeg hij al een reprimande van zijn oversten omdat hij op de preekstoel een brief uit de hel wilde voorlezen. Hij was een typisch kind van de barok en behept met de daarbijhorende verkniptheid en felheid. Later was hij een dappere legerkapelaan tijdens het beleg van Lerida en de soldaten noemden hem 'vader van de victorie', een eretitel die hij graag memoreerde.

De publikatie van zijn belangrijkste werken komen hem aan het eind van zijn leven op een openbare berisping te staan. Hij wordt op water en brood gezet, mag niet. meer preken en wordt oneervol overgeplaatst, in feite een soort verbanning. Die sancties zijn begrijpelijk. Zet bepaalde leefregels in elkaar en je ziet voor je hoe de strenge kerkelijke censuur van destijds verbleekte. Ronduit onchristelijk is, om er nog maar een te noemen, leefregel 217: Men dient zijn vrienden van nu te vertrouwen alsof zij morgen vijanden zullen zijn, en wel de ergste." Tegelijkertijd moet je ook je vijanden aan je verplichten, want "Geen voorwerp in het grote huis van de wereld is zo onbetekenend dat men het niet eenmaal per jaar nodig heeft" (226): ook niet erg christelijk.

"Over enige koopmanszin beschikken", zo vat leefregel 232 veel van Gracians adviezen samen, en dat is iets heel anders dan Jezus die de kooplieden de tempel uitjoeg. "Men moet niet volgens vaste principes leven, behalve in zedelijke opzicht", zegt hij braaf, maar elders staat precies aangegeven hoe je de schade bij een eventueel geval van onzedelijk gedrag kunt beperken.

Gracian zwicht niet voor zijn superieuren; hij staat voor zijn meningen. Hij neemt zich voor naar een andere orde over te gaan, maar dat lukt niet meer omdat hij vlak na zijn desavouering bij de jezuieten, in 1658, sterft.

Machiavelli

Voor ons schuilt Gracians belang niet in zijn mate van kerkvastheid maar - afgezien van zijn behartigenswaardige lessen -- in zijn Tacitusachtige bondigheid met hier en daar adembenemende beelden. Zo staat in leefregel 17, waarin voor het eerst wordt uiteengezet waarom een mens moet verhullen, afleiden, veinzen, bij wijze van toelichting: "Het is gemakkelijker een vogel te doden die in een rechte lijn vliegt, dan een die kronkels maakt." Verberg, zegt hij zes leefregels verderop, ook je lichamelijke gebreken, in navolging van Julius Caesar die niet voor niets een lauwerkrans op zijn (kale!) kop zette.

Niet driftig zijn, niet humeurig zijn, niet trots zijn, niet al te begerig zijn, matig zijn met winst, en dat allemaal niet vanwege Gods geboden maar omdat je anders geen succes hebt op aarde. Maar Gracian is een actief mens, een echte doener en hij prefereert een enkel foutje boven besluiteloosheid: "Stilstaand water bederft sneller dan stromend water" (72). Heel kronkelig, zoals vaker, is leefregel 83 met het advies af en toe een kleine tekortkoming te tonen, want dan vallen de verdiensten beter op en azen de afgunstigen niet op je fouten.

Natuurlijk is hij vaak met Machiavelli vergeleken, ook in zijn tijd maar hij achtte zich ver verheven boven de 'platvloersheden' van de Italiaan. Hij is ook anders, tobberiger, ethischer, een echte moralist uiteindelijk. Het gaat hem erom het goed te rooien als burger onder de burgers en hij rept nergens van het streven naar politieke macht. Hij is geen politicus. Hij spreekt als de doorsnee bourgeois die wij bijna allemaal zijn. Maar van Seneca, met wie hij ook is vergeleken, heeft hij niets, behalve diens geduld.