Duurste straat Atlantic City vaak nageaapt

Monopoly-spelers zullen ze vaak onmiddellijk herkennen, maar soms ook zullen ze verrast opkijken van de realiteit. De duurste straten ter wereld in het gezelschapsspel zijn dat in werkelijkheid lang niet altijd. Een verkenningstocht langs peperdure winkelpromenades, -pleinen en -boulevards. In deze eerste aflevering de beroemde Boardwalk van Atlantic City.

Waar is de Kalverstraat in de Amerikaanse, de originele versie van Monopoly? Fifth Avenue in New York? Park Avenue? Niets van dat al. Kalverstraat is Boardwalk, de promenade langs het strand van Atlantic City, een badplaats aan de oostkust van de Verenigde Staten. De plaats werd gekozen door de uitvinder van het spel, Charles Darrow, een verwarmingsinstallateur die in de grote depressie van de jaren dertig werkloos was geraakt en het spel in 1934 aan speelgoedfabrikant Parker Brothers aanbood. Darrow woonde in Philadelphia, een stad die zich tot Atlantic City verhoudt als Amsterdam tot Zandvoort.

Maar Atlantic City was aan het eind van de jaren zestig uit de vakantiemode geraakt, en zoals zo vaak met vervallen badplaatsen gebeurt, een armoedige en deprimerende stad geworden. In 1972 kwam de wethouder voor publieke werken op een briljant idee om het imago van de stad op te vijzelen: hij stelde voor om de straatnamen te wijzigen.

Dat leidde tot een storm van protesten van Monopoly-spelers, en een invasie van televisieploegen en schrijvende pers. Op de hoorzitting op 11 januari 1973 getuigde een student van Princeton, namens de “Vereniging ter bescherming van Baltic en Mediterranean”: “De straten van Atlantic City zijn door het Monopoly spel een micro-cosmos geworden van het leven, waarin Baltic en Mediterranean de laatste toevluchtsoorden waren van de underdogs die probeerden te overleven in de schaduw van de overweldigende macht van Boardwalk en Park Place.”

De commissie van Atlantic City sprak unaniem zijn veto uit over het godverlaten voorstel van de wethouder voor publieke werken, en de straatnamen van Atlantic City zijn nooit meer veranderd.

De Boardwalk van Atlantic City was de eerste in de Verenigde Staten, en talloze badplaatsen in de VS hebben het idee overgenomen zodat het woord voor iedere Amerikaan associaties oproept met zon, strand, flaneren, ijsjes eten - met zomer kortom.

Het is een onmogelijk te vertalen woord. Het Wolters-Noordhoff-woordenboek komt niet verder dan “met planken bevloerd pad, dikwijls langs zeestrand”. Het is een soort promenade aan de zeekant van de duinen (die aan de Amerikaanse oostkust meestal laag zijn), met aan de ene kant het strand, aan de andere kant winkeltjes en restaurants. Een briljante uitvinding die de Amerikaanse zucht naar “the pursuit of happiness,” gegarandeerd in de grondwet, bevredigt. Moeder Natuur vond het strand uit, een redelijk geslaagd idee, de Amerikaan vervolmaakte het. Want een strand heeft natuurlijk nadelen. Het heeft geen wc's, douches, of restaurants en bars - en daarvoor dient de Boardwalk.

Op een zonnige julidag spelen vaders met hun kinderen in de bruisende golven van de Atlantische Oceaan, en drentelen toeristen van iedere leeftijd, inkomensklasse en huidskleur over de oude maar goed onderhouden planken van de 6,7 kilometer lange Boardwalk van Atlantic City. Op hun pad komen zij langs t-shirt winkels, Roy Rogers en Burger King, pizza- en ijsverkopers, en bescheiden juwelierswinkeltjes. Maar op verschillende punten langs de Boardwalk, en vooral bij de kruising met Park Place, verrijzen kolossale witte gebouwen boven de nietige winkeltjes. Dit zijn de zwaargewichten waarvoor de toeristen echt naar Atlantic City komen: dit zijn de casino's.

In 1976 was er een andere burgervader van Atlantic City met een iets beter idee om de stad weer op de been te helpen. Hij stelde voor om casino-vergunningen uit te geven. De kiezers van New Jersey gaven hun zegen, en daarmee werd Atlantic City in een klap het Las Vegas van de oostkust - en werd de Boardwalk onbetwist de duurste straat van Atlantic City. De prijs van land verviervoudigde in de 24 uur na het referendum, en de bouw-wedloop was begonnen.

Pag. 10

Donald Trump dankt fortuin aan Atlantic City

Het laatste perceel dat aan de Boardwalk in Atlantic City werd verkocht was 1000 vierkante meter groot en kostte 1,6 miljoen dollar. Huurprijzen varieren van 2000 tot 4000 dollar per jaar per “front foot,” oftewel voet aan de Boardwalk, (oftewel 6000 tot 12000 dollar per meter) afhankelijk van lokatie en diepte van het perceel.

Er staan nu 12 casino-hotels in Atlantic City, waarvan tien aan de Boardwalk. Ze hebben namen als Resorts International, Caesar's Palace, Bally's, Trump Plaza, en Showboat en zijn ieder minstens 400 miljoen dollar waard.

Ze zien er van binnen allemaal hetzelfde uit: een gokzaal van maar liefst 6000 tot 9000 vierkante meter, met circa 1500 gokautomaten en 100 tot 120 tafels voor roulette, crapshoot en blackjack. Verder een serie goedkope restaurants. Ieder gebouw is zodanig ingericht dat het de bezoeker ontmoedigt om naburige casino's te bezoeken.

Sinds 1977 is Atlantic City synoniem met gokken. Onroerend-goedmagnaat Donald Trump heeft een groot deel van zijn fortuin - en zijn reputatie voor glitter, wansmaak en zelf-promotie - te danken aan de stad. Hij heeft maar liefst drie casino's in Atlantic City, plus een hotel. Eerst bouwde hij Trump Plaza aan de Boardwalk en Trump Castle (dat in het achterland staat), vervolgens kocht hij het Atlantis hotel van de Playboy-organisatie en doopte het om tot Trump Regency, en ten slotte opende hij vorig jaar de Trump Taj Mahal, de mastodont die hem bijna de kop kostte.

Trump wilde iedereen overtroeven met zijn Taj Mahal, dat van alles twee keer zo veel heeft. Taj Mahal telt 1250 hotelkamers; een gokzaal van 12.000 vierkante meter met 3000 apparaten en 167 tafels; het heeft 44 verdiepingen en is daarmee het hoogste gebouw van de staat; en Taj Mahal omvat ook een theater met 55.000 stoelen.

Het casino moest per dag een miljoen dollar omzetten om de hypotheek te betalen, en was al een paar maanden na de opening in onderhandeling met zijn geldschieters. De Taj Mahal is nu in surseance van betaling.

Ook Michael Milken en zijn junk bond-imperium waren betrokken bij de bouw-explosie van de jaren tachtig. In 1978 bezocht een zekere Steve Wynn, een casino-eigenaar uit Las Vegas, het eerste casino in Atlantic City, dat van acteur-ondernemer Merv Griffin. Hij keek zijn ogen uit: hij had nog nooit zo veel opgekropte goklust gezien. Wynn besloot zijn eigen casino te bouwen. Maar Wall Street financierde geen casino's: het was te speculatief en bovendien zijn er altijd de geruchten over banden met de maffia.

Maar Milken geloofde er in. Hij verkocht tussen 1980 en 1982 ruim 160 miljoen dollar aan obligaties voor Wynn die zelf twee miljoen dollar eigen geld bijdroeg aan het project. Zes jaar later verkocht Wynn het casino voor 440 miljoen dollar.

De verhalen rond Trumps Taj Mahal wekken de indruk dat Atlantic City is verzadigd, en dat de stad net als New York, Boston en Washington een onroerend-goeddepressie doormaakt. Maar wie er rondloopt, krijgt een andere indruk, en de cijfers bevestigen dat.

Atlantic City trekt nu 32 miljoen toeristen per jaar en is daarmee de grootste attractie van de Verenigde Staten. Groter zelfs dan Disneyworld in Florida, dat 28 miljoen bezoekers per jaar krijgt, net als in Atlantic City meestal dagjesmensen. (Zelfs Taj Mahal wordt goed bezocht. De Casinocommissie van de staat New Jersey heeft vorige maand dan ook besloten dat het casino financieel stabiel is, een beslissing die nodig was om het faillissement af te wikkelen.)

Het bezoekersaantal groeit niet meer zo explosief als in de eerste zes jaar, toen het verviervoudigde tot 28 miljoen. De laatste drie jaar schommelt het aantal bezoekers rond 32 miljoen, en ook al zit daar geen rek meer in, het blijft een fenomenaal aantal.

De casino-industrie zegt dat zij niet alleen bezoekers heeft aangetrokken. De casino's hebben in 1977-1987 ruim 3,5 miljard dollar genvesteerd in de stad, 2,6 miljard dollar belastingen betaald, 69.000 nieuwe banen geschapen, en zij dragen ieder jaar 200 miljoen dollar van hun omzet af aan een staatsfonds dat bejaarden helpt.

Anderen zijn niet zo tevreden, en zeggen dat het geld niet verder komt dan Atlantic Avenue, parallel aan de Boardwalk, twee blokken het binnenland in. En inderdaad: stratenblokken aan de noordzijde van de stad, een halve kilometer van de Boardwalk, leveren het beeld dat zo langzamerhand de standaard is voor oude Amerikaanse steden: vervallen eensgezinswoningen, braakliggende terreinen, zwarte kinderen die spelen in straten vol kuilen.

Sinds 1977 is er wat dat betreft weinig veranderd, maar dat lijkt meer te komen door de achtereenvolgende burgemeesters dan door de casino's. Atlantic City heeft altijd een reputatie hoog gehouden als een van de meest corrupte steden van Amerika, en met de regelmaat van de klok worden burgemeesters en mindere overheidsdienaren betrapt. In 1989 werd burgemeester James Usry om zeven uur 's ochtends van zijn bed gelicht en gearresteerd wegens het aannemen van steekpenningen. Usry was vijf jaar eerder juist aangetreden als 'Mr. Clean' omdat zijn voorganger, Michael Matthews, in opspraak was geraakt. Matthews werd later veroordeeld voor het aannemen van 130.000 dollar aan steekpenningen van maffia-figuren die casino-bouwgrond wilden kopen.

Maar dat merken de toeristen op de Boardwalk allemaal niet. Wat dat betreft is Atlantic City een soort Jamaica - een paar honderd meter van het zorgeloze strand heerst armoe, dank zij onverschillige ondernemers en corrupte bestuurders.