Artiest D-Shake maakt zich sterk voor genotscultuur; House legt de oergevoelens bloot

Wie van house-muziek houdt staat niet als een stijve hark op de dansvloer maar raakt in een trance. Gesprek met D-Shake, de meest succesvolle house-artiest in Nederland.

AMSTERDAM, 8 JULI. Komt er een derde Summer Of Love voor de house, de elektronische dansmuziek die in de zomer van 1989 voor het eerst opgang maakte? Het genre is in Nederland populairder dan ooit, dance-party's worden geafficheerd van Amsterdam tot Appingedam, maandelijks worden op de house-markt zo'n vierhonderd nieuwe platen uitgebracht.

Het moet dit jaar dus lukken, meent D-Shake, tot nu toe de meest succesvolle Nederlandse house-artiest. Hij heeft net de laatste hand gelegd aan zes nieuwe nummers, uiteenlopend van 128 beats per minute (bpm) tot een "gewaagd" langzame 85 bpm. " Daar zit geheid top-40 werk tussen," zegt hij, in zijn flat in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Hij heeft een uitnodiging op zak om als deejay in Moskou op de eerste Russische house-party te draaien en, als het meezit, in New York. "En in Delft" vult hij grijnzend aan.

Toch signaleert de 32jarige Amsterdammer - ook bekend onder de andere twee namen op zijn antwoordapparaat: deejay LeBeau en, zijn echte naam, Aad de Mooij - een trendbreuk in de house-cultuur. Na het stormachtige succes van de afgelopen jaren, staat het genre volgens D-Shake op een tweesprong. "Als er dit jaar 'gepiekt' wordt met een aantal flinke zomerhits kunnen we nog een jaar vooruit, maar het zou me ook niets verbazen als de echte house over een jaar volkomen verdwenen is."

House, halverwege de jaren tachtig voortgekomen uit het samengaan van experimentele elektronische muziek met de danscultuur van de Amerikaanse hip hop, waaide uit Chicago over naar Londen en Amsterdam. Puur op de 'beat' gerichte dansmuziek, die brak met alle kenmerken van de 'traditionele' popmuziek: veelal geen herkenbare melodielijn, geen dominante zang of instrumentale soli, en vooral, in navolging van de punk, geen sterrencultuur rond de artiesten.

Het keerpunt dat LeBeau / De Mooij nu signaleert, wijt hij deels aan de verbreding van het housepubliek - dat is uitgegroeid van een selecte kring in de Amsterdamse club de Roxy tot een piramide met een brede basis in "alle bevolkingsgroepen, van BMW yuppen tot bankwerkers" - maar vooral aan commerciele overproduktie. Er wordt waanzinnig veel uitgebracht, ik luister naar honderd platen per week en daar zit zoveel fantasieloze rotzooi tussen dat ik vaak echt vloekend rondloop. Is het weer een plaat waar de gemakzucht van afdruipt of van iemand die gewoon zijn computer aanzet om ook eens iets te verdienen.

Dus ofwel de house graaft zo zijn eigen graf of - wat meer voor de hand ligt - het zeurt nog een jaartje door. Slibt de hele zaak dicht, dan denk ik dat er over een jaar nog wel een enorme danscultuur is, maar wel een die mijlenver afstaat van wat ooit house was. Het hoogtepunt is in elk geval allang geweest, dit is allemaal het naijl-effect."

En echte house, dat is voor hem vooral nog dat "ene procent" van de 'gabberhouse': de meest directe, elementairste vorm van house, waarvan de naam ontleend is aan de Amsterdamse nozem, makker ofwel 'gabber'. Daarin herkent hij nog "het simplistische van de originele house. de pure energie en 'drive'. "Je moet er een beetje mee oppassen want a!les wordt tegenwoordig gabberhouse genoemd - ik vind zelf 'bagger' een betere naam - en het heeft een negatieve bijsmaak gekregen omdat voetbalsupporters-types ervan houden, maar het komt naar mijn smaak het dichtst bij de eerste house. Al die andere subgenres, van swingbeat tot hip house, soft house, pop house, dat heeft er geen moer mee te maken. De 'Manchester'-sound? Slappe psychedelische gitaarpop met op de achtergrond een vaag house-beatje. Het slaat nergens op, ik hoor geen enkel verband."

D-Shake/LeBeau kan het weten. Begin 1990 sloeg zijn snoeiharde maar, zegt hij zelf met nadruk, tegelijk subtiele elektronische dansplaat YAAAAH! in de Amsterdamse club-scene in als een bom. De plaat, waarvan inmiddels wereldwijd tegen de 2OO.OOO exemplaren zijn verkocht, effende de weg voor een hele generatie 'gabberhouse'.

Zelf noemt hij YAAAAH ! "een milestone". "Het was overigens helemaal niet bedoeld als een gabberplaat, het is gewoon gemaakt met het idee: ik ga een enorm harde 'drive' neerzetten een 'trance-beat', harder dan alles ervoor. Monotone beat, dwingende baslijn--dat was de essentie van YAAAAH! In meerdere mate nog van de B-kant Technotrance, dat is echt ontdaan van alle melodiebuigingen, het ettert en dendert maar voort, maar wel met heel subtiele accentsverschuivingen, waardoor een soort oergevoel in je opgeroepen wordt - dat is het gabbergevoel, het Cro Magnon-gevoel."

YAAAAH! was begin 1990 de eerste houseplaat die in brede kring appelleerde aan dat gevoel. "Daarvoor was het een kwestie van de elite, de jet set, maar na YAAAAH! kwamen ook het werkvolk, de bankwerkers, de, pak hem beet, lassers, buschauffeurs, en PTT-beambten er op af." Ze ontdekten het "levensgevoel" van de house. "Vier nachten per week 'clubben', je oergevoel blootleggen en exploreren en in een trance raken. In elk geval niet als een of andere stijve hark langs de dansvloer staan. 'Let go of yourself', daar gaat het om: wat kan het je allemaal schelen. De muziek blaast uit de installatie, je loopt een stukje, je drinkt wat bier, je gaat even spastisch staan doen op de dansvloer, je geneert je kortom niet voor jezelf. Het is ook een heel homogene jeugdcultuur: iedereen kan meedoen, je hoeft geen lid te zijn van de PSP of zoiets. Het is een volstrekt pretentieloze genotscultuur. Niet meer dan dat. De muziek bevat geen enkel statement."

LeBeau juicht dat van harte toe en ergert zich "wild" aan de "prietpraat" van collega-artiest Gert van Veen (van de band Quazar) die zich heeft opgeworpen als house-ideoloog. Van Veen ziet een verband tussen de elektronische trance-muziek en de 'bewustzijnsverruimende' psychedelica uit de jaren zestig. D-Shake: "Ik word doodziek van die pogingen om 'diepgang' aan house te geven en er toch weer een en of ander ideologietje aan te hangen. Alsof de muziek niet genoeg heeft aan zichzelf." Hij stoort zich daarom ook aan de onwil van sommige plotseling kieskeurig geworden dee jay's om nog langer de als te 'plat' bestempelde gabber-platen te draaien. "Het is toevallig nog altijd zo dat als je drie gepolijste platen hebt gedraaid en je gooit er een gabberplaat overheen, de hele tent daar van op zijn kop gaat."

Maar stel dat het over een jaar afgelopen is met de 'echte' house, wat gaat hij dan zelf maken? "Ach, ik zou ook wel eens wat vage sferische tapijtjes willen maken, om thuis naar te luisteren. Dat is meer de 'chill-out' house lekker liggen 'chillen' op de bank na een feest of vlak ervoor, met een glaasje verse vruchtensap terwijl je je voeten laat masseren. Ook leuk."