Toen Zeus, nu Bilderdijk

Iedereen die wel eens in Amsterdam-Zuid is geweest kent de elegante, hoog boven de volle bomen uittorenende Rijks Verzekerings Bank. Maar de verzekeringsbank is verhuisd naar een nietszeggend gebouw in Amstelveen. Hoe moet het verder met het monument aan de Apollolaan? “Alle pogingen om het te verheffen tot een onderkomen dat commercieel past bij een toplocatie A-1-Extra, zullen het gebouw doen verschalen tot een architectonisch misbaksel.”

O hemel! - schoot door het hoofd van deze krantelezer toen hij, begin juni, de foto zag van de officiele opening door koningin Beatrix van het nieuwe hoofdkantoor van de Sociale Verzekeringsbank in Amstelveen. De schrikreactie gold dit keer niet het tenue en hoofddeksel van onze vorstin, maar de achtergrond waarvoor ze, temidden van andere hoogwaardigen, met fiere koninginneglimlach poseerde. Het gezelschap stond onmiskenbaar in een atrium en het meest dominant in het beeld was een liftwand met opengewerkte schachten. Het staketsel werd ter hoogte van elke verdieping vastgepind door eigenaardige, grove uitstulpingen in de liftstijlen. Het leken wel reusachtige elektriciteitsstoppen met een donker gat in de kop. Twintig boosaardige ogen, aangebracht op vier verticale geleiders die de drie ronde, glazen liften in het gareel moesten houden. Een technische wand met de paternosters van dit fin de siecle.

Het nieuwe complex in Amstelveen van architect ir. A. Bonnema is de opvolger van een legendarisch gebouw dat oorspronkelijk de Rijks Verzekerings Bank heette en nog steeds dit opschrift draagt, nostalgisch delicaat opgehangen aan de voorgevel. Het monument ligt aan de Apollolaan in Amsterdam. Iedereen die weleens in Amsterdam-Zuid is geweest, kent het elegante, hoog boven de omringende baksteen huizen en volle bomen uittorenende kantoorgebouw, schuin tegenover het Apollo Hotel. Het opvallend witte bouwwerk werd eind jaren dertig ontworpen door architect Dirk Roosenburg (1887-1962). Deze bescheiden bouwmeester heeft nooit zoveel bekendheid gekregen als zijn tijdgenoot J.J.P. Oud (1890-1963), maar de Rijks Verzekerings Bank staat architectonisch op gelijke hoogte met het beroemdste kantoorgebouw van Oud, ontstaan in dezelfde tijd, het eveneens witte Shell-, of 'BIM-gebouw' (1939-1942) aan de Wassenaarseweg in Den Haag.

De twee middelgrote kantoorgebouwen danken hun gemeenschappelijk, wonderlijk muzische stijl aan een combinatie van streng functionalisme en de sobere toepassing van een monumentale, licht romantische en niet van ornamentiek gespeende ontwerpvisie. Het Bim-gebouw van Oud en de Rijks Verzekerings Bank van Roosenburg zijn ongewoon sprekende eindpunten van het gewetensvolle streven van de vooroorlogse moderne beweging, door J.J.P. Oud omschreven als: “het zoeken van zuivere vormen voor behoeften die zuiver zijn gesteld”.

Dit refrein leidde bij de Rijks Verzekerings Bank tot een plattegrond die nog het beste te vergelijken is met een lettertang, een 'Addressograph', een revolver met een platte, geheel ronde kamer die de architect voor ogen had toen hij het vraagstuk van de archiefopslag moest oplossen. Zevenenveertig miljoen rentekaarten opgeborgen in een horizontaal wiel “dat zeer licht zal draaien”, schreef Roosenburg in een toelichting in het Bouwkundig Weekblad Architectura in 1937. Dit wiel werd het negen meter hoge ringgebouw, dat als basis diende voor een tussen de vijfendertig en veertig meter hoge, slanke bovenbouw dat aan de voorkant op pilaren zweeft boven een overdekte, magistrale entree. Hoge, stalen ramen (in het totale gevelvlak 6000 vierkante meter), een lichte, keramische gevelbekleding - twintig jaar geleden vervangen door platen van bijna witte natuursteen die nu nodig moeten worden schoongemaakt - de wijkende boegvorm van de smal toelopende, opstijgende voorgevel en de uit glas en staal opgetrokken, lage cantineverdieping op het bovendek, leverden, samen met de functie van het gebouw, een natuurlijke bijnaam op: Het schip van staat.

Dit sierlijke schip is nu verlaten. Op een terrein in Amstelveen, tussen de Beneluxbaan, de Van Heuven- Goedhartlaan, de Handelsweg en Meander is een nieuw onderkomen voor de verzekeringsbank opgetrokken. Het ditmaal horizontale bouwwerk, bestemd voor negenhonderd personeelsleden, is ook geheel wit. De plattegrond laat een combinatie van zuiver ronde en lijnrechte vormen zien die, wat contouren betreft, doet denken aan de Stopera. Een L-vormige vleugel is met een driekwart cirkel-gebouw verbonden door een centrale hal, een spectaculair, geheel glazen en schuin afgesneden atrium dat met een scherpe punt hoog uitsteekt boven de omringende Amstelveense bebouwing en begroeiing.

Ter gelegenheid van de opening van het nieuwe hoofdkantoor van de Sociale Verzekeringsbank verscheen een boek waarin de ontwerp- en bouwgeschiedenis van het oude en nieuwe gebouw wordt beschreven. De president-directeur, mr. P.A. Schaafsma, was uiteraard tot een Ten geleide verplicht. Hij begint trefzeker met een versregel van Bilderdijk: “In 't verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal”. De president-directeur vervolgt, boven een handtekening die zo'n uitgekiende, horizontale lijnvoering draagt dat elke kundige constructuur met dit schetsontwerp een brug over de Maas kan verwezenlijken: “Architect Bonnema is er op onnavolgbare wijze in geslaagd om in zijn ontwerp elementen te verwerken die zijn ontleend aan het oude hoofdkantoor aan de Apollolaan in Amsterdam, schepping van architect Roosenburg. Puttend uit een rijk architectonisch verleden heeft hij een zeer modern gebouw met een volstrekt eigen karakter geschapen, dat door minstens even grote allure wordt gekenmerkt als het oude gebouw.”

Schaafsma's voorganger in 1939, de toenmalige voorzitter van de Raad van Bestuur van de Rijks Verzekerings Bank, nam bij de opening van het gebouw van Roosenburg ook zijn toevlucht tot een dichter: “Over de vraag, welke plaats de bank architectonisch inneemt temidden van de vele fraaie oude en nieuwe gebouwen in Amsterdam, zal nog wel niet het laatste woord gesproken zijn. De architect moet maar denken aan het woord van den Griekschen dichter die zeide, dat zelfs Zeus het niet allen naar den zin kan maken, als hij nu eens regen dan weer droogte zendt.”

Zo trots en zelfverzekerd als de huidige president-directeur is over het moderne gebouw van Bonnema - deze architect heeft ook het hoogste gebouw van Nederland ontworpen dat op het ogenblik terzijde van het Centraal Station in Rotterdam verrijst, het hoofdkantoor van de Nationale Nederlanden - zo voorzichtig was zijn voorganger in 1939 over de magnifieke schepping van Roosenburg. De twijfelende appreciatie van de toenmalige voorzitter zal zijn ingegeven door het ongebruikelijke karakter van het gebouw van Roosenburg, dat met de slanke en vooral hoog oprijzende vorm, drastisch afweek van de in die tijd en in die omgeving gangbare architectuur. Het gebouw van de Rijks Verzekerings Bank was dan ook al omstreden voordat het was voltooid.

Een van de grote voorgangers van het Nieuwe Bouwen, de architect Mart Stam, schreef in 1937 in het tijdschrift 'De 8 en Opbouw' een verontwaardigd stuk. Hij had de tekeningen bestudeerd en was tot de ontdekking gekomen dat de bouw begonnen was. Alle commissies hadden het ontwerp dus kennelijk goedgekeurd, concludeerde hij. Stam: “Moeten we dan aannemen, dat niemand heeft gezien, dat het in deze wijk geheel niet op zijn plaats is; dat het uit de schaal is; dat het veertig meter hooge gevelvlak tusschen de kleine vrije huisjes met een goothoogte van 7 en 6 meter volkomen onmogelijk is? Moeten we dan aannemen, dat men niet gezien heeft, dat, zuiver stedebouwkundig gezien, de plaatsing van de hoofdmassa diagonaal op het terrein volkomen onverdedigbaar is?” Stam besloot zijn aanklacht met het gebouw van de Rijks Verzekerings Bank 'een misbaksel' te noemen.

Hoe komt het dat vijftig jaar later vrijwel niemand het met dit oordeel eens is? Omdat Mart Stam het gebouw onder vuur nam toen nog slechts de eerste paal was geslagen. Hij bestreed het idee van de hoogte en de diagonale ligging, meer niet. Had hij het gebouw in voltooide staat besproken, dan zou hij door de geraffineerde compositie van de bouwvolumes volgens de principes van de lettertang en vooral ook door de fijnzinnige detaillering - hoewel hij een strenge modernist was - ongetwijfeld tot andere conclusies zijn gekomen. Want het is door deze rijkdom, dat de omgeving zich naar het gebouw heeft gevoegd, waarmee de bezwaren van Stam door de geschiedenis zijn geloochenstraft.

Ironisch genoeg zijn er nu ontwikkelingen gaande die Stam, met zijn gevolgtrekking van 'misbaksel', achteraf in het gelijk kunnen gaan stellen. Het gebouw van Roosenburg aan de Apollolaan is verkocht en wordt gerenoveerd, dat wil zeggen voor het moderne bedrijfsleven geschikt gemaakt, want het blijkt een toplocatie A-1-Extra. Met dit doel is een verbouwingsplan opgesteld dat voorziet in aanpassing van het hoogbouwgedeelte waarbij een dakopbouw voor technische installaties noodzakelijk wordt geacht. De plannen beogen een opbouw van 76 meter lang en drie meter hoog. Dat wordt een desastreuze, blinde verdieping. Een wezenskenmerk van het gebouw, de dunne, stalen raamprofielen, toont gebreken en moet worden aangepakt. Dat betekent 6000 vierkante meter raamoppervlak in een dikker, platter kozijn en een totaal ander gevelaanzicht. Voorts zal het ringgebouw, het archiefwiel, worden afgebroken om naderhand weer in een, naar binnen toe, bredere versie te worden herbouwd nadat eronder een parkeergarage is aangelegd. Wie de opvallend gave ring nu aanschouwt, begrijpt dat reconstructie 'maar dan een beetje anders' catastrofaal zal zijn. Voor al deze ingrepen heeft de Rijksdienst voor de Monumentenzorg vergunning verleend, mits “het ringgebouw voor (en tijdens) de afbraak professioneel wordt gedocumenteerd”.

Mart Stam dreigt alsnog gelijk te krijgen. De Rijks Verzekerings Bank van Roosenburg loopt ernstig gevaar. Alle pogingen om het gebouw te verheffen tot een onderkomen dat commercieel past bij een toplocatie A-1-Extra, zullen het doen verschalen tot een architectonisch misbaksel.

Met de nieuwe Sociale Verzekeringsbank van Bonnema in Amstelveen zal het nooit zover komen. Het complex valt in de betrekkelijk dodelijke categorie 'Ik weet niet wat ik ervan moet vinden' (commentaar letterlijk opgevangen). Het gebouw is in geen enkel opzicht controversieel. De president-directeur heeft gelijk met zijn Bilderdijk-citaat. Hoe verschrikkelijk waar is de regel: “In 't verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal” als je hem toepast op het Sociale Verzekeringsgebouw van Bonnema. Het gebouw is een toonbeeld van vrijblijvendheid dat alleen maar uitdaagt tot kleine opmerkingen. De glasraamstroken spiegelen teveel, zodat er nooit een aantrekkelijke transparante werking ontstaat. De lange, grotendeels dichte gevel aan de kant van Meander is rommelig en nors, een typisch restgevel. Het dikke, langwerpige blok op de hoek van de Van Heuven Goedhartlaan en de Handelsweg, dat wordt ondersteund door die ene ronde kolom, is te blind en teveel waterhoofd. Het ronde binnenplein is mooi en het enige element dat allure heeft. Maar hoe is het mogelijk dat de verticale stijlen van die ontelbare te kleine ramen in de buitengevels nergens behoorlijk aansluiten op de vensterbank?