ZUID-LIMBURG

Margraten, Mheer en Noorbeek door A. G. Schulte 400 blz., Waanders 1991, f 95,- ISBN 90 6630 248 8

De minister van cultuur heeft onlangs bijna in ee ademtocht gemeld geen geld te hebben voor de gellustreerde beschrijving van de Grafelijke Zalen in Den Haag en te willen bezuinigen op de staf van de Rijksdiensten voor de Monumentenzorg in Zeist. Als er nu juist een overheidsdienst is waarvan het nut aantoonbaar en bewezen is, dan is het wel de RDMZ, en de wat minder op de voorgrond tredende Rijkscommissie voor de monumentenbeschrijving in diens schoot. Het is niet te hopen dat daar klappen gaan vallen, anders komt dat boek over het Binnenhof er nooit. Al sinds 1912 slingert deze commissie met enige regelmaat een boek in de wereld in de reeks 'De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst', een gellustreerde beschrijving van het (on)roerende patrimonium. Het gaat niet hard: het onlangs verschenen deel Margraten, Mheer en Noorbeek is het tweeendertigste in de serie en nog liggen hele stukken Nederland braak. Het is wel het eerste boek dat bij Waanders verschijnt (de voorgaande verschenen bij de SdU) en die houdt van opschieten, want voor 1992 zijn de delen over Voorne-Putten en de Alblasserwaard al aangekondigd. Per keer dat er een nieuw deel verschijnt in deze reeks, die nationaal en internationaal een begrip is op het gebied van de monumentenbeschrijving, lijkt het wel of het bestreken gebied steeds kleiner wordt, nog afgezien van afleveringen waarin maar een gebouw wordt beschreven. Het onderhavige boek beschrijft een zandloperachtig gebied, ingeklemd tussen Geuldal en Voerstreek, dat door de collega's in andere delen over Zuid-Limburg was overgeslagen. Dat maakte de taak van A. G. Schulte er niet gemakkelijker op sinds het gebruik is een doortimmerd verhaal op te nemen over de geschiedenis en de geografie van het besproken gebied. Margraten, Mheer en Noorbeek hoorden niet bij elkaar en hebben ook een geheel verschillende geschiedenis, zelfs de kerkelijke indeling liep dwars door het terrein. Een aaneengesloten cultuurlandschap, zoals in het laatste over Limburg verschenen deel uit 1983 over Vaals, Wittem en Slenaken, was de schrijver niet gegund en mocht er nog een gemeentelijke herindeling komen dan is de samenhang alweer verstoord. Het is een van de nadelen sinds de commissie is afgestapt van het simpele alfabet om de Limburgse plaatsen een volgorde te geven. De taak van de schrijver is er ook al niet eenvoudiger op geworden sinds de monumentenwet van 1961 een vrij intensieve inventarisatie nodig maakt ten behoeve van de bescherming, een bijna voortdurende uitbreiding plaatsvindt van het aantal monumenten en panden en objecten dat daartoe gerekend wordt en bovendien door doelgericht bouwhistorisch onderzoek de kennis wordt verdiept en vergroot. En dit alles moet niet gecomprimeerd maar liefst zo uitvoerig mogelijk in boekvorm worden behandeld wil er het keurmerk 'NMGK' op komen. De eisen die de commissie stelt, lijkt ze telkens op te schroeven - in het voorwoord van dit deel waarschuwt de directeur van monumentenzorg alvast dat volgende beschrijvingen meer zullen worden toegespitst op een algemeen categorale en typologische behandeling van de stof. Als dat zo doorgaat, komt er nooit meer een boek af, of de een na de andere schrijver bedankt voor de eer. Overigens kan Margraten, Mheer en Noorbeek geen streek geweest zijn die Schulte bovenmatig veel plezier heeft opgeleverd. Hoe mooi het landschap ook is en hoe lieflijk de dorpjes erin gevleid liggen, er zijn geen kastelen waar Limburg zo rijk aan is, geen grote kerken of imposante abdijcomplexen. Het is vooral landelijke architectuur, grote en kleine vakwerkboerderijen en kapitale hoeves. Toch heeft hij het nauwgezet en zorgvuldig beschreven, adequaat gellustreerd en uitvoerig gedocumenteerd, waardoor dit deel zich in monumentaliteit niet onderscheidt van de overige uit de reeks. Op zo'n boek kun je geen kritiek hebben, tenzij vreselijk goed thuis in de streek of miereneuker. Het enige dat ik heb gemist, maar dat doe ik al langer, zijn de handige 'Stichworter' in de marge, die de overzichtelijkheid van de tekst vergroten en vooral het karakter van naslagwerken beklemtonen. Maar daar wil de commissie nou juist van af, terwijl het de publieksvriendelijkheid van de tekst toch niet in de weg staat. Niettemin is met deze derde aflevering van het derde stuk van deel vijf een waardevol boek verschenen, en het vliegt nog de winkels uit ook.