Wie waarom schiet blijft onduidelijk

LJUBLJANA, 29 JUNI. Een mitrailleursalvo verstuurt ruw de stilte van de zomermiddag. Het geluid komt van achter de bomen, uit de richting van de parkeerplaats van het vliegveld Brnik, bij de Sloveense hoofdstad Ljubljana. Even later is een donkere rookwolk te zien: opnieuw lijken enkele geparkeerde auto's in brandgeschoten. Door wie, dat blijft eigenlijk onduidelijk. De twee Oostenrijkse fotografen die een uurtje geleden bij hun autorit op de landingsbaan zijn omgekomen, zijn - melden de Sloveense autoriteiten - slachtoffer van een antitankwapen van het leger, dat hun jeep in brand schoot.

Het merkwaardige is echter dat niemand vandaag in deze buurt meer militairen heeft gezien, terwijl die toch zonder twijfel hier donderdagmorgen stellingen hebben betrokken. Slechts voor de aanwezigheid van Sloveense soldaten zijn bewijzen. Maar wie waarom schiet blijft onduidelijk. Het leger heeft weliswaar vrijdagmorgen weer met MiG-straaljagers over het vliegveld gevlogen, maar heeft geen duidelijke pogingen gedaan dit in te nemen. Van de plek waar wij staan is op de landingsbaan nog een zo te zien onbeschadigde rode autobus zichtbaar, door de Slovenen op de landingsbaan neergezet om landingen door het Joegoslavische leger te voorkomen. De strijd in Slovenie - voor de autoriteiten in Ljubljana een “bezetting door een vreemde mogendheid”, voor de Joegoslavische regering in Belgrado slechts een poging de Joegoslavische buitengrenzen te beschermen tegen onwettige overname door Sloveense politie - lijkt een van die lange rij van conflicten waarbij zeer moeilijk waarheid en fantasie van elkaar te onderscheiden zijn. In het dorpje Sputnik Brnika, in het zicht van de luchthaven, staan drie autobussen van het streekvervoerbedrijf Alptours barricadegewijs naast de zestiende-eeuwse kerk van de heilige Simon. Uit de richting van het vliegveld is er kennelijk op de bussen geschoten. Een kogel heeft de ene zijwand doorboord en is aan de andere kant blijven steken. Wanneer is dat gebeurd en door wie? De allervriendelijkste dorpelingen, die de buitenlandse verslaggever koffie aanbieden, weten daar niet precies het antwoord op. Misschien was het wel vanochtend, ja vanochtend was het. Of neem de tank bij het dorpje Moste, die geheel in onderdelen uiteengevallen en uitgebrand langs de kant van de weg staat.

Pag. 5:

Slovenen blijven nogal welgemoed onder het geweld

Het tafreeltje doet een vreselijke slag vermoeden, maar de dorpelingen ter plaatse vertellen een heel ander verhaal. De tank was met motorpech achtergebleven, en de drie inzittende militairen - een Kroaat, een Servier en een Macedonier - hadden zich maar al te graag overgegeven aan de plaatselijke bevolking, toen deze dreigend nabijkwam. Toen 's middags een reparatie-eenheid van het Joegoslavische leger de tank weer vlottend wilde krijgen, viel er weinig meer voor hen te doen. Maar hoe is men er dan in geslaagd, de hele koepel van het voertuig af te krijgen? Daarover verschillen de lezingen: volgens sommigen zijn bij het uitbranden van het voertuig de binnen nog aanwezige explosieven de lucht ingegaan, anderen houden het op de werking van een krachtige landbouwmachine. In ieder geval is de tank een welkom speelobject voor de dorpsjeugd. Ook menige volwassene bestijgt trouwens breed lachend het wrak, om zijn woede over de legeraanval op de Sloveense onafhankelijkheid te koelen. Merkwaardig trouwens, hoe welgemoed de Slovenen in het algemeen onder het geweld om hen heen blijven. “Ik had een prachtig uitzicht vanuit mijn huis op de heuvel”, vertelt de man die in het dorpje Trzin, waar zich gisteren een kleine veldslag tussen Sloveense en Joegoslavische soldaten heeft afgespeeld. Slovenen bewaken nu de resten van een barricade waar de tanks niet doorheen kwamen. Een volbeladen tankwagen vloog namelijk in brand, toen ze het probeerden. Volgens de buurtbewoner zijn er vuurgevechten geweest, tussen Sloveense soldaten en per helikopter aangevoerde parachutisten. Twee van hen ten minste (volgens de Sloveense radio vier, ook sneuvelde een Sloveen) hebben het leven gelaten. De barricade bleef overeind. Men heeft haar met nieuwe vrachtwagens versterkt, waaronder grote anti-tankmijnen liggen. Als waarschuwing daarvoor staat dan ook vijftig meter ervoor een waarschuwingsbord met een beschilderd karton: “Mijnen” “En het mooiste was nog wel”, meent de buurtbewoner, “dat de treinen vlak naast de slag de hele tijd gewoon doorreden”. Het nieuws van het tweezijdig afgekondigd staakt-het-vuren wordt om negen uur in de Sloveense hoofdstad Ljubljana niet met uitingen van volksvreugde begroet. De stad is uitgestorven, voor de tweede achtereenvolgende avond. Restaurants en winkels hebben al om zes uur hun poorten gesloten, in verband met het 'oorlogsgevaar'. Autoriteiten hebben de afgelopen dagen de vrees geuit dat de hoofdstad en de regeringsinstanties het slachtoffer zouden worden van een aanval, of een poging door het leger de macht over te nemen. Openlijk is ook de vrees uitgesproken dat het federale leger eventueel op eigen initiatief, zonder zich te storen aan de federale regering van Ante Markovic, zou kunnen handelen. In het licht daarvan in ieder geval heeft de directie van een hotel, waar in twee talen de gasten worden opgeroepen bij een bombardement de schuilkelder op te zoeken, na de nieuwe wapenstilstand deze instructies in de lift niet weggehaald.