Waar zijn de papegaaiduikers, aalscholvers en futen gebleven

'Let nou eens op'', zegt Fred Weltz, garnalenvisser uit Cordova, Alaska. Boven het water van de Prince William Sound cirkelt een stel meeuwen begerig rond. ''Die komen zo weer gratis aan de kost.'' En Fred is amper uitgesproken of er duiken twee zeeleeuwen op, die elkaar een vette zalm betwisten. In de hitte van de strijd vliegen er brokstukken van de prooi af, waar de meeuwen ijlings mee verdwijnen.

Een watervliegtuigje heeft me afgezet bij de Dancing Bear, de boot van Weltz, die me een etmaal lang zal rondvaren door de Sound, zeg maar baai of inham, maar dan aanmerkelijk groter dan het woord doet vermoeden, circa 4.000 vierkante kilometer als uitloper van de Golf van Alaska. Het gebied pleegt bezoekers tot de meest lyrische omschrijvingen te verlokken; het is 'adembenemend mooi' of van een 'wonderbaarlijke pracht', het 'Shangri La van het noorden', en ik kan het allemaal beamen, zoals de Sound zich aan me openbaart op een zonnige junidag 1991 bij 20 graden Celsius. Helder water, met spar en den bedekte eilandjes en diep het land instekende fjorden tegen de achtergrond van besneeuwd gebergte. Wiekende adelaars, zee-otters die zich loom op de rug laten drijven, en opspringende zeeleeuwen, het kan niet op. Maar is dit alles zo ongerept als het lijkt? We zijn in dezelfde omgeving die ruim twee jaar geleden, in maart 1989, het toneel was van een voor Amerikaanse begrippen ongekende milieuramp, toen de supertanker Exxon Valdez hier op de klippen voer en 42 miljoen liter ruwe olie verloor. Sinds die schokkende gebeurtenis, die zich voltrok terwijl kapitein Joseph Hazelwood al dan niet beschonken in zijn kooi lag, is verreweg het meeste vuil ten koste van honderden miljoenen dollars opgeruimd; de rotsen en steenachtige stranden zijn met wasmiddelen en hoge-drukspuiten gereinigd en als we de verantwoordelijke maatschappij, Exxon, mogen geloven, heeft het vanouds uitbundige dierenleven in en rond de Sound zich vrijwel volledig hersteld. Oppervlakkige waarneming lijkt die bewering te bevestigen, maar Fred Weltz, 43 jaar en een man die zich van kinds af aan met de natuur bezighoudt, is er niet gerust op. Hij weet de plekken te vinden die aan het speurend oog van Exxons schoonmaakploegen ontsnapten, onder meer op Crafton Island, waar nog klonten teer tussen de keien kleven, terwijl de vloedlijn duidelijk aangeeft tot waar de olie reikte. Toch betreffen zijn zorgen minder het heden dan de toekomst: ''Ik heb een sterk vermoeden dat de gecompliceerde voedselketen hier in de Sound is aangetast en dat zullen we misschien pas na jaren merken. En dan denk ik niet alleen aan een economisch belang als de visserij. Daarvoor ben ik te veel een natuurman. Het gaat me ook om de slakken en mossels, de otters en de vogels. Mijn indruk is dat vooral de vogelwereld een harde klap heeft gekregen. Adelaars genoeg, maar waar zijn de aalscholvers, de futen en de papegaaiduikers? Ja, hier en daar een verdwaald exemplaar, maar dat haalt niet bij wat er vroeger rondzwom.''

ZEEKOETEN

Behalve Exxon hebben ook de staat Alaska en de federale regering in Washington wetenschappelijk onderzoek in de baai laten uitvoeren en de resultaten daarvan zijn onlangs gedeeltelijk openbaar gemaakt. Ze geven een aanmerkelijk minder rooskleurig beeld van wat de olie aanrichtte dan de Exxon-rapportage. Het aantal gesneuvelde vogels wordt niet op 200.000, maar op ruim 400.000 geschat. Het betreft voor bijna de helft zeekoeten, waarvan de populatie op sommige plekken met zo'n 70 procent werd uitgedund, terwijl de resterende vogels vrijwel geen nageslacht wisten voort te brengen. Door de lozing kwamen geen duizend, maar naar schatting vier keer zo veel otters om het leven, ongeveer een kwart van het totaal in de Golf van Alaska. Zelfs vorige zomer stierven er nog aan de naweeen van de 'oil spill'. Verder is sprake van hersenschade bij zeehonden en opvallende mutaties bij vislarven, waaronder afwijkingen aan vinnen en ruggegraat. Voor een plaats als Cordova, aan de oostkant van de Sound, is dat laatste gegeven van groot belang in de verbeten strijd die met Exxon gaande is om geleden of nog te lijden schade als gevolg van de olieramp vergoed te krijgen. Cordova leeft bij de gratie van de visserij, die een reeks soorten omvat, in volgorde van commercieel gewicht: rode en roze zalm (grotendeels opgekweekt in zogenoemde hatcheries), haring, krab, heilbot en garnaal. Het dorp telt, althans 's winters, amper 3.000 zielen. 's Zomers zijn het er meer, omdat er dan extra vissers als een soort hulpkrachten uit Seattle en Californie naar Alaska komen. Samen hebben ze circa 900 boten in de haven liggen en aan de wal staan heel wat visverwerkende bedrijven. Zalm wordt hoofdzakelijk ingeblikt of ingevroren voor de nationale en internationale markt, terwijl haringkuit - licht gezouten en compleet met bedje van zeewier - zijn weg vindt naar Japan. Men zou Cordova met enige fantasie het 'Urk van Alaska' kunnen noemen en niet alleen om die zilte monocultuur. Achter een wat slordige verzameling houten huizen en andere gebouwen schuilt veel geld; het dorp schijnt zelfs tot de welvarendste van de Verenigde Staten te behoren, al zie je het niet aan de buitenkant. Bovendien heeft ook hier het kerkelijk leven en vooral de verscheidenheid daarin een hoge vlucht genomen met welgeteld elf denominaties, waaronder negen van protestantse signatuur. Daar houdt de vergelijking ongeveer op. Cordova, genoemd naar een Spaanse admiraal die hier tweehonderd jaar geleden zijn invloed aanwendde, vleit zich tegen een zeer on-Nederlandse berghelling en heeft deels een bevolking van 'natives', Indianen of Eskimo's, die - anders dan de Europese immigranten - hun wortels in Alaska hebben. Er wordt een stevige slok gedronken, meest bier en whisky, en praktisch elke mannelijke bewoner draagt een baseballpetje. Er zijn geen landwegen die naar Cordova leiden; men verplaatst zich per boot of vliegtuig, bijvoorbeeld naar de hoofdstad Anchorage of Valdez, gelegen aan het eind van de pijpleiding, die sinds 1977 ruwe olie uit Noord-Alaska over een afstand van 1.300 kilometer naar de ijsvrije zuidkust voert.

'FALL OUT'

Dat oliestadje Valdez, waar de terminals liggen, en moedermaatschappij Exxon gaven hun naam aan de tanker die alles teweegbracht en die in Cordova, maar ook in andere vissersdorpen nog dagelijks over de tong gaat. Zelfs ruim twee jaar na dato blijft de 'fall out' van de ramp in volle hevigheid op de nederzetting neerdalen. Juist als ik daar ben, medio juni, speelt zich in het gerechtsgebouwtje bij de haven een zaak af die het gemeenteraadslid Conny Tailor tegen drie collega's, feitelijk wethouders, heeft aangespannen, omdat zij in haar ogen de voorgeschreven openbaarheid van bestuur met voeten hebben getreden. Het betreft onder meer de als 'achterbaks' omschreven inschakeling van een pr-bureau om het standpunt van Cordova in de olie-affaire te vertolken. Omgekeerd beschuldigen de drie haar, Conny Tailor, van nauwe relaties met Exxon. Geen wereldschokkende kwesties, maar wel tekenend voor de interne verhoudingen in Cordova, die ernstig onder druk zijn komen te staan. ''De mensen vertrouwen elkaar niet meer'', vat Fred Weltz het post-Exxon-tijdperk samen. Hij zit momenteel zonder werk door gebrek aan vangrijpe garnalen, maar is zo reeel dit tekort aan andere oorzaken dan de olielozing toe te schrijven. ''De neergang van de garnalenstand dateert al van voor '89 en heeft meer met overbevissing dan met milieuvervuiling te maken.'' De haringvisserij, die in april wordt beoefend, verliep dit seizoen volgens hem zeer bevredigend, terwijl 1990 een recordvangst aan zalm opleverde. De soort bleek massaal naar de kwekerijen terug te keren krachtens de biologische wet dat ze op rijpere leeftijd hun geboortegrond weer opzoeken en liet zich ook op grote schaal in de netten verstrikken. De riante vangsten hadden overigens wel een extreem lage prijs tot gevolg. Over het lopende jaar valt nog weinig te zeggen. De jacht op de rode zalm, van half mei tot half september, is pas begonnen en die op de roze - veel goedkopere - variant moet nog een aanvang nemen. Dat alles roept geen beeld op van ernstige averij aan de Cordovaanse visserij. Als nochtans de stemming ter plekke, ook commercieel, in sombere termen wordt geschilderd, heeft dat alles te maken met het recente bankroet van twee fabriekjes voor visconserven en nog meer met een ongewisse toekomst. De jongste officiele onderzoeksgegevens spreken immers van afwijkingen aan de vislarven, wat inhoudt dat de substantiele schade nog onderweg is. Ook Fred Weltz houdt zijn hart vast. ''Het broed van haring en garnaal, dat is proefondervindelijk vastgesteld, heeft zwaar onder olie te lijden. Dus de gevolgen van de lozing kunnen zich bij beide soorten alsnog openbaren. En wat de zalm betreft: die recordvangst van 1990 bestond uit louter kweekgoed. Met de wilde zalm gaat het juist weer slecht.'' Rampgebied Weltz is een voorzichtig man, die zijn woorden wikt en weegt en geen oorzakelijke verbanden legt als daarvoor het wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Er zijn er in Cordova die harder van stapel lopen. Burgemeester Bob van Brocklin bijvoorbeeld, die blijkens een verslag in de Cordova Times, eens per week verschijnend nieuwsblad, zijn gemeente in verband met de lozing tot rampgebied wilde uitroepen. Een resolutie van die strekking, sprekend van dreigende economische malaise, lag al bij de raad, maar werd opgeschort onder invloed van matigende woorden uit de lokale zakenwereld op een inderhaast belegde hearing. Daar trad onder meer een ex-bankier, Dick Bohrer, op, die de term 'ramp' in de gegeven omstandigheden volstrekt misplaatst achtte. ''De aardbeving van 1963 was een ramp, maar dat woord past niet bij een paar failliete bedrijven en dalende prijzen voor de vis. Ik heb hier jaren meegemaakt dat er helemaal niets werd gevangen. Dan haalden we eenvoudig de broekriem aan en gingen verder.'' Raadslid Bob Anderson vertolkte een andere kijk op de zaak met de woorden: ''We gaan harde tijden tegemoet als we niet elk middel grijpen om het kwaad te keren.'' De 52-jarige zalmvisser van professie getuigt opnieuw van vrees voor rampspoed als ik hem ontmoet in een kantoortje aan de haven: ''Als de tekenen niet bedriegen, verzeilen we in zwaar weer. Het gaat om de lange-termijn-effecten van die vervuiling op de visstand en die dreigen desastreus uit te pakken.''

CLAIMS

'Fishermen's claims' staat er op de deur van het bureau. Hier kunnen vissers hun eisen tot schadevergoeding deponeren bij Bobs zuster Patience, in dienst van de visserijcooperatie te Cordova. Ze noteerde tot op heden circa 2.000 aanvragen voor een totaalbedrag voor ruim twintig miljard dollar en dat is nog maar een deel van wat heel Zuid-Alaska aan claims indiende. Ze belopen samen 85 miljard en bestrijken het complete veld van gedupeerden dan wel degenen die zich benadeeld voelen; een bont gezelschap van vissers en verwerkingsbedrijven, bos-, land- en huiseigenaren, lokale overheden, winkeliers, cafehouders en cruise-rederijen. Exxon geldt als eerste aansprakelijke, maar de claims richten zich ook tegen de Alyeska Pipeline Service Company, een consortium van zeven oliemaatschappijen (met Britisch Petroleum, Arco en Exxon als voornaamste aandeelhouders), die de pijpleiding naar Valdez exploiteert en mede verantwoordelijk wordt gesteld voor de ramp. En verder tegen de staat Alaska, alsook de Kustwacht, een federale instelling. ''Want die'', zegt Bob Anderson, ''hebben verzuimd plannen te ontwerpen om zo'n lozing in de kiem te smoren.'' Krantenberichten, ook in Nederland, spraken bovendien over 1,2 miljard dollar schadevergoeding van Exxon aan Alaska, een schikking of afkoopsom om aan strafrechtelijke vervolging te ontkomen. Dat blijkt weer achterhaald. Het bedrag was de vrucht van onderhandelingen tussen de oliemultinational en Alaska's gouverneur, Walter Hickel, maar de legislature ofwel het parlement van de deelstaat kon er niet mee instemmen, zodat een nieuwe gespreksronde moest volgen. Inmiddels heeft Exxon al wel 160 miljoen dollar aan voorlopige particuliere claims uitgekeerd, een voorschot op de vloedgolf aan definitieve, die nu komt aanzetten. Ik heb het goed verstaan op dat cooperatiekantoor: het gaat om 85 miljard. Als ik daar licht verbijsterd op reageer en opper dat Cordova een slaatje uit de ramp wil slaan, wordt me duidelijk gemaakt dat ik die astronomische som moet zien in het licht van de Amerikaanse cultus om een tegenpartij altijd en overal in rechte aan te spreken en de verlangde uitkering zo hoog mogelijk op te schroeven om in alle eventualiteiten te voorzien. '''t Is inderdaad een fors bedrag'', moet ook Anderson toegeven, ''maar dat geeft ons ruimte voor onderhandelen.'' En elders hoor ik dat de advocaten, die met vele honderden aan de Exxon-affaire werken, het stelsel aanmoedigen door in het algemeen gratis te procederen in ruil voor een percentage van de uitkering bij een gewonnen zaak. Maar toch. Het lijkt erop alsof Cordova in de ban is van het 'grote geld'. Fred Weltz: ''Dat geldt misschien voor sommigen, maar lang niet voor iedereen.'' En Anderson, die zelf een claim van ruim een miljoen heeft lopen: ''Ik moet wel hoog inzetten om de toekomst van mijn gezin veilig te stellen. Als echt gebeurt wat de wetenschap voorspelt, kan ik straks de zalm wel vergeten.''

ONTWRICHT

De visser-councillor is van half-Europese, half-Indiaanse afkomst en verklaart zich uit dien hoofde meer dan wie ook begaan met kleine nederzettingen van 'natives' rond de Prince William Sound. Die ondervinden volgens hem in ander opzicht de weerslag van de olieramp: ''Neem dorpen als Chenega, Tatitlek of Iyak, waar zeventig, tachtig mensen wonen. Voor de lozing leidden ze hun eigen, gesoleerde leventje, ver van de Westerse maatschappij. Toen, op die rampzalige 24ste maart '89, stroomde de olie de baai in en in het kielzog van de smurrie kwamen de milieu-activisten, de verslaggevers en de schoonmakers van Exxon. Iedereen zei: we komen je helpen, maar dat pakte averechts uit. De vloed van zogenaamde hulpverleners en reporters heeft het leven van die mensen totaal ontwricht en dat uit zich in drank- en drugsgebruik, echtscheidingen en kindermishandeling. En dat gaat nog altijd door. Daarom zeg ik: laat Exxon betalen en dan vertrekken, met onder elke arm een milieuman, want we houden niet van mensen die ons komen vertellen hoe we moeten leven. Wat we willen is met rust gelaten worden.'' Krasse taal, al kan het laatste niet op Cordova slaan, want daar worden vreemdelingen doorgaans hartelijk begroet. Bijvoorbeeld Japanners, die van de nieuwe haring of kuit komen proeven alvorens een contract voor de levering van vele tonnen af te sluiten. Of die hun geld in de plaatselijke visconserven steken. Vandaag zijn er weer een paar in hotel The Reluctant Fisherman neergestreken; ingetogen figuren in onberispelijk maatpak, die slechts glimlachen op de vraag wat hen precies naar Alaska trok. Er is ook een afdeling spijs en drank, waar jonge Cordovanen het gatenbiljart beproeven en bier tot zich nemen. Veel meer is er in het dorp ook niet te beleven. Reluctant fisherman, dat betekent zoiets als onwillige visser. Zijn beeltenis staat op de deur van het herentoilet en zijn tegenzin - om te vissen, mag men aannemen - blijkt uit zijn vrouwelijke pendant op de deur ernaast: een lonkende zeemeermin. Voor Exxon echter zal die onwil een andere betekenis hebben: de visser die zich niet met een fooi laat afschepen.