Verdeeldheid onder Kroaten Rotterdam

ROTTERDAM, 29 JUNI. In mei reisde Josip Simunkovic, directeur van het Rotterdamse las- en constructiebedrijf 'Croatia', naar Zagreb om zijn stem uit te brengen voor een onafhankelijk Kroatie. Twintig jaar geleden kwam hij met een groep Serviers naar Nederland om in de metaalindustrie te werken. “Ik vertrok met een groep Serviers naar Nederland om in de metaalindustrie te werken. Mijn vader stond te huilen op het station van Zagreb toen hij mij in hun gezelschap zag. Een haveloos stelletje. En dat loopt nu met stropdas rond en noemt mij een Kroatische boer.”

Simunkovic, secretaris van de Kroatische Democratische Unie (HDS), de Nederlandse afdeling van Franjo Tudjmans nationalistische partij, ziet onoverbrugbare verschillen tussen de Kroatische en Servische cultuur. “Kroaten zijn Westeuropeanen, die per ongeluk op de Balkan leven”, zegt hij. “Servie heeft te lang onder de Turken geleefd. Moord, verkrachting en plundering zit ze in het bloed”, vindt een radicaal bestuurslid. “Dat moet je niet zeggen”, verbetert voorzitter Vladimir Katic hem, “We zijn niet tegen de Serviers, we zijn voor een vrij Kroatie.” Een dergelijk gevoel voor nuance wordt steeds zeldzamer onder de naar schatting 4.000 Rotterdamse Joegoslaven. Vorig jaar haalden Kroatische ouders hun kinderen van de Joegoslavische zaterdagsschool, waar ze onderwijs in de eigen taal kregen. Ze gaan nu naar een Kroatische school. R. Dosen, de Kroatische directrice van de Joegoslavische School, valt nu tussen wal en schip. Onder de Kroaten is ze als verondersteld voorstandster van een verenigd Joegoslavie niet echt populair. Tijdens een orthodoxe kerkdienst die ze met Servische vrienden bezocht, scholden de Serviers haar de huid vol. Uit Servische hoek ontvangt de half-joodse Dosen antisemitische dreigbrieven. Per 1 augustus stapt zij op, met 10 van de 23 leraren voor wie door het teruglopende aantal leerlingen geen plaats meer is. De Kroaten mijden nu ook het Joegoslavische Centrum, naar hun mening een communistisch bolwerk. Het Joegoslavisch Centrum lijkt zodoende een Servisch Centrum te zijn geworden. Oud-voorzitter Milec Tadic ontkent dat ten stelligste: “Binnen het Joegoslavisch Centrum bestaan geen Serven en Kroaten, alleen maar Joegoslaven.” De gemeente Rotterdam weet zich geen raad met deze vroeger zo rustige minderheid. “De heren van de Kroatische Unie klagen nu over indoctrinatie en intimidatie vanuit de Joegoslavische ambassade. Daar hoorde ik ze vroeger nooit over”, zegt gemeenteambtenaar G. van der Voort. “Het Joegoslavisch Centrum hield naar ons idee heel goed rekening met de verschillen tussen Serviers en Kroaten. Het voorzitterschap rouleerde tussen een Servier en een Kroaat, er kwamen evenveel Kroatische als Servische volksdansgroepjes.” Rotterdam geeft het Joegoslavische Centrum nog een jaar subsidie. Wat er daarna gebeurt, hangt volgens Van der Voort af van de internationale ontwikkelingen. Subsidiering van een Kroatische School of een Kroatisch Centrum is volgens hem pas mogelijk wanneer Nederland de republiek Kroatie erkent.