Tranen bij haar aanhangers, opluchting onder prominente Conservatieven; Thatcher uit centrum politiek

LONDEN, 29 JUNI. Na maanden intense speculatie over haar politieke toekomst, maakte Margaret Hilda Thatcher gisteren dan toch het besluit bekend waarnaar al zo lang was uitgekeken. Zij trekt zich terug uit het machtscentrum van de Britse politiek. De ex-premier, de vrouw die vorig jaar op 64-jarige leeftijd nog zei dat ze “on and on” wenste te gaan, trok daarmee de laatste en bittere conclusie uit de politieke overmoed die haar ten val bracht. Haar wacht nog een platform in dat voorportaal naar de dood, het Britse Hogerhuis. Haar wordt nog een podium gegund in de Thatcher-Foundation. Maar de streep die de ex-premier gisteren zette achter 32 jaar afvaardiging naar het Britse Lagerhuis, betekende zoveel als het schrijven van haar eigen politieke doodvonnis. Margaret Thatcher begon gisteren aan een volgende carriere, die van het groeien tot “yesterday's person', zoals haar biograaf Hugo Young wreed opmerkte.

Er waren, weer, tranen. Conservatieve vrouwen, in vergadering bijeen, huilden toen haar verklaring van vertrek hun werd voorgelezen. Thatcher zelf dwong bij de natie een tot nu toe zelden ervaren gevoel van respect en vertedering af, door gisteravond voor het eerst zonder opsmuk en zonder politiek-genspireerd acteren aan een televisiejournalist te vertellen hoe zij die uren rond haar val zelf beleefd heeft. Daar kwam op het cruciale moment - het relaas over het verloop van de laatste kabinetsvergadering - de zakdoek aan te pas. Dat hebben de Britten van hun ijzeren dame nog maar een keer eerder gezien, in het begin van de jaren tachtig, toen zoon Mark enkele dagen lang in een autorallye in de woestijn vermist werd. Maar er was ook opluchting. Die droop af van de haast en de gretigheid waarmee Conservatieve partijprominenten steeds maar herhaalden dat Thatcher zich zonder twijfel een plaats in de geschiedenisboekjes zou verwerven als “de grootste premier van deze eeuw”. John Major, de favoriete opvolger, die onderdelen van haar werk ongedaan heeft gemaakt, reageerde vanuit Luxemburg op de hem eigen bij vergelijking zo kleurloze manier, dat hij “geen twijfel, geen enkele twijfel” had dat Thatcher, “een van de grootste premiers”, voor de Conservatieve Partij zou blijven vechten. Maar het was of de premier achter die gladde gevel van woorden een last van de schouders was gevallen. Thatcher had immers zelf gezegd: ze gaat, omdat ze er niet van beschuldigd wil worden dat ze Major ondermijnt teneinde zelf opnieuw als aanvoerster van de partij terug te kunnen komen. “Dat was toch hooguit voor nog een termijn geweest, en dan zou ik niet de volledige steun van de partij achter me gehad hebben”, zei Majors voorgangster veelbetekenend. “Nu kan ik vrijer spreken, want de mensen weten (nu ik niet in het Lagerhuis terugkeer), dat ik niet aan de zijlijn sta te wachten.” Voor de naar schatting 60 tot 80 Conservatieve parlementsleden die tegen elke vorm van verdergaande Europese integratie zijn, moet haar aanstaande vertrek uit het Lagerhuis een slag zijn. Zij waren door Paddy Ashdown, de SLD-leider, deze week oneerbiedig “het Elba-comite” gedoopt, een verwijzing naar hun geheim verlangen dat Thatcher weer terug zou komen als premier en de oppositie tegen Europa zou voortzetten. Voor hen wil Thatcher, zei ze gisteren, “een brandpunt vormen” in haar verzet tegen een sluipend in te voeren Europese federatie. “Een Europese munt IS een stap naar een politieke eenheid, daarom ben ik er zo absoluut op tegen”, legde ze gisteravond nog eens uit. En over het zogenaamde Delors-compromis, waarbij de Britse regering de kans zou krijgen zich later aan te sluiten bij een besluit van de elf over monetaire eenwording: “Maar dat is ons tijd geven om ons over de streep te trekken, beetje bij beetje, stap voor stap.” Ze was “volstrekt verbijsterd” geweest over de beschuldiging van ex-premier Edward Heath, haar voorganger, vorige week, dat ze leugens vertelt over een Europese superstaat. Ze trok de zoom van het pauwblauwe pak dat we allemaal nog zo goed kennen van die triomfantelijke partijconferenties (minutenlang gescandeer “Ten more years! Ten more years!”), stevig naar beneden. Nee, ze zou zich blijven verzetten, “in het ene Huis of het andere” en als die woordkeuze de verdenking zou wekken, dat ze graag naar het Hogerhuis gepromoveerd zou worden: “nou, het is meer dan een kleine hint”. De tranen kwamen, verrassend, bij het woord staunch - standvastig. Ministers uit het haar eigen kabinet, van wie ze zonder meer had aangenomen dat ze standvastig achter haar zouden staan, hadden haar tot haar verbijstering laten weten dat ze haar natuurlijk, naar buiten toe, zouden blijven steunen, maar .... “Zie je”, zei de ex-premier, “I was not going to cling. Dat ik niet genoeg stemmen had gekregen in de eerste ronde (van verkiezingen voor het leiderschao van de partij), daar kon ik toen niets meer aan doen. Geen generaal kan vechten zonder de steun van zijn troepen. Goed, het mag dan je hart breken, maar het (besluit om terug te trekken uit een tweede ronde verkiezingen) was de juiste beslissing”. “Aan het Lagerhuis wordt iets van essentiele waarde ontnomen”, zei Paddy Ashdown over haar aanstaand vertrek. Neil Kinnock, de Labourleider, kon het niet opbrengen om iets dergelijks royaals te zeggen. Hij kwam niet verder dan de mening dat Thatcher zeker bang was geweest haar zetel te verliezen, dan wel op de Oppositiebanken terecht te komen na zoveel jaar. Met die puur partijpolitieke opstelling gaf hij haar echter onbedoeld het mooist denkbare compliment. Want het contrast met de waardigheid en de passie waarmee Margaret Thatcher in haar televisie-interview sprak over wat zij in elf jaar voor een verpauperd Groot-Brittannie had proberen te bereiken, had niet groter kunnen zijn. Was Thatcherisme, vroeg de interviewer, achteraf inderdaad niet meer dan het aankweken van een mentaliteit van “graaien, graaien” en “ieder voor zichzelf” geweest? “Wat een absolute onzin!” Was het niet goed en moreel te rechtvaardigen dat iedereen hard werkte voor de verbetering van zijn eigen lot en zijn eigen toekomst? Was het niet juist dat je dan, met wat je overhield, anderen hielp? Was dat niet hoe het beleid ten aanzien financiele steun aan de Derde Wereld werd mogelijk gemaakt? “Gemeenschapszin, dat is het werkelijke Thatcherisme.” John Major kon op haar volledige steun rekenen, ook al had hij dingen anders gedaan dan zij zou hebben gewild. “Maar wij allemaal hebben in het begin onze eigen stijl moeten vinden.” Zijzelf, zei Margaret Thatcher, was nu “vrij om een ander leven te gaan leiden, waarin ik iets kan betekenen voor de mensen in dit land en internationaal. Wij kunnen ze leren hoe de grenzen van de vrijheid voorwaarts gerold kunnen worden. Wij zijn zo'n geweldig volk. Wij kunnen het beste in Groot-Brittannie maken tot het beste in de wereld.”