TOURVERSLAVING

Stoempen, snot en sterven door Mart Smeets 140 blz., Veen 1991, f 14,90 ISBN 90 204 2723 7

Het leven in de Tour de France is voor journalisten boeiend, zwaar en verwarrend. Drie weken lang van de ene etappeplaats naar de andere, van het ene hotel naar het andere, van de ene wielrenner na de andere. Soms is er nog net tijd om een schone onderbroek aan te trekken, een andere keer neem je onverschillig tijd om eens verwend te worden door die ene fameuze kok die wel bereid is na half tien 's avonds te werken. Fransen zijn vervelende, zelfingenomen mensen - vooral tijdens de Tour de France. Franse politie-agenten zijn machtswellustelingen, weten weg noch steg en hebben geen enkel begrip voor de werkomstandigheden van journalisten. Toch is de Tour de France verslavend. Na elke editie besluit ik hem nooit meer te doen, een jaar later sta ik toch weer bij de proloog. Enigszins opgewonden, maar ook fatalistisch hopend dat de gereserveerde hotelkamers niet zijn dubbelgeboekt en dat het niet zoals in 1980 elke dag regent. Televisieverslagggever Mart Smeets heeft bijna twintig ronden van Frankrijk meegemaakt - en dus ligt een Medaille de la reconnaissance in het verschiet. In zijn dagboek van de Tour de France van 1990, verschenen onder de titel Stoempen, snot en sterven, beschrijft hij hetzelfde gevoel als hierboven beschreven. De verslaving, de knagende wetenschap van weer drie weken naar Frankrijk, weer achter die renners aanhollen. Maar wat moet je anders in deze tijd als journalist? Het enige alternatief is afreizen naar een vergeten land, waar radio, televisie en kranten de samenleving niet teisteren met Tour-nieuws. Na zoveel Tours word je niet meer snel nerveus van dopinggeruchten, valpartijen, zieke renners, gammele hotelbedden, gesloten keukens en arrogante Franse politie-agenten. Die indruk wekt Smeets in zijn boekje dan ook - en het is begrijpelijk. Hij leidt als tv-verslaggever overigens een iets ander leven dan een krante-journalist. Die maakt menigmaal langere werkdagen, moet echt uit op nieuws (althans trachten meer te berichten dan Smeets en zijn collega Jean Nelissen op tv al hebben verteld) en beschikt niet over twee (voor elk der tv-verslaggevers een) NOS-auto's met serviele chauffeurs. Alleen al de aanwezigheid van die Vlaamse ex-renners Herman Cornelis en Edgar Sorgeloos, waarover Smeets sympathiek verhaalt, maakt mij jaloers. Ze vertellen tijdens de lange ritten en 's avonds aan tafel hun ervaringen als renner, kennen de koers, dragen de koffers en zijn altijd goed geluimd. Heeft Smeets het nu allemaal wel gezien, raakt hij verzadigd? Dat kan. Vooral gedurende de eerste twee weken van de koers raakt hij zelden opgewonden. Het idee om wielrenner Erik Breukink in dit boek ook steeds een terugblik op een tourdag te geven, is er met de haren bijgesleept en biedt nauwelijks nieuwe invalshoeken. Aandoenlijk is Smeets' beschrijving van zijn verstoorde relatie met Greg LeMond. De Amerikaan is ter ore gekomen dat de NOS-verslaggever hem heeft afgeschreven als wielrenner en weigert daarom nog met hem te praten. Smeets probeert eerst voorzichtig (want geschrokken) het contact te herstellen en belt LeMond in het rennershotel. De receptioniste weigert hem door te verbinden. Tja, wie had anders verwacht? Naviteit, zelfoverschatting of gewoon onzekerheid? Het conflict met LeMond loopt als een rode draad door het boek en wordt tijdens de Tour 1990 niet echt opgelost. Gelukkig laat het een glimp zien van de onzekerheid waar toch ook Mart Smeets last van heeft. Overigens gebeurt niet veel bijzonders tijdens Smeets' dagen. Toch is de tweede helft van zijn boek fascinerend wanneer hij beschrijft hoe renners en volgers naar elkaar toegroeien. Naarmate het einde van de tocht nadert, lijken ze meer lotgenoten te worden: het begrip voor elkaars heimwee, ervaringen en eenzaamheid groeit. Dan is het plots voorbij: zondagavond na de laatste etappe zo snel mogelijk de autobaan naar Lille op, plankgas naar huis. Sommige volgers laten hun vrouw naar Parijs overkomen, proberen nog een keer echt te genieten van grenouilles a la bicyclette of andere geheimen van de Franse keuken. Maar het is niet meer dan een afkick-verschijnsel. Sommige journalisten nemen overdreven joviaal afscheid van elkaar, anderen gaan zwijgend op in de massa supporters. En dan is het weer gewoon maandag: daar staat de journalist in een oorverdovende stilte.