Spanje en Portugal bekorten dienstplicht

MADRID, 29 JUNI. Spanje en Portugal bekorten in de komende twee jaar hun dienstplicht aanzienlijk. Het Spaanse Huis van afgevaardigden stemde gisteren in met een regeringsvoorstel om de rekruten al per 1 januari 1992 niet langer twaalf maar negen maanden onder de wapenen te houden. In Portugal is eerder afgesproken om dienstplichtigen niet acht maar slechts vier maanden te laten oefenen.

Beide landen kenden in de tijd dat er nog dictators aan de macht waren een voor Europese begrippen lange diensttijd. Voor Portugal was dat zelfs drie jaar. Maar nu lopen zij voorop in de vrijwel overal in Europa gevoerde discussie over inkrimping en professionalisering van het leger. Spanje verliest door de kortere diensttijd over zes maanden in een klap een kwart van de parate troepen, die nu nog 285.000 man sterk zijn en voor meer dan zeventig procent uit dienstplichtigen bestaan. Het Portugese leger is met 75.000 man, waarvan bijna veertig procent beroeps, minder vatbaar voor een inkrimping door verkorting van de diensttijd. Tot nu toe werd in Portugal namelijk slechts een klein deel van de dienstplichtigen ook werkelijk opgeroepen. Behalve in kringen van conservatieve beroepsmilitairen bestaat in Spanje vrijwel geen oppositie tegen verkorting van de dienstplicht. Ook de rechtse partijen in het parlement zijn er voor. Er bestaat echter geen eensgezindheid over voorstellen om te komen tot een beroepsleger. Hoewel het plan waarschijnlijk goed zou vallen bij de kiezers, is met name de regerende socialistische partij tegen. In Frankrijk en Italie is in de afgelopen maanden ook gedebatteerd over de mogelijkheid van een geheel uit vrijwilligers bestaand leger zonder dat een besluit in die richting is genomen. Wel zullen beide landen de diensttijd terugbrengen van twaalf naar tien maanden. In Belgie gaat deze volgend jaar terug naar acht maanden.