Overlevingskamp moet volleybalvrouwen sterken

RENDEUX, 29 JUNI. Spelverdeelster Heleen Crielaard van de nationale volleybalploeg laat zich onorthodox aanlijnen. Ze zet zich af van de houten stellage en zeilt, hoofd naar voren, gillend langs het touw omlaag naar de oever aan de overkant van de Ourthe. Een hoogteverschil van veertig meter. Dan is het hek van de dam. De meerderheid van het team wedijvert gedreven in het vinden van de meest bizarre en vooral ook gevaarlijk ogende methode van omlaag suizen. Hangen aan een been steelt de show, maar misschien moet de behoudende afdaling van enkele speelsters met hoogtevrees eigenlijk wel hoger worden aangeslagen.

De nationale vrouwenvolleybalploeg rondde donderdag in de Ardennen een overlevingskamp van vier dagen af. Als start van de voorbereiding op het Europese kampioenschap dat van 26 september tot 7 oktober wordt georganiseerd in Italie. Het doel is het halen van een medaille. Met als bijkomende aantrekkelijke beloning kwalificatie voor de Olympische Spelen, volgend jaar in Barcelona. “We staan aan het begin van een gigantische klus”, luidt de verklaring van coach Peter Murphy voor het verrassende begin van zijn trainingscampagne. “We redden het niet met alleen onze technisch-tactische kwaliteiten.” Als geen andere Nederlandse volleybalcoach weet Murphy wat er nodig is om te scoren bij het EK. In 1985 reikte hij bij die titelstrijd met zijn toenmalige team tot een bronzen medaille. Het was de eerste maal dat de Nederlandse ploeg in de prijzen viel bij een internationaal kampioenschap. Eigenlijk mikt de vrouwenploeg nu op een betere prestatie dan in 1985. Murphy meent dat een gebrek aan kracht en mentale weerbaarheid toen een hogere klassering in de weg stond. Na dat toernooi werd hij technisch-directeur van de volleybalbond. De vrouwenploeg ging door een dal, mede omdat de aandacht van de bond zich richtte op het mannenteam dat op instorten stond. De heren veerden spectaculair op dankzij de komst van de Amerikaanse topcoach Arie Selinger en de omvangrijke sponsoring door Nationale Nederlanden. In de schaduw van de mannen herstelde de vrouwenploeg zich geleidelijk. En toen Peter Murphy een jaar geleden de coaching overnam van de Chinees Pang keerde het geloof in de toekomst bij het vrouwenteam volledig terug. Als technisch-directeur was Murphy uiteraard al op de hoogte van de opmerkelijke kwaliteiten van zijn selectie. Het was hem eerder gelukt technisch-taktisch talent optimaal te benutten. En de herinnering aan de beperkende factoren in die mooie tijd - kracht en mentale weerbaarheid - was hij bepaald niet vergeten. Aandacht voor het element kracht is dus in ruime mate terug te vinden in zijn jaarprogramma van 1991. Scholing van de mentale weerbaarheid kreeg de afgelopen dagen aandacht in het overlevingskamp. De leider van het kamp, Leo Oosterom, is niet gelukkig met termen als overleven of 'survival'. Als het dan toch in het Engels moet, spreekt hij liever van 'adventure'. “Natuurlijk overleven ze”, vat hij de essentie samen van de rage, die door een aantal bedrijfjes in de Ardennen wordt gekoesterd. Met de rest van het team, vooral afkomstig van de Academie voor Lichamelijke Oefening in Amsterdam, organiseert hij veelal cursussen voor het bedrijfsleven. Het gaat dan om programma's in het kader van 'management development'. Een groep topsporters is nog niet eerder op bezoek geweest in de paviljoens boven de Ourthe waarheen uitsluitend een onverharde weg voert met stijgingspercentages van 16 procent. “Ik heb Murphy al in een vroeg stadium afgebracht van gedachten aan een keihard overlevingskamp”, zegt Oosterom. “Als ze dat willen, moeten ze volgend jaar februari nog maar eens komen, bijvoorbeeld in de voorbereiding op de Olympische Spelen. Deze keer heb ik het vooral gezocht in het verbeteren van de communicatie binnen het team.” Murphy zei tevreden te zijn over de resultaten van dit experimentele kamp. In de Nederlandse team(top)sport is deze methode niet eerder toegepast. Murphy's enige voorbeeld is de Amerikaanse volleybalcoach Doug Beal die op de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles met zijn ploeg goud won. Na het veroveren van die titel schreef Beal een boek over zijn ervaringen. Het hoofdstuk daarin over het overlevingsavontuur van de Amerikaanse volleyballers heeft de Nederlandse coach al geruime tijd geleden gekopieerd en uitgedeeld aan zijn speelsters. “We wilden ze geduld, verdraagzaamheid, acceptatie van elkaars fouten en positief gedrag onder beroerde omstandigheden bijbrengen”, aldus Beal. “Ons team was te vaak in elkaar gestort onder stress, had te vaak een grote voorsprong verloren zien gaan. Het zou fataal zijn als dat ons gebeurde bij de Olympische Spelen. We kwamen tot de slotsom dat de spelers een indringende levenservaring moesten delen om ze aan elkaar te binden.” Het experiment van de Amerikanen werd in de winter in een onherbergzaam gebied gehouden en duurde drie weken. In de Abajo-bergen in zuidoost Utah verplaatste de groep zich in totaal zo'n 160 kilometer, voornamelijk op sneeuwschoenen met in de rugzak 35 kilo bagage. Het gezelschap klom naar een hoogte van ruim 3.000 meter. Gidsen 'bewaakten' de gang van zaken, maar lieten de groep verder met rust. Zo leidde een vergissing bij het kaartlezen tot een afdaling in kniediepe sneeuw gedurende twee uur in de verkeerde richting. Een soortgelijke aanpak wil Murphy uiteindelijk ook. Temeer omdat hij de problematiek herkent van waaruit Beal zijn plan ontwikkelde. De recente plaatsingsronde voor het Europese kampioenschap kan als voorbeeld dienen: de Nederlandse ploeg nam tegen Bulgarije een voorsprong met 15-4 en 15-10, waarna ze de wedstrijd uiteindelijk verloor met 3-15, 13-15 en 11-15. Ook de tweede plaats in de eindrangschikking van dat toernooi was toereikend voor kwalificatie, maar in de ontmoetingen van Nederland tegen de overige (zwakke) opponenten bespeurde Murphy dieptepunten die hem met zorg vervulden. De afgelopen dagen probeerde de coach daarom een aantal elementen van de benadering door zijn Amerikaanse collega te behouden. Veel van de activiteiten leenden zich daartoe niet echt. Groepsgesprekken en het leiden van geblinddoekte teamleden naar de overkant van de rivier via twee gespannen touwen, verklaarde hij nuttig te achten voor het 'groepsproces', maar Murphy wilde meer. Zijn kans kwam woensdagavond toen de teamleden, inclusief coach en assistent-coach, allen afzonderlijk het bos werden ingestuurd voor een voettocht met kompas en kaart van (hemelsbreed) twaalf kilometer. 's Ochtends om zes uur diende een ieder zich te melden op een punt aan de Ourthe voor de bouw van een vlot. Afzakken van de rivier op dat bouwsel, rotsklimmen en 'abseilen' (snel aan een touw langs een rots dalen) stonden verder op het programma dat zo'n twintig uur in beslag nam. Geobserveerd door Leo Oosterom moesten de volleybalsters eerst overeenstemming bereiken over de vraag welke goederen en gebruiksvoorwerpen ze mochten meenemen om die twintig uur door te komen. Iedereen diende zich te beperken tot de attributen waarover eenstemmigheid bestond. Als het aan Murphy had gelegen, waren de rugzakken nagenoeg leeg gebleven bij dit hardingsproces. Slaapzakken, toilettas, handdoek, lucifers en wc-papier bijvoorbeeld vond hij overbodige luxe. De speelsters dachten daar heel anders over. Zij konden hun contactlenzen niet missen, waren bang voor blaasontsteking en aambeien en hadden behoefte aan een opgewarmde prak uit blik. Met goed gevulde rugzak vertrokken de volleybalsters uiteindelijk. In strijd met de bedoelingen van de organisatie vormden zich bij het invallen van de duisternis drie groepjes. Door geaccidenteerd terrein belandden ze respektievelijk na zeven, acht en elf uur op de afgesproken plek. “Het was zwaar”, gaf zelfs Murphy toe. “Op de hellingen gleed je voortdurend terug in de blubber. De meeste speelsters hebben in ieder geval de eerste uren alleen gelopen, dus ook die ervaring hebben ze opgedaan. Het is onder deze omstandigheden wel begrijpelijk dat ze elkaar hebben opgezocht.” Strompelend van de blaren, gaat hij terug naar de groep die begonnen is aan de bouw van het vlot. “De hele nacht hebben we lopen roepen: je zal dit maar alleen moeten doen”, hoort hij Heleen Crielaard zeggen. “Als je alleen bent, roep je dat niet”, moet hem dan toch nog even van het hart.