Ontspannen winnaars Elisabethconcours samen aan een vleugel

Concert: Laureaten Concours Reine Elisabeth 1991; solisten: Frank Braley, Stephen Prutsman en Brian Ganz, piano; programma: werken van Chopin, Dutilleux, Skriabin, Ravel, Debussy, Schubert en Brahms; gehoord: 28-6 in de Grote Doelenzaal te Rotterdam; herhaling: 29-6 in Utrecht.

Een roman over de eerste drie prijswinnaars van het Concours Reine Elisabeth 1991 zou als titel kunnen dragen: Frank Braley en de anderen. Braley is een Franse jongeman van nog maar 22 jaar, de Amerikanen Prutsman en Ganz zijn ervaren pianisten van 31, dus net onder de leeftijdsgrens. Prutsman en Ganz kwamen naar Brussel met het vaste vertrouwen op dit prestigieuze Concours hoog te scoren. Braley kwam alleen maar even kijken hoe het bij zulk een wedstrijd toe gaat. Hij pakte na elke ronde zijn koffer, ging voor alle zekerheid toch naar de proclamatie en hoorde tot zijn verbazing telkens weer, dat hij tot de volgende ronde was toegelaten. Bij de bekendmaking van de einduitslag zag het uitzinnig enthousiaste publiek dan ook een totaal verbouwereerde Frank Braley die als in trance zijn eerste prijs in ontvangst nam. Prutsman en Ganz tenslotte behaalden hun zege bij de finale met de spectaculaire virtuositeit van de Russische romantiek, Braley speelde een ingetogen Beethoven, overompelend door sprankelende helderheid en ontwapend zuiver stijlgevoel. Wat iedereen zich echter afvroeg is of deze op niets voorbereide jonge pianist bestand zou zijn tegen de druk van de vele concerten die na dit succes ongetwijfeld zouden volgen. Prutsman en Ganz, die ook nog dezelfde leraar hadden (Leon Fleischer) en beiden enige tijd afstand hebben genomen van hun solistencarriere, zijn wat dat betreft meer door de wol geverfd. Hun Doelenoptreden was dan ook zo ontspannend en genspireerd alsof er geen slopende weken aan waren voorafgegaan. Ganz imponeerde al met een lyrische Chopin-ballade maar speelde zijn hoogste troeven uit in de flitsende virtuositeit van een knap geconstrueerd sonatedeel van Dutilleux. Prutsman boeide zo mogelijk nog meer met zijn subtiele klankspectrum in drie delen uit Ravels Miroirs en Feu d'Artifice van Debussy. Maar ook Frank Braley leek niet vermoeid. Hij zag opnieuw af van uiterlijke schittering en wijdde zijn indringende kunstenaarschap aan een van Schuberts sonates waarvan hij de vaak fragmentarische zinsbouw subliem samenvatte. De noblesse van zijn touche mondde in de finale uit in ragfijn passagewerk dat het publiek de adem deed inhouden. Even voornaam klonk als toegift een Intermezzo van Brahms. Zo was het deze avond wederom: Frank Braley en de anderen, wat echter het drietal niet belette tot slot zeshandig aan een vleugel eendrachtig een zoetgevooisde romance te spelen. Broederlijke rivalen. Is er een verkwikkender ervaring denkbaar?