Nederland als voorzitter vooral solide organsiator

Dat de Europese Gemeenschap een eigen hymne heeft, weet in Nederland alleen de vaste kern van het Euro-wereldje. Laat staan dat deze 'Ode an die Freude' heet (naar Schillers gedicht) en afkomstig is uit het vierde deel van de 9de symphonie van de Duitse componist van Belgische ouders, Ludwig van Beethoven. Toch is deze hymne in de eerste helft van 1986 gekozen tijdens het Nederlandse EG-voorzitterschap. In dezelfde periode van het Nederlandse voorzitterschap werd ook de Europese vlag voor het eerst gehesen, het blauwe doek met de twaalf gouden, vijfpuntige sterren.

Acht voorzitterschappen heeft Nederland vervuld sinds het Verdrag van Rome van kracht werd op 1 januari 1958. Maandag begint het negende. In de jaren zestig was de betekenis en de glamour ervan veel geringer dan in de jaren tachtig. Het maakte niet zoveel uit voor minister van buitenlandse zaken Joseph Luns of hij voorzitter was van het Europa van de (toen nog) Zes of niet. De strijd tussen Den Haag en Parijs over het communautaire Europa versus het intergouvernementele 'Europa van de vaderlanden' liep door alle voorzitterschappen heen. Voorzittende landen zijn het minst geeigend noch geneigd om compromissen te sluiten in kwesties waarin ze zelf een extreme positie innemen, maar in de jaren zestig en zeventig, toen de nadruk in de perceptie van het publiek veel minder op het voorzittende land lag, was dat minder een punt van discussie. Toen, zo zeggen ervaren Euro-diplomaten in Den Haag als oud-ambassadeur bij de EG, mr. Charles Rutten, kwamen de compromissen ook veel meer van de Europese Commissie, die nu vaak aan banden is gelegd door uitspraken van het Europese Parlement. De taak van het voorzittende land is daardoor moeilijker geworden, terwijl tegelijkertijd de aandacht van het publiek is toegenomen. Dat onder Nederlands voorzitterschap in 1963 het eerste associatieverdrag van de EG met Afrikaanse landen in Yaoende, Kameroen, wordt gesloten - de voorloper van de verdragen van Lome -, realiseert zich in Europa eigenlijk niemand meer. Wel in Afrika zelf, waar dit verdrag heeft bijgedragen aan de goede naam die Nederland in de Derde wereld heeft. Tijdens Nederlands voorzitterschap werd ook het eerste associatieverdrag met Turkije gesloten. Dat hebben de Grieken ons land nooit echt vergeven; het heeft ertoe bijgedragen dat Nederland in Athene als notoir pro-Turks geldt. In bredere kring weet men zich overigens het beste het Nederlandse voorzitterschap van de eerste helft van 1981 te herinneren, toen minister van buitenlandse zaken Chris van der Klaauw in opdracht van de Europese Raad van Venetie een reis door het Midden-Oosten maakte. Hij moest uitzoeken of Europa met een eigen initiatief voor het Midden-Oosten moest komen. Nederland voelde niets voor een eigen initiatief en Van der Klaauw vervulde zijn missie op zodanige wijze dat die conclusie aan het eind dan ook werd getrokken. Het ongenoegen dat daarover tussen Den Haag en Parijs ontstond, stak begin dit jaar de kop weer op toen minister Van den Broek een Franse poging blokkeerde om een Europese vredesmissie naar Bagdad te sturen. “Nederlandse voorzitterschappen worden niet gekarakteriseerd door spectaculaire initiatieven, maar door een hele solide organisatie. Nederlandse ministers munten uit door hun informele benadering van mensen, van redelijk overleg, van veel praten”, zegt de eerder genoemde oud-ambassadeur Rutten, die zes Nederlandse voorzitterschappen van nabij heeft meegemaakt. “Met veel creativiteit kun je echt wel iets bereiken, maar als het om het doorhakken van echt moeilijke knopen gaat, is het gewicht van kleinere landen vaak niet voldoende.” Ondanks de zware politieke hulp die de Luxemburgers als EG-voorzitter de afgelopen maanden van de Fransen hebben gekregen bij het opstellen van het ontwerp-verdrag voor de Europese Politieke Unie, had het stuk dat deze week op tafel kwam, te weinig gewicht. Nederland moet het karwei nu afmaken, weliswaar ook geen groot land, maar daarna komt Portugal en dat is nog kleiner.