Kleine omwenteling belastingadviseurs

AMSTELVEEN, 29 JUNI. Advocaten en vooral accountants hadden de weg naar internationale samenwerking enige tijd geleden al gevonden. Des te opmerkelijker was het dat de belastingadviseurs nog geen banden met buitenlandse partners aanknoopten. Dat daarin nu verandering komt, is in de nogal solistische wereld van de Nederlandse belastingadviespraktijk een kleine omwenteling.

Het gerenomeerde Loyens & Volkmaars (sinds 1917) kondigde deze week een samenwerkingsverband aan met Bureau Francis Lefebvre in Frankrijk en Radler Raupach Bezzenberger in Duitsland, die zoals de meeste buitenlandse kantoren ook een advocatenpraktijk herbergen. De drie behoren alle tot de grote kantoren in Europa. De nieuwe combinatie (omzet 300 miljoen gulden, 875 medewerkers in 20 kantoren in de EG en 8 kantoren daarbuiten) zal als Loyens Lefebvre Radler-European Tax Network de markt opgaan. De huidige samenwerking houdt volgens bestuursvoorzitter prof.dr.D. Juch. geen financiele binding in. Elk van de drie leden kan onder eigen naam blijven opereren, maar via het gezamelijke netwerk is er toegang tot de gespecialiseerde kennis en ervaring van de andere leden. Juch sluit een fusie “over een jaar of tien” niet uit. De nieuwe combinatie wil inspelen op de harmonisatie in de fiscale wetgeving binnen de EG en de voltooiing van de ene Europese markt. En de combinatie is een “gesprekspartner” voor Amerikaanse en Japanse ondernemingen die zich in de EG willen vestigen. De drie partners willen zich in New York en Tokio vanuit een gebouw presenteren. Het initiatief tot de samenwerking is uitgegaan van Loyens & Volkmaars dat zijn clienten steeds gemakkelijker de grenzen ziet overschrijden. Ook wil het Nederlandse belastingadviesbureau een tegenwicht vormen tegen de grote internationale accountantsbureaus als Coopers & Lybrand en Price Waterhouse, die ook fiscale kennis in huis hebben gehaald. Loyens & Volksmaars heeft niet serieus overwogen bij een groot accountantskantoor onderdak te zoeken, zoals concurrent Meyburg deed dat onder de paraplu van KPMG zit. Juch: “Accountantskantoren proberen clienten te werven met het argument dat zij de functie van accountant en belastingadviseur in een hand hebben. Maar een accountant heeft een openbare functie. Een client kan daarom de accountant in een gewetensconflict brengen als hij een fiscale kwestie voorlegt.” En mede-vennoot mr. J. Wisse vult aan: “Als je bij een internationaal accountantskantoor gaat zitten, moet je maar afwachten wat de kwaliteit is van de fiscalisten die daar werken. Wij kunnen overal in het buitenland onze partners zorgvuldig uitzoeken.” De voorzitter van Loyens & Volkmaars gelooft heilig in de toekomst van het gespecialiseerde zelfstandige belastingkantoor. “Wij zijn beter in staat voor bijvoorbeeld internationale ondernemingen een hele fiscale structuur op te zetten.” Ook een samenwerkingsverband met advocatenkantoren was volgens Juch geen optie. “Wij doen natuurlijk zaken met de grote advocatenkantoren. Stel dat we er een als vaste partner zouden kiezen. Dan krijgen we van die andere advocatenkantoren geen zaken meer, want die voelen er niks voor de concurrentie aan extra inkomen te helpen.” Mede daarom blijven de advocatenpraktijken van de Franse en Duitse partner buiten de samenwerking. De strategie is meer partners te zoeken. Vanuit Italie en Spanje zijn al contacten gelegd. Oostenrijk is volgens Juch ook een belangrijke potentiele partner, omdat dit land een goede uitvalsbasis biedt naar Oost-Europa. Juch denkt dat de kleinere belastingadviesbureaus in Nederland het voorbeeld van Loyens & Volkmaars wel eens zouden kunnen volgen. Een ding staat voor hem ook vast: LLR Tax Network moet uitgroeien tot de “McKinsey op fiscaal gebied in Europa”.