JOHN TOWER; Een senator die omkeek in wrok

Consequences. A Personal and Political Memoir door John G. Tower 388 blz., Little, Brown & Co 1991, f 60,40 ISBN 0 316 85113 2

Het was een van de eerste belangrijke beslissingen van de net tot president gekozen George Bush. Wie zou hij benoemen tot minister van defensie? Wekenlang draalde de nieuwe president van de Verenigde Staten. Op 16 december 1988, vijf weken voordat hij Ronald Reagan zou aflossen, maakte hij zijn keuze bekend. John Goodwin Tower, van 1961 tot 1985 lid van de Senaat, zou de leiding over het Pentagon krijgen. Tower zelf zag de overstap naar het ministerschap als een vanzelfsprekendheid. Hij kende als geen ander in Washington de defensiewereld. Van 1981 tot aan zijn vertrek uit de Senaat had hij als voorzitter van de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten de ambitieuze defensieplannen van president Reagan door het Congres geleid. Het besluit in 1985 als senator te vertrekken nam Tower weloverwogen. Herverkiezing voor weer een termijn van zes jaar zou hem waarschijnlijk geen moeite hebben gekost, maar hij voelde er weinig voor nog langer Reagans stadhouder in de Senaat te zijn. Na vierentwintig uitputtende jaren wilde hij plaats maken voor een jonger iemand. Meteen na zijn afscheid werd hij overigens de Amerikaanse delegatieleider bij de 'START'-onderhandelingen met de Sovjet-Unie in Geneve. Daarna kreeg hij als voorzitter van een speciaal ingestelde commissie de leiding van het onderzoek naar het Iran-Contraschandaal. Door Towers onderzoeksrapport over die kwestie werd de toenmalige vice-president (met presidentiele aspiraties) George Bush van alle verdenking van betrokkenheid officieel gezuiverd. Zo maakte het 'Tower-Report' de weg vrij naar een gemakkelijke verkiezingsoverwinning van Reagans opvolger. Het was niet de eerste keer geweest dat John Tower de politieke carriere van George Bush in een stroomversnelling bracht. Tower zelf wist op jeugdige leeftijd een tot de verbeelding sprekend electoraal succes te boeken. Het was sinds 1877 niet meer voorgekomen dat een lid van de Republikeinse Partij een senaatszetel in Texas wist te veroveren. In 1961 lukte het de 'little giant', als vierendertig-jarige universiteitsmedewerker uit Wichita Falls, het monopolie van de Democratische Partij te doorbreken en zo in een klap nationale roem te vergaren. Vanuit die sterke positie steunde hij zijn leeftijdsgenoot George Bush bij diens pogingen in de Amerikaanse volksvertegenwoordiging te worden gekozen. In 1966 lukte dit: George Bush werd lid van het Huis van Afgevaardigden en zette daarmee de eerste stap op weg naar het presidentschap. LIJSTJE Het was dus geen echte verrassing dat de naam van John Tower bovenaan het lijstje van Bush met kandidaten voor het Pentagon stond. Onder de talrijke adviseurs van de nieuwe president heerste overigens een minder gunstig oordeel over Tower. President Reagan had in senator Tower een vurig medestander bij het drastisch verhogen van de defensie-uitgaven gevonden. Maar nu onder Gorbatsjov het voormalige 'Rijk van het Kwaad' niet langer bedreigend werd geacht, werd het tijd voor een omslag in het defensiebeleid en zou het Pentagon een afslankingskuur moeten ondergaan. John Tower beschikte niet over zulke goede papieren om als snoeier van het defensiebudget aan de slag te gaan. Het door de staf van de president opgestelde profiel voor de nieuwe minister van defensie was meer toegesneden op een uit het bedrijfsleven afkomstige manager zonder politieke oogkleppen, maar met een rijke ervaring in het saneren. De dankbaarheid van Bush gaf echter de doorslag boven de twijfels aan John Towers uitdrukkelijke belofte ''not to be a big spender''. Met zijn rijke ervaring als senator en met zijn kennis over alles wat met defensie te maken heeft, zou de benoeming van Tower in de Senaat geen problemen hoeven op te leveren. In de Verenigde Staten keurt de Senaat immers doorgaans de belangrijkste benoemingen van de president zonder haperingen goed nadat de de meest betrokken Senaatscommissie daartoe hoorzittingen heeft gehouden. Maar de zaken liepen anders dan verwacht. Towers benoeming werd de allereerste voordracht van een net gekozen president die in de Senaat schipbreuk leed. Met zevenenveertig tegen drieenvijftig stemmen dolf John Tower op 9 maart 1989 het onderspit. Deze unieke gebeurtenis in de geschiedenis van de Amerikaanse Senaat was een persoonlijk drama voor Tower. Zakelijke argumenten om hem voor het ministersambt af te wijzen, waren er niet. Hij werd slachtoffer van allerlei aantijgingen uit meest anonieme bronnen. Het gonste dat hij een rokkenjager en dronkelap zou zijn. Bovendien zou hij als 'consultant' voor enkele defensiebedrijven de verdenking op zich geladen hebben als toekomstig minister van Defensie niet onbevangen te staan tegenover zijn vroegere opdrachtgevers. In zijn recent verschenen memoires met de titel Consequences kijkt Tower terug op zijn echec. Het boek is een klaagzang van een verbitterd en rancuneus man. Dat is jammer. De politieke loopbaan van John Tower is de moeite waard, maar deze terugblik op zijn carriere is gelardeerd met talloze oprispingen over het onrecht dat hem door zijn vroegere collega's is aangedaan. Consequences begint met een verslag van de stemming over zijn benoeming, het eindigt met de in vitriool gedoopte opmerking dat zijn loopbaan in de politiek 'abrupt' is beeindigd. Tower schrijft met dat ongewilde einde van zijn carriere wel te kunnen leven, maar geeft in een adem toe dat het natuurlijk 'doodzonde' is dat van zijn kennis en ervaring 'geen goed gebruik is gemaakt'.

WROK

Consequences is zo een merkwaardig boek geworden: in zekere zin fascinerend, maar toch een gemiste kans. Dat geldt zowel voor de meer persoonlijke ontboezemingen als voor de herinneringen van Tower aan zijn politieke loopbaan. 'Omzien in wrok' zou een toepasselijker titel zijn geweest, misschien wel vooral wat de terugblik op het prive-leven betreft. Het relaas over Towers kortstondige tweede huwelijk beslaat meer ruimte dan de beschrijving van zijn nog kortere, maar niettemin voor de buitenwereld belangwekkender periode aan de onderhandelingstafel in Geneve bij de hervatting van de START-besprekingen over de halvering van de strategische bewapening. Ook over het onderzoek naar het Iran-Contra-schandaal laat Tower teleurstellend weinig los. Snel na het bekend worden van de geheime pogingen wapens met Iran te ruilen voor de Amerikaanse gijzelaars in Libanon had Reagan de onderzoekscommissie onder leiding van Tower benoemd. Samen met de huidige nationale veiligheidsadviseur Brent Scowcroft en oud-minister van buitenlandse zaken Edward Muskie toog hij aan de slag om ''alle feiten boven water te krijgen''. Binnen zestig dagen had de Tower-commissie haar onderzoek voltooid. De bevindingen werden begin 1986 gepubliceerd en bevatten forse kritiek op de wijze waarop Reagan zijn medewerkers een bijna onbeperkte vrjheid liet in naam van de president beleid te maken en uit te voeren. Het is opmerkelijk dat George Bush in het rapport werd gespaard, hoewel hij bij de meeste beraadslagingen over de koehandel met Iran aanwezig was geweest. Hij was er wel bij geweest, zo verklaart Tower, maar ''had nergens vingerafdrukken achtergelaten''. Het grootste deel van Consequences wordt besteed aan het ontzenuwen van de vele verdachtmakingen tegen Tower zelf. Daarbij gaat een amusant beerputje open. Zo bekent hij dat hij inderdaad zijn eerste vrouw ontrouw is geweest, maar ongewenste intimiteiten met zijn huishoudster hebben volgens hem nooit plaatsgevonden. Laat staan dat hij ooit een Russische ballerina bovenop een vleugel heeft uitgekleed. Jazeker, vroeger lustte hij inderdaad een whiskey, maar daarmee is hij lang geleden gestopt; hij kan zelfs niet meer tegen de geur van Johnny Walker. Zijn alcoholconsumptie was, zo beklemtoont Tower, teruggebracht tot niet meer dan twee glazen wijn bij het eten en zelfs die twee was hij bereid geweest af te zweren als de senaatscommissie dat had gewild. Van financiele malversaties was geen sprake en hij heeft ook nooit misbruik gemaakt van zijn vroegere posities om bedrijven aan defensiecontracten te helpen of van geheime informatie te voorzien. Daarmee meldt John Tower in zijn Consequences niets nieuws. In werkelijkheid waren de verdachtmakingen slechts de stok om de hond te slaan. Het ging zijn voormalige collega's niet om zijn huwelijkstrouw of om zijn voorkeur voor spiritualien. Ze mochten hem eenvoudigweg niet. Tower was een ervaren en intelligent politicus, maar zijn onaangename arrogantie kostte hem uiteindelijk het ministerschap. Zijn vroegere collega's waren niet vergeten hoe Tower in de Senaat als een potentaat de lakens uitdeelde en ze vonden dat de tijd was gekomen hem een koekje van eigen deeg te presenteren. De huidige voorzitter van de senaatscommissie voor de strijdkrachten, Sam Nunn, was er doelbewust op uit John Tower uit het Pentagon te houden en hij vond daarvoor met gemak voldoende medestanders. De dag nadat Towers benoeming was afgeketst, benoemde president Bush Dick Cheney tot minister. Binnen tien dagen was de bekrachtiging van diens benoeming rond. Zijn drie hartaanvallen en twee bekeuringen voor het rijden onder invloed waren voor de Senaat geen aanleiding deze voordracht met dezelfde nauwgezetheid te bezien als de uitverkiezing van John Tower. Tower bleef als een verongelijkt man achter. Kort na de verschijning van zijn memoires kwam hij bij een vliegtuigongeluk om. Een dramatische bijkomstigheid was dat het vliegtuig neerstortte in Georgia, de thuisstaat van zijn aartsrivaal Sam Nunn.

Bert Kreemers is politicoloog en werkzaam bij het Ministerie van Defensie