Joegoslavische crisis eerste test voor CVSE-mechanisme

Toen de ministers van buitenlandse zaken van 33 Europese landen, de Verenigde Staten en Canada vorige week tijdens hun ontmoeting besloten tot de instelling van een Europees crisis-mechanisme, dat in werking zou kunnen worden gesteld in geval van ontwikkelingen die de veiligheid bedreigen, zagen Westerse diplomaten de Joegoslavische kwestie als eerste mogelijkheid om dit mechanisme in de praktijk te brengen. Geen van hen zal toen hebben gedacht dat het al zo snel in werking zou worden gesteld.

De Duitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, verklaarde gisterochtend al voor de Duitse radio dat hij de nodige steun had voor het in werking stellen van het mechanisme. Niet alleen de ministers van alle EG-landen, maar ook Noorwegen en de Verenigde Staten hadden zich al uitgesproken voor een crisisberaad van het comite van Hoge Ambtenaren van de 35 landen van de Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking (CVSE). De functionering van het crisismechanisme houdt in dat een van de lidstaten in het geval de situatie in een ander land de eigen veiligheid bedreigt, inlichtingen kan inwinnen. Die inlichtingen moeten dan binnen 48 uur worden verstrekt. Inmiddels heeft Oostenrijk al in Belgrado om dergelijke inlichtingen gevraagd. Dat Oostenrijk zich ernstige zorgen maakt over het conflict in het aangrenzende Slovenie, mag wel blijken uit het feit dat de Oostenrijkse minister van defensie, Werner Fasslabend, opdracht heeft gegeven enkele honderden manschappen naar het grensgebied te sturen en de luchtafweer te versterken. De volgende fase in het crisismechanisme is het bijeenroepen van het comite van Hoge Ambtenaren van de CVSE-landen. Dat kan pas gebeuren indien behalve het eerste klagende land ook twaalf leden van de CVSE hier om vragen. In Berlijn werd afgesproken dat voor deze bijeenkomst het meestal in de CVSE geldende unanimiteitsprincipe niet hoeft te gelden. Afgesproken is bovendien dat een dergelijke vergadering in Praag wordt gehouden, waar het secretariaat van de CVSE is gevestigd. Zo'n bijeenkomst zal dan onder voorzitterschap van Tsjechoslowakije staan, dat in Praag de CVSE-hamer heeft overgenomen van Duitsland. De Tsjechoslowaakse minister van buitenlandse zaken, Jiri Dienstbier, is voorzitter van de CVSE-ministerraad tot aan de eerstvolgende reguliere vergadering op 30 en 31 januari in de Tsjechoslowaakse hoofdstad. De hoge ambtenaren kunnen tijdens hun ontmoeting (maar dan weer unaniem) besluiten of ze een bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken nodig achten. Nederland heeft voorgesteld dat de CVSE, naar het voorbeeld van de Europese Gemeenschap, een soort trojka (bestaande uit de vorige, de huidige en de volgende voorzitter van de CVSE) zou kunnen vormen, die in voorkomende gevallen op missie zou kunnen worden gestuurd naar een crisishaard. In Berlijn is daarover nog geen beslissing gevallen. De kans op het sturen van een CVSE-trojka naar Joegoslavie is overigens op dit moment nog niet erg groot, aangezien de Europese Gemeenschap haar trojka al beschikbaar stelde voor een bemiddelingsactie in Joegoslavie. Een actie van de Verenigde Naties ter beeindiging van de interne strijd in Joegoslavie is minder waarschijnlijk. Secretaris-generaal Javier Perez de Cuellar verklaarde eerder deze week dat de ontwikkelingen in Joegoslavie vooralsnog een interne zaak zijn. “Natuurlijk volg ik de situatie met belangstelling. Maar tegelijkertijd moet men zich realiseren dat het voor de VN vooralsnog om een interne aangelegenheid gaat, waarover we onze opvattingen niet kunnen geven.” Een hoge Westerse vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties wees er deze week op dat de Golfoorlog heeft aangetoond dat collectieve veiligheid in VN-verband kan werken, aangezien er op het ogenblik een goede samenwerking tussen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad bestaat. Mede hierdoor wordt het steeds moeilijker voor de vijf permanente leden om het recht van veto daadwerkelijk uit te oefenen. Ook hij zag niet direct een grote rol bij het Joegoslavische conflict voor de VN, omdat de crisis daar een interne aangelegenheid betreft. Joegoslavie valt in de categorie 'moeilijk', aldus deze functionaris, die de kwestie meer iets voor de Westeuropese Unie of de CVSE zei te vinden.