Jammer maar waar

Dat mannen en vrouwen verschillend zijn, staat buiten kijf. Er zijn drie dingen mis met deze zin, althans twijfelachtig:

1. Mannen staat voorop, 2. Het staat helemaal niet buiten kijf, 3. Buiten kijf is een ongelukkige aanduiding in dit verband. Kijf wordt geassocieerd met vrouwen en juist vrouwen maken bezwaren tegen de stelling. (We willen flauwiteiten als 'vive la difference' verder buiten beschouwing laten, dus u hoeft niet bevreesd te zijn voor een 'leuk' stukje.) Als er iemand over kan oordelen of vrouwen anders zijn, ben ik het wel. Ik had al zeer vroeg vriendinnetjes en een zusje en ik bezocht bij wijze van spreken een middelbare school voor meisjes - ik zat, op een enkele uitzondering na, jarenlang in een klas vol meisjes, die de eerste weken van september hun gesprekken nog wel aanpasten aan de andersgeaarde in hun midden, maar dat vervolgens opgaven. Ik speelde tevens toneel op een meisjes-HBS. De vriendinnetjes uit mijn lagere-schooltijd waren vrij potig, uitgesproken en kwamen voor me op als er gevochten moest worden. Ik ben bovendien geruime tijd getrouwd geweest. Dus. Ik ben een aanhanger van de stelling dat een meisje van 16 eigenlijk 19 is, en een jongen van 16 eigenlijk 13, met andere woorden meisjes zijn voorlijk, doen zich op jonge leeftijd gaarne ouder voor en gaan ook meestal om met oudere jongens, later mannen. Nog steeds is het een uitzondering als een 60-jarige vrouw het aanlegt met een 40-jarige man. Van andersom kijkt niemand op. Jonge meisjes hebben vrijwel zonder uitzondering de wind mee. Ze worden schattig gevonden door jong en oud en worden pas na hun 22-ste lelijk, als ze daar aanleg voor hebben. De meeste meisjes weten het lelijker of ouder worden flink uit te stellen - sommige Franse meisjes hebben daar iets op gevonden: ze maken een uitgesproken typetje van zichzelf en houden dat hun verdere leven haast leeftijdsloos vast - maar een feit blijft dat een vrouw van 50 minder armslag heeft dan een meisje van 21. Zo herinner ik me een fantastisch uitziende dichteres die bij het betreden van een bar vaak alle glazen met een machtige zwaai van de onderarm opzij schoof. Niemand vond het brekend glaswerk storend wegens haar schitterende verschijning en felle woordkeus. Tegen haar 50-ste keek ze iets dieper in de glaasjes en werd de wegschuif-act haar wel degelijk kwalijk genomen. De felle woordkeus was gebleven. Waar lag nu de grens? (Eddy Barclay, de Franse platenkoning, met een ongeblust oog voor 'de vrouwtjes' - ik mocht hem een weekeindje meemaken - is zojuist getrouwd met een 17-jarig meisje. Op de vraag, haar door journalisten gesteld, hoe dat nu wel was met een man van dik in de zeventig, antwoordde ze: ''Ik kan heel goed opschieten met meneer Barclay''. Ze zegt ook u tegen hem, net zoals koningin Emma tegen haar man.) Die grens is moeilijk vast te stellen, maar het valt meteen op dat het voor vrouwen vele malen moeilijker is dan voor mannen. Mannen kunnen zich, met mate, de hebbelijkheden van hun jeugd veroorloven, velen worden geestelijk nooit ouder dan 17, terwijl vrouwen dat in het geheel niet mogen. Mannen kunnen, indien ze hun aanvankelijk gewicht behouden en hun maten, tot hun 80-ste vrijwel dezelfde kleren aan, als op hun 20-ste. Pak is pak. Schoenen zijn schoenen. Jas is jas. Maar vrouwen moeten aandachtig in de spiegel blijven kijken of hun vlechten, hun minirokken, hun nauwsluitende broeken 'nog wel kunnen'. Het antwoord is meestal nee. De gamine-gamin-achtige pet of hoed die ze zo ingenue droegen toen ze 18 waren, is misschien misplaatst op hun 40-ste, laat staan op hun 80-ste. Onrechtvaardig? Zeker, maar we hebben inmiddels geleerd dat er in het leven geen rechtvaardigheid bestaat. Rechtvaardigheid moeten we zelf maar aanbrengen. Het waardig ouder worden, waar de meesten van ons mee bezig zijn, is voor vrouwen drie keer zo moeilijk als voor mannen. Als vader op een verjaardag een beetje tipsy (Eng. 1577) raakt, is dat af en toe best aardig. Moeder mag dat echter helemaal niet. Van vrouwen wordt altijd verwacht dat ze er 'netter' uitzien dan hun mannen. Das scheef, vlek op de kraag, gebroken nagel, naadje los - het wordt oom Kees niet nagedragen. Tante Ans wel. Het is oneerlijk. Op de New York Times bestsellerslijst van boeken staat het werkje 'You Just Don't Understand: Women and Men in Conversation', geschreven door mevrouw Tannen, een professor in taalleer. Ze gaat er gelukkig nog van uit dat er een conversatie is, want je zult de echtparen de kost geven die nimmer een woord wisselen, behalve dan misschien: ''Mag ik even het zout'' en ''jij moet niet zoveel zout eten''. Ik ken zelfs een echtpaar dat alleen converseert door middel van briefjes. Laatst was de volgende aldus. Dinsdag: ''Jan, je eten staat in de ijskast.'' Woensdag: ''Jan, je hebt het eten van de kat opgegeten.'' Ze had natuurlijk expres de schaaltjes verwisseld. Mevrouw Tannen stelt dat vrouwen - en dat zie ik wel een beetje voor me aan die Amerikaanse keukentafels - recht tegenover mekaar zitten als ze praten. Mannen naast elkaar, of in een hoek. De grootste klacht is: 'Alle vrouwenzeuren' en 'waarom vragen mannen nooit de weg?' Het grote verschil thuis is dat mannen 's avonds niks willen zeggen, slechts willen eten en televisie-kijken, terwijl vrouwen dat juist de hele dag al gedaan hebben en nu wel eens willen praten. Is er tegenwoordig nog iemand die wil volhouden dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn?