Honger op het wad

Engelsmanplaat, tussen Ameland en Schiermonnikoog, is bij benadering de natuurlijkste plek van Nederland en wel hierom: heel ons land zou er anders uitzien als er geen mensen waren, maar Engelsmanplaat niet, daar zou alles hetzelfde zijn. Ongeveer. Dacht ik.

In Lauwersoog gingen we aan boord van De Krukel, een patrouillevaartuig van NMF, een van de plezieriger diensten van het ministerie van landbouw. We maakten kennis met de heren Smid, Smit en Mast en we waren de haven nog niet uit of ze begonnen over de grote kokkel- en mosselroof. Heel de Waddenzee was afgezocht, maar geen kokkel of mossel meer te vinden! Totaal geplunderd! In twee jaar tijd! En die arme eidereenden maar hongeren. Naar het scheen was maar een kwart van het normale aantal tot broeden gekomen. De rest hetzij uitgeweken naar elders, hetzij te zwak om eieren te produceren.Dit thema zou die dag voortdurend terugkeren. Dat kokkels als borrelhapjes naar Portugal en Spanje gingen. Dat die vissers het hele jaar door bezig waren het wad te verkennen, dat ze daarbij gebruik maakten van de modernste, satelliet-gekoppelde navigatiemiddelen (zoals de Amerikanen in de Golfoorlog!), dat ze zodoende, als ze in het najaar gedurende dertig dagen hun gang mochten gaan, elke kokkel tot op een meter nauwkeurig wisten te liggen. Dat ondertussen de laatste mosselbanken met schep en kruiwagen werden afgegraven, want schep en kruiwagen vielen niet onder de visserijwet.Van deze laatste activiteit kregen we foto's te zien en iemand zei: 'Ja, daar kan geen eidereend tegenop.' We kwamen in het Smeriggat en stapten over op een rubberboot. Afgaand water: de plaat, die bijna helemaal overstroomd was geweest, begon droog te vallen. Op het natte zand stonden zilvermeeuwen, aalscholvers en inderdaad een paar eidereenden. Wadend gingen we aan land. Ik was hier eerder geweest, in 1979. Toen lagen aan de oostkant nog kniehoge duintjes, bekroond met wuivend biestarwegras. In dat jaar waren er 680 jonge vogels geringd, voornamelijk dwergsterns, visdiefjes en noordse sterns, vogels die op een dynamisch milieu zijn ingesteld. In de tussentijd was Engelsmanplaat volledig gladgestreken. Ik had daarvan gehoord, maar het was anders om het te zien. Op weg naar een huisje op palen lieten we een eenzaam, voorbijgaand voetspoor achter. We maakten kennis met Michel van Roon en Lenze Hofstee en gingen naar boven. Zij bewaken de plaat van juni tot september, Michel (27) voor de zesde, Lenze (34) al voor de achtste keer, steeds in tijdelijk dienstverband bij Staatsbosbeheer, dit jaar waarschijnlijk voor het laatst, ook hiermee wil Staatsbosbeheer ophouden. Vier ramen had dat huisje en het leek net of er vier William Turners hingen. In een week vol regen en storm hadden we een droge, winderige dag getroffen. Boven het platst denkbare landschap, niet meer dan een paar potloodstrepen eigenlijk, verhief zich een duizelingwekkende hemel, die onophoudelijk van west naar oost bewoog. En overal een zee van licht. Rond '82, vertelde Lenze, waren hier de laatste jonge vogels grootgeworden. Engelsmanplaat zonk weg, van 1.94 m +NAP in 1966 tot 1.20 m +NAP in '82, ruim vier centimeter per jaar. Maar aan de noordkant was Het Rif opgekomen. In '85 en '86 kwamen daar eieren uit. Het ontbrak er echter aan begroeiing waarin de kuikens hadden kunnen wegschuilen en ze vielen allemaal ten prooi aan de meeuwen. En helaas, sindsdien was ook Het Rif alweer aan het zakken. De herinnering aan betere tijden leefde voort. Ook dit jaar was Engelsmanplaat door volstrekt kansloze scholeksters in zeven territoria verdeeld. Rond Het Rif zwierven toch weer noordse sterns en daar had zich ook, na al die jaren, opnieuw een aandoenlijk paartje kluten gemeld. Elke keer dezelfde, mag je aannemen. Nu ja, de ene plaat gaat onder, de andere komt op, dat is het spel van de natuur, zoals ze het hier in de Waddenzee, haar laatste domein in Nederland, nog vrijelijk kan spelen. Hoewel, natuur? De afsluiting van de Lauwerszee heeft natuurlijk ingrijpende gevolgen gehad voor de getijdestromen en het bijbehorende zandtransport. En de oostkant van Ameland is al zes centimeter gedaald als gevolg van gaswinning; naar verwachting zal dat oplopen tot vijfentwintig. Het effect daarvan kun je alleen maar raden. Misschien zakt Engelsmanplaat mee. Misschien zal die oostkant van Ameland afbreken en juist zand leveren voor de ophoging van Engelsmanplaat. Maar helemaal zuiver is de situatie dus ook hier niet. Toen weerklonk en doffe dreun en voer een rilling door het huisje. Ergens in de buurt was de geluidsbarriere doorbroken. In de loop van de zomer, vertelde Lenze, brachten zo'n tienduizend mensen een bezoek aan Engelsmanplaat, terwijl er driehonderd keer vliegtuigen overkwamen, maar die vliegtuigen veroorzaakten twintig maal zoveel verstoring als die mensen. Het wetenschappelijk bewijs kon hij er desgewenst bijleveren. Verreweg het schadelijkst was de sportvliegerij, maar ook de militaire luchtvaart nam een deel van de onrust voor haar rekening. Vlucht en spanwijdte van een transportkist deden vogels kennelijk aan de nadering van een kolossale roofvogel denken en joegen hen in panische wolken de lucht in. Op de straaljagers, die hier een laagvliegroute hadden, vertoonden vogels geen reactie, althans geen zichtbare, maar je kon je voorstellen dat ze dan net als wij in elkaar doken, dat hun hart dan even stil stond. We hadden koffie gedronken, een tijd zitten kletsen en onze ogen uitgekeken. Lenze liep mee terug naar de rand van Engelsmanplaat, zoals iemand zijn gasten uitgeleide doet. ''Als broedgebied,'' zei hij, ''heeft het op het ogenblik geen functie, maar het is nog steeds een van de allerbelangrijkste rust- en slaapplaatsen. Eind augustus zitten hier bij hoogwater vijftigduizend steltlopers en dat is nog niet eens het hoogtepunt, het hoogtepunt is pas in september. Daar praat je over internationaal belangrijke aantallen.'' Ook zei hij nog dat hij bij zijn dagelijkse rondjes over de plaat telkens een stuk of vier eidereenden opraapte. Doodgehongerd. We klommen weer op De Krukel en voeren een geul in onder Schiermonnikoog om een rustplaats van zeehonden te controleren. We telden er dertien. Wonderlijk blond altijd als ze droog zijn. In het Zoutkamperlaag knalde later een straaljager over ons heen en iemand zei: ''Als daar toch eens een berg stond waartegen dat kreng te pletter kon slaan.'' Maar we waren in Nederland, geen berg te bekennen.