Het weer

Donderdag 27 juni heeft deze krant een brief gepubliceerd die op het eerste gezicht over het slechte weer gaat, maar bij nadere bestudering het fundamentele vraagstuk van de dagbladpers behandelt.

Mevrouw Helen Goote uit Nieuwegein stelt vast dat ''na eindeloze weken van kou en regen het weerbericht zo'n beetje een van de belangrijkste berichten is geworden''. Ik vind dat ze zich met zo'n beetje nog gematigd heeft uitgedrukt. Iedere dag weer proberen onze redacteuren en nieuwslezers ons door hun berichten over de koppeling met onze neus op de werkelijkheid te drukken, maar het gaat de Nederlanders nog maar om een ding: wat het KNMI te vertellen heeft. Beelden van de toestand in Joegoslavie zijn in het bijzonder interessant omdat je dan kunt zien of de Slovenen en Kroaten mooi weer hebben bij hun strijd om de onafhankelijkheid. 't Is treurig, zoveel oppervlakkig egosme bij historische ontwikkelingen, maar zo is de mens: het allerbelangrijkst vindt hij datgene wat naast de deur gebeurt, en de toestanden verderop interesseren hem des te meer naarmate hij daarin iets van zijn eigen omstandigheden aantreft, of juist het tegendeel. Eigen rotpokkeweer versus andersmans stralende zon. Mevrouw Goote heeft een andere oplossing, een interne. ''Het weer is niet te veranderen. Maar de berichtgeving wel!'' schrijft ze. Als je leest (vat ik haar redenering samen) dat het zondagmiddag zal regenen, dan kan je daaruit opmaken dat het zondagmorgen droog en half bewolkt zal zijn. Meldt dan met vette letters in de krant: Af en toe zonnig! Dat geeft al een heel ander vooruitzicht op die dag. Gebeurt er dan ook nog wat er voorspeld is, ''dan heeft de zonnige positieve kop zijn werk al gedaan en is die nattigheid later minder erg,'' aldus deze briefschrijfster. Het door haar aangeroerde vraagstuk valt in drieen uiteen. Het eerste aspect is het oudst en het eenvoudigst. Het verhaal gaat, apocrief misschien, dat al aan het Perzische hof de boodschappers die slecht nieuws brachten, werden onthoofd nadat ze waren uitgesproken. In zekere zin gedraagt iedere lezer zich nog altijd als een Perzische vorst. Niet degene die het slechte nieuws heeft veroorzaakt, niet de bron krijgt er de schuld van, maar de krant incasseert de volle laag. De geschiedenis van de Nederlandse pers heeft daarvan voorbeelden waarbij je de haren te berge rijzen. Doordat we geen wereldmacht meer zijn, is het leven van de journalisten veel veiliger. De gevaren waaraan vroeger de politieke verslaggevers en de commentatoren het hoofd moesten bieden, bedreigen nu de mensen van het weerbericht. Ik wil niet beweren dat mevrouw Goote het op de dames en heren van het KNMI persoonlijk heeft voorzien, maar een zekere ondertoon is in haar brief herkenbaar: het kan ook anders worden gezegd, en hoewel daarmee de treurige waarheid dezelfde blijft, wordt het leven dan toch dragelijker. Ook een lelijke boodschap kan mooi worden aangekleed. (Er is een mop, verteld door Henk Elsink, over een familie met kat en inwonende grootmoeder. Deze twee blijven thuis, onder de hoede van een oppas, terwijl het gezin met vakantie is. Als vader, moeder en de kinderen na een paar weken terugkeren, blijken oma en kat dood te zijn. In je eigen stukje moetje nooit andermans moppen vertellen, en dus laat ik het hierbij, na te hebben verzekerd dat deze kant van de problematiek omtrent het weerbericht zoals mevrouw Goote die ziet, niet beter kan worden verhelderd dan door dit verhaaltje.) Het tweede aspect is ook niet nieuw. Het gaat erom dat, als je jezelf maar vaak genoeg verzekert dat er ook aardige kanten aan het leven zijn, het leven vanzelf door die aardige kanten overheerst gaat worden. Dit is de methode Coue, genoemd naar de Franse apotheker Emile Coue (1857-1926) die het geloof van de zelfsuggestie predikte. Hij heeft veel volgelingen gekregen. De laatste van wie ik gehoord heb, is Norman Vincent Peale, uitvinder van the power of positive thinking. Niemand minder dan Dwight Eisenhower zag iets in zijn oplossing voor de ellende van alledag. Voor we, als nuchtere Nederlanders, zouden gaan denken dat we van dergelijke hocuspocus nooit het slachtoffer zullen worden, vestig ik de aandacht op de vaderlandse versie van Coue & Peale, vervat in de spreuk: 't Sal waerachtig wel gaen! Ook geen bewijzen van tevredenheid ter inzage. Ik kom tot het derde, beschreven in deze door de lezers telkens weer gestelde vragen. Waarom staan er altijd alleen ongelukken en misere in de krant? Gebeurt er dan helemaal niets moois meer in de wereld? Vroeger zag je nog weleens een foto van het eerste lammetje in de wei. Op je bord, zul je bedoelen. Van tijd tot tijd komt iemand op het idee een Wereldtijdschrift op te richten dat alleen Goed Nieuws bevat en vaak ook zo heet. De bedoeling is er vlug rijk mee te worden, maar na drie weken is de ondernemer failliet. Het komt doordat u, calvinisten, diep in uw hart gelooft dat 'de mens tot niets goeds in staat is' en u zich ervan wilt verzekeren dat u, wat dit betreft, de enige niet bent. En dan is er nog iets anders: goed nieuws smaakt op den duur als zoete snoep. Het begint vlug te vervelen en het is slecht voor de tanden en kiezen van het brein; het tast de weerbaarheid aan. Slecht nieuws, of laten we het niet slecht noemen maar: normaal, dagelijks, dat houdt de mensen wakker en weerbaar. Goed nieuws is zoet nieuws; slecht nieuws is echt nieuws. Natuurlijk, iedereen verlangt nu naar de zon. Tot zover verschillen mevrouw Goote en ik niet van mening. Maar als de zon een week geschenen heeft? Komen we dan niet tot een ander verschijnsel? Dan voelen we, wat de fenomenoloog Philip Lersch zo mooi heeft genoemd: Der Antrieb des nicht genug Kriegen Konnens, m.a.w. de lust tot zwelgen. Ook dat is goed voor de krant. Niet zomaar een beetje mooi weer, maar een verzengende hittegolf. Zo zouden we nu van onze slecht-weer-kater genezen kunnen worden, niet door een zonnetje op zondagmiddag maar door een reeks van volwassen wolkbreuken. Het gaat niet om dat beetje regen of zonneschijn en de manier waarop die worden voorspeld. Het gaat om de verlossing uit de grauwheid, de halfheid van het gedeeltelijk bewolkte met enige regen. Het gaat om Nederland waartoe we veroordeeld zijn.