Het voorzitterschap

Al maanden wordt er naar uitgekeken en maandag is het dan zover: Nederland wordt 'voorzitter van de EG'. Maar wat doet zo'n voorzitter eigenlijk? De baas is hij niet. De diplomatieke mores willen zelfs dat de voorzitter de behartiging van de eigen belangen naar het tweede plan schuift. Maar er zijn diplomaten en politici die dit als hopeloos naief beschouwen.

De lidstaten van de Gemeenschap bekleden in alfabetische volgorde, waarbij de spelling van de landsnaam in de eigen taal wordt aangehouden, elk om de beurt zes maanden het voorzitterschap van de Raad van Ministers: de EG-instelling die op voorstel van de Europese Commissie en na raadpleging van het Europese Parlement de beslissingen neemt. De Commissie en het Parlement hebben elk een eigen voorzitter die voor langere perioden is benoemd respectievelijk gekozen. De voorzitter van de Raad is ook voorzitter van het comite van de permanente vertegenwoordigers in Brussel en van de talloze andere ambtelijke comites. Welke minister of ambtenaar optreedt als voorzitter hangt af van het behandelde onderwerp. Honderden Nederlanders zullen komend jaar de EG-voorzittershamer ter hand nemen. Hun taak: zorgen dat er besluiten worden genomen. De Raad heeft een eigen secretariaat in Brussel en de voorzitter daarvan ontvangt voor elke ministersbijeenkomst een gedetailleerd 'briefing-book' waarin de onderwerpen van de agenda worden behandeld, inclusief achtergrond, eventuele alternatieven en onderhandelingsscenario. Ook de eigen ambtenaren, met name die van de permanente vertegenwoordiging, zijn nauw bij de voorbereiding betrokken. Voor elke raadsvergadering overlegt de voorzitter ook nog met een of meer Commissarissen. De ministers kunnen immers alleen op initiatief van de Commissie besluiten nemen. Of praktischer: als een voorstel niet haalbaar is, kan de Commissie het in overleg met de voorzitter aanpassen. De voorzitter probeert bij alle onderwerpen de permanente vertegenwoordigers in Brussel alvast op een lijn te krijgen. Dit kan heel lang duren, het onderwerp kan van groot belang zijn. Maar als de vertegenwoordigers het eenmaal eens zijn, krijgt een onderwerp het stempel A en is het voor de Raad van Ministers een hamerstuk. Soms zijn voor de besluitvorming ingewikkelde scenario's nodig, bijvoorbeeld in het geval dat een lidstaat zich verzet en unanimiteit is vereist. In het voorbereidend ambtelijk overleg in Brussel zal snel duidelijk zijn dat de dissident gesoleerd staat. Maar een sterke nationale lobby kan het een minister moeilijk maken zich bij de overgrote meerderheid aan te passen, ook al ziet hij zelf de voordelen van een besluit wel in. De permanente vertegenwoordiger heeft dan wel een manier om de voorzitter duidelijk te maken dat zijn minister best bereid is overstag te gaan, maar niet nu meteen. Waarschijnlijk zal de voorzitter het onderwerp vervolgens prominent op de agenda zetten, zodat de minister kans heeft zich vurig te verzetten, waarna de voorzitter het onderwerp met een in heel Europa hoorbare zucht weer van de agenda afvoert. Zowel het verzet als het isolement van die ene minister zullen niet onopgemerkt voorbijgaan aan de media thuis. Dit theaterstukje kan zonodig nog een raadsvergadering worden herhaald, waarbij dan bijvoorbeeld duidelijk wordt gewezen op het 'Europese belang', voordat de minister uiteindelijk na zijn heldhaftige verdediging het hoofd in de schoot legt. Als de besluitvorming dreigt vast te lopen, kan de voorzitter zijn toevlucht nemen tot 'package deals'. Deze techniek wordt met name gebruikt bij het harmoniseren van wetgeving of het afschaffen van handelsbelemmeringen. Terwijl een afzonderlijk in stemming gebrachte maatregel kan stuiten op een veto van de getroffen landen, maakt een pakket waarbij elk land iets inlevert maar dat in zijn totaal voor iedereen aantrekkelijk is, een goede kans. Om voldoende goede wil te kweken is het wel gewenst dat er voldoende voorstellen zijn die al enige tijd “vastzitten”, terwijl men er nu eindelijk wel eens een besluit over wil zien. Dat tijdens een vergadering soms schriftelijke amendementen op voorstellen van de Commissie worden ingediend, maakt het werk van de voorzitter er niet gemakkelijker op. Er wordt namelijk in negen talen vergaderd, en elke lidstaat kan erop staan dat zo'n amendement in de eigen taal beschikbaar is. De voorzitter probeert dan eerst andere onderwerpen af te handelen, zodat de vertalers gelegenheid hebben hun werk te doen. Soms, met name tijdens bijeenkomsten van de vaste ambtelijke spelers in Brussel, slaagt de voorzitter erin de partners over te halen genoegen te nemen met teksten in het Frans en het Engels. Het voorzitterschap van de EG brengt ook het voorzitterschap van de Europese Politieke Samenwerking met zich mee, het proces waarin de twaalf EG-landen - meestal als reactie op een gebeurtenis - een gemeenschappelijk buitenlands beleid proberen te formuleren. Het uitdragen van zo'n Europees standpunt kan de betreffende minister van buitenlandse zaken in contact brengen met regeringsleiders over de hele wereld. Zo is de Luxemburger Jacques Poos het afgelopen half jaar beroemd geworden. Om de continuteit te bewaren is afgesproken dat de twee landen die EG-voorzitter waren en worden hun minister meesturen: de trojka. Daarom ging Van den Broek steeds met Poos mee. En daarom gaat vanaf maandag Poos met Van den Broek mee als deze de Twaalf moet vertegenwoordigen in de wereld. Net als de Portugese minister van buitenlandse zaken, wiens naam ons spoedig vertrouwd in de oren zal klinken.