Het Egees is een taal vol lood

Bestaat er een visuele variant van tuitende oren? Groen en geel voor de ogen, komt er misschien een beetje in de buurt. Of, door de bomen het bos niet meer zien, maar dat klinkt alsof het met een andere instelling van de blik snel valt te herstellen. Een dezer dagen sprak ik een wat 'Europa' betreft gezaghebbend commentator die juist weer een diepgravende analyse over een bepaald facet van dit onderwerp had geschreven en 's avonds zijn stukje in de krant zag staan.

Hij schrok zich een hoedje. In een oogopslag zag hij dat zijn doorwrochte analyse alleen door een paar fanatieke doorbijters zou worden gelezen. Het beeld van zijn tekst werd zo beheerst door hermetische, in kapitale letters gedrukte, ongebruikelijke afkortingen dat de in het thema ongeschoolde lezer er wel op moest reageren met een mengsel van afkeer en gevoel van buitengesloten-zijn. De fatale combinatie van tuitende oren en groene en gele vlekken voor de ogen zou er voor zorgen dat de analyse van de gezaghebbende commentator vrijwel ongelezen zou blijven. Op het beeldscherm van de tekstverwerker had het er minder dramatisch uitgezien. Dat komt, zo analyseerde de commentator, omdat het tekstveldje van het beeldscherm slechts een paar alineas tegelijk laat zien en dan lijkt het niet zo'n vaart te lopen met de afkortingen-barricades. Het obstakel van de afkorting is een van de belangrijkste vraagstukken van het Egees, de taal waarin over Europa wordt geschreven en gedelibereerd. Een tweede handicap die het Egees verre van lichtvoetig en toegankelijk maakt, is het loodgehalte van de begrippen die in het Europese debat worden gebruikt. In het Egees spreekt men over de 'federaal-communautaire rechtsorde' alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En bij het horen of lezen van het 'subsidiariteitsbeginsel' tilt geen ingewijde hond zijn wenkbrauw op. Dan is er een derde moeilijkheid. Dat is de Egese gemeenplaats, onnavolgbaar gellustreerd met de uitdrukking 'de klus 1992'. Ervaren denkers op het terrein van Europa schromen niet om de klus 1992 voortdurend in de strijd te werpen om aan te geven dat het werkelijk hoofdbrekens kost om deze onderneming, inderdaad, naar behoren 'te klaren'. Andere ervaren denkers achten een goede afloop schier onmogelijk als zij verzuchten: “We zijn bezig met de kwadratuur van de cirkel”. En ook “sine qua non” kan voortdurend worden opgevangen als je je binnen gehoorsafstand bevindt van de Europese denktank. Ten slotte is de internationale component een factor die de Egese taal nog extra ingewikkeld maakt. Want het Egees komt in verschillende talen voor en dat leidt vooral bij afkortingen tot verwarring. Een dezer dagen sprak onze minister van buitenlandse zaken in een klein gezelschap langs zijn neus weg over de NEVO en niemand in zijn gehoor die een teken van onbegrip gaf. De minister had zich even in de Egese taalvarianten vergist. Alle toehoorders begrepen dat. En alle toehoorders begrepen dat alle toehoorders dat begrepen en dan getuigt het van domheid en onwellevendheid om duidelijk te maken dat de minister zich vergist. Geen der ervaren denkers liet zich hier dan ook toe verleiden. Anders was het met de vertaling van een begrip van de ene Egese taal in de andere. In een Nederlands gezelschap van Egese taaldeskundigen had een Nederlander het over een 'pomme de discorde'. Dat werd het kleine, chauvinistisch ingestelde gezelschap te gortig. Links en rechts werd de Nederlands-Egese vertaling gefluisterd en gesist, inderdaad, twistappel. Het was een klein, maar veelbetekenend incident. Dat 'Europa' bij het grote publiek niet erg 'leeft', komt onder meer omdat een select, van Europese belangen doordrenkt gezelschap gebaat is bij de exclusiviteit van de Egese taal. Met opzet wordt het Egees daarom lelijk, slordig bijeengeharkt en nodeloos ondoorgrondelijk gehouden. De 'elite' die vloeiend Egees spreekt mag niet groter worden. Maar zij die zich zo vaardig in deze eigenaardige taal uitdrukken, hoeven daarvoor niet bang te zijn. De waarlijk beschaafde Europeaan is in zijn hart gouvernementeel en zal altijd voorwenden krachttermen als EMU!, EPU!, of zelf EBU! niet te hebben verstaan. Wil 'Europa' ook maar enigszins lukken, dan moet snel begonnen worden met de eerste Egese taalvernieuwing.