Goldsteen sloopt zijn eigen kunstwerk

Hoe kleiner het onderwerp, hoe groter de obsessie. Tim Krabbe heeft het eens beschreven. ''In de tijd dat ik me met de dolle toren bezighield, een hartstocht die als een zacht gif alle hoeken van mijn bewustzijn binnen sijpelde, liep ik wel eens over de Albert Cuijp markt. Daar liepen ook duizenden andere mensen. Ik bedacht dan dat het probleem van de dolle toren voor geen enkele van al die duizenden mensen ook maar de geringste betekenis had of ooit zou hebben. Ik zei dan tegen mezelf: 'Nou en?' Ik wist immers zeker dat een enkele ontdekking aangaande de dolle toren meer eeuwige waarde heeft dan een pond appels, Albert Cuijp, en de volledige wereldliteratuur tezamen.''

Hoeveel mensen zouden iets zinnigs kunnen beweren over de dolle toren? In Nederland ken ik er twee. De andere is Harry Goldsteen. Hij is een schaakonderzoeker die zich bij voorkeur beweegt op paden waar hij weinig medewandelaars heeft. De dolle toren. Het retrograde probleem. Het deert hem niet dat zijn bevindingen voor slechts zeer weinigen begrijpelijk zijn. Het gaat hem om de waarheid, niet om de verkondiging aan het volk. Toch is hij niet te beroerd om zich af en toe met een profaner onderwerp bezig te houden en zo viel zijn oog op de studie van Carel Mann die hier op 18 mei is afgedrukt. Het was de beroemdste studie van Mann, waarmee die in 1912 de eerste prijs had gewonnen in de wedstrijd van de Wiener Schachzeitung. Ik geef die studie hier nog eens, met de oplossing, nu sterk ingekort. Zie diagram 1

Wit wint met 1. Lg1+ Kh1 2. Le3 Kh2 3. Ka2 b6 4. Lf4+ Kh1 5. Df3+ Kg1 6. Le3+ Kh2 7. Dg4 en nu is de stelling bereikt waar het Mann om ging. Zwart is in zetdwang. Iedere zet die hij doet wordt op een andere manier weerlegd. Wit wint. Voor details zie de rubriek van 18 mei. Het hoogtepunt uit het tragische leven van Carel Mann. Het is bijna een daad van wreedheid om dit kunstwerk te demonteren, maar de waarheidszoeker mag niet sentimenteel zijn. Ongeveer een week nadat deze studie in de krant was afgedrukt, belde Goldsteen me op. Hij had deze beroemdste studie van Mann weerlegd. Niet alleen dat de studie mooier gemaakt zou kunnen worden door de witte loper op b2 te zetten en in het begin twee rondjes te draaien in plaats van een. Er was nog iets veel ergers aan de hand. De studie was incorrect, want er was een nevenoplossing. De studie had nooit een prijs mogen winnen. Zij had eigenlijk zelfs nooit gepubliceerd mogen worden. Een tijdje later kwam ik Goldsteen tegen bij een supermarkt. Hij zag er niet uit alsof hij veel tijd voor een praatje had. ''Het zijn moeilijke dagen, je begrijpt het wel'', zei hij. Ik begreep het. Goldsteen had zich de taak gesteld om na zijn sloperswerk ook herstelwerkzaamheden te verrichten. Hij moest de studie van Mann zo verbeteren dat hij wel correct zou zijn. Hij sloeg snel wat voedsel in en haastte zich naar huis. Plicht riep. Na een paar dagen stuurde hij me zijn bevindingen. Een tussenrapport. De taak die hij zichzelf had gesteld, had hij nog niet volledig uit kunnen voeren. Van zijn bevindingen kan hier slechts een heel kort uittreksel gegeven worden. Goldsteen had alles wat hij gevonden had al voor mij sterk ingekort, anders zou ik in de varianten verdrinken. En ik moet zijn verslag voor u nog veel meer inkorten, anders zou het uit de rubriek barsten. Besef, lezer, dat iedere zet die u ziet het resultaat is van dagenlange vindingrijke arbeid.

Allereerst de nevenoplossing. Vanuit de stelling van diagram 1 gaat die zo: 1. Lg1+ Kh1 2. Le3 Kh2 3. Ka2 b6 (tot zover alles net als in de auteursoplossing) en nu 4. Lg1+ Kh1 5. Lf2 Dh2 6. De4+ Dg2 7. De1+ Kh2 8. De5+ Kh1 9. Da1+ Wit mag zijn taak niet te licht opvatten. Goldsteen geeft uitvoerige varianten om aan te tonen dat zwart na het voor de hand liggende 9. Dxh8+ Dh2 10. Dxf8 met 10...Kg2, dreigend 11...Kf1, door zijn d-pion tegenkansen heeft die waarschijnlijk voldoende voor remise zijn. 9...Kh2 10. Dxh8+ Dh3 11. Dxf8 en nu, met de zwarte dame op h3 in plaats van h2, wint wit wel, al is het ook nog een geweldig karwei om dat exact aan te tonen. Na de destructie de opbouw. In zijn pogingen de studie van Mann te verbeteren kwam Goldsteen tot de volgende stelling. Zie diagranm 2

Hetzelfde als bij Mann, maar anders. De oplossing, in de geest van Mann, is nu 1. Le5+ Kh1 2. Ld4 Kh2 3. Lg1+ Kh1 4. Lxb6 (nodig, want veld a7 mag later niet toegankelijk zijn voor de zwarte dame) 4...Kh2 5. Lg1+ Kh1 6. Le3 Kh2 7. Ka2 d6 8. Lf4+ Kh1 9. Df3+ Kg1 10. Le3+ Kh2 11. Dg4 en nu is weer de zetdwangstelling bereikt. Zwart moet spelen en kan alleen verliezende zetten doen. Voor details moet ik helaas weer naar de rubriek van 18 mei verwijzen. Een extra mogelijkheid, die in de oorspronkelijke versie van Mann ontbreekt, is 11...Dd7 12. Dg1+ Kh3 13. Lf2 (of 13. Lf4) Dg4 14. Dh1 mat. De nevenoplossing die het probleem van Mann fataal is, gaat hier niet op. Goldsteen geeft de variant 1. Le5+ Kh1 2. Ld4 Kh2 3. Lg1+ Kh1 4. Lxb6 Kh2 5. Lg1+ Kh1 6. Lf2 (de zet waarmee Mann weerlegd werd) Dh2 7. De4+ Dg2 8. De1+ Kh2 9. De5+ Kh1 10. Dxh8+ Dh2 11. Dxf8 en nu redt zwart zich met 11...De5+ 12. Kb1 De2 Bruut ben ik bij deze studie over allerlei details heengewalst. Goldsteen geeft nog een variant die aantoont dat in de stelling van diagram 2 pion c4 niet gemist kan worden. Die variant alleen al had hem 200 uur analyse gekost. Hij schrijft: ''Ik treed niet in details. Dan wordt het pas echt schrikken.'' Alles prachtig. Alles ook in orde? Nee, helaas, nadat hij eerst Mann gedemonteerd had, moest Goldsteen nu de slopershamer ook op zijn eigen werkstuk laten vallen. Hij ontdekte dat ook deze studie een nevenoplossing heeft en daardoor incorrect is. Die gaat (vanuit diagram 2) zo: 1. Le5+ Kh1 2. Ld4 Kh2 3. Lg1+ Kh1 4. Lxb6 Kh2 5. Lg1+ Kh1 6. Le3 Kh2 7. Lf4+ Kh1 8. Ka2 Pe6! 9. dxe6 dxe6 10. Df3+ Kg1 11. Le3+ Kh2 12. Dg4 Df5! 13. Dg1+ Kh3 14. Dh1+ Kg4 15. Dxh8 en Goldsteen schrijft: ''en vermoedelijk wint wit nu toch. Dat is pas verdriet!'' Lang niet alle schakers zullen mij tot hiertoe gevolgd hebben, maar wie dat wel gedaan heeft zal beseffen dat zich een hartverscheurend drama heeft afgespeeld in de werkkamer van Goldsteen, maar ook dat hij er de man niet naar is om het erbij te laten zitten en dat hij niet zal rusten voor de studie in orde is.