FRANSE POLITICI

A Biographical Dictionary of French Political Leaders Since 1870 door David Bell, Douglas Johnson en Peter Morris (red.) 463 blz., Harvester Wheatsheaf 1990, f309,30 ISBN 07108 1014 8

'There's always something fishy about the French,' schreef Noel Coward als oprechte levenswijsheid voor zijn landgenoten, en veel Angelsaksen hebben het hem in velerlei toonaarden nagezegd. Maar die tijd lijkt goeddeels voorbij. De laatste jaren is er in ieder geval onder academici in Groot-Brittanni'e en de Verenigde Staten een enorme belangstelling voor de vroegere erfvijand op het continent. Wetenschappelijke tijdschriften en leerstoelen 'French Studies' zijn als paddestoelen uit de grond geschoten. En het moet gezegd: de combinatie van de doorgaans heldere aanpak der Angelsaksen met de soms wat ondoorgrondelijke Franse geschiedenis en landsaard werkt vaak wonderwel. Het resultaat is in ieder geval een constante stroom van gezaghebbende Engelstalige publikaties over Frankrijk. Zo is enige tijd geleden onder auspicien van de 'Association for the Study of Modern and Contemporary France' een voortreffelijke encyclopedie van de Franse politieke voormannen en -vrouwen van de afgelopen eeuw verschenen: A Biographical Dictionary of French Political Leaders since 1870. In dit boek zijn korte, overzichtelijke en complete levensschetsen te vinden van meer dan vierhonderd figuren die een rol hebben gespeeld in de Franse politiek sinds de Parijse Commune. Hun carrieres in de ambtelijke labyrinthen en partijhierarchieen worden ontrafeld en voor zover van toepassing is een beknopte biografie van werken over en van de betreffende politicus opgenomen. Want Franse politici zijn drukke schrijvers, dat blijkt weer uit dit boek, en Franse schrijvers bemoeien zich graag met politiek. Sartre, Aron, Zola en De Beauvoir staan hier dan ook zij aan zij met Leon Blum, Jacques Chirac, Jack Lang en Pierre Poujade. Deze Dictionary biedt ook een schat aan informatie over Franse politici die in het huidige Parijs krachtenspel sneven, glorieren of dreigen door te breken naar de top. Informatie die vaak niet zonder 'tongue in cheeck' a l'Anglaise wordt opgediend. Zo lezen we dat Charles Hernu, de minister van defensie die uiteindelijk moest aftreden vanwege de aanslag op de 'Rainbow Warrior' van Greenpeace, zich zo populair waande door zijn optreden tegen de milieu-activisten dat hij ('quite extraordinary') presidentiele ambities kreeg, maar ook dat hij ('rather exotically') een vier maal gescheiden Rooms-Katholieke vrijmetselaar is. In het stuk over Jean-Marie Le Pen wordt fijntjes gerefereerd aan de knokpartijen die hij entameerde in nachtclubs aan de Place Pigalle in 1948, en aan zijn handel in platen met Nazi-liederen waarmee hij zich in de jaren zestig in leven hield. Bovendien is geboekstaafd dat Le Pens politieke carriere pas goed begon na een omvangrijk legaat van de onverklaarbaar plotseling kort na elkaar overleden moeder en zoon Lambert, die hem bewonderden en hem zo vanuit het graf 'bevrijdden van zijn financiele zorgen'. Omtrent de zojuist benoemde premier Edith Cresson kan men opslaan dat ze ooit zeer onaardige dingen over Margaret Thatcher heeft gezegd (''die denkt dat Europa alleen maar een grote kruidenierswinkel is''), en dat zij na een zeer lange tocht door zowat alle instituties van de Parti Socialiste haar partij shockeerde door hardop te zeggen dat zij geen 'geloofsbezwaren' had tegen privatisering van de staatsbedrijven (haar man is trouwens directeur van Peugeot). Au fond is dit een boek dat niemand die zich ook maar enigszins met de Franse politiek bezighoudt, mag missen. Al was het alleen maar voor het zeer handige compendium van afkortingen van de namen der Franse politieke, sociale en maatschappelijke organisaties. Alleen de exorbitante prijs is betreurenswaardig.