Ex-directeur van buurthuizen had blanco kwitanties

DEN HAAG, 29 JUNI. De voormalig directeur van de Stichting Samenwerkende Klub- en buurthuizen 's Gravenhage e.o. (SSK), J.J.H. R., tegen wie een onderzoek loopt op verdenking van subsidiefraude, heeft nog recent de beschikking gehad over blanco kwitanties van de stichting. Het bestuur heeft de Haagse recherche hierover genformeerd. Dit bevestigt de interim-voorzitter van de stichting, L.F. van de Zee.

In de woning van R., thans directeur van de Stichting Haags Sociaal-cultureel werk (SHS), de voorloper van de SSK, werd op 23 mei de boekhouding in beslag genomen. Tezelfdertijd deed de Haagse recherche een grootscheepse inval in het hoofdkantoor van de SHS. Naar nu blijkt heeft R. op datzelfde moment bij de voorzitter van de SSK, G.J. van der Meer, een drietal blanco kwitanties opgehaald. Deze voorzitter was toen niet op de hoogte van de invallen van de recherche. R. wordt er onder meer van verdacht buitenlandse reizen met subsidie te hebben gefinancierd. De gemeente Den Haag deed daarvan medio mei aangifte. Zij ging daartoe versneld over omdat het ernstige vermoeden bestond dat de directeur pogingen deed mogelijke bewijzen van fraude uit de administratie van de SHS te verwijderen. R. verwisselde in 1986 zijn functie als directeur van de SSK in die van de SHS, een toen opgerichte stedelijke koepelorganisatie voor het sociaal-cultureel werk, die ook de club- en buurthuizen van de SSK onder zich kreeg. De SSK bleef nadien slapend voortbestaan, maar had nog altijd de beschikking over enige financiele middelen. Op 10 juni jongstleden deed SSK-voorzitter Van der Meer, die dezelfde vergadering om gezondheidsredenen aftrad, zijn bestuursleden per vertrouwelijke notitie gedetailleerd verslag over zijn ervaringen met SHS-directeur R. op 23 mei. Nadat de recherche die ochtend rond negen uur bij R. een inval deed, belde hij de onwetende SSK-voorzitter “of hij even langs kon komen voor een paar handtekeningen”, aldus de notitie van de ex-voorzitter. Tussen twaalf en een bracht R. hem een bezoek: “(...) hij legde mij drie kwitanties voor die ik op de achterzijde moest tekenen”, waarna R. op een vraag zou hebben geantwoord: “Daar moet ik nog een paar fondsen voor vinden”. De ex-voorzitter meldde zijn bestuursleden dat “het geheel een vreemde indruk” op hem maakte en dat hij pas “later op die middag in de Haagsche Courant las van het (politie)onderzoek en de inbeslagneming (...)”. Een dag later zou R. aan de ex-voorzitter meegedeeld hebben dat twee van de drie kwitanties waren bedoeld voor “verwante stichtingen” voor wie het “beperkt vermogen” van de SSK zou zijn “bestemd”. De derde kwitantie zou R. hebben vernietigd. Blijkens de notitie vond de ex-voorzitter deze verklaring niet geruststellend, hij meende “argeloos” dan wel “stom” te zijn geweest - reden waarom hij het bestuur bijeen riep. Dit reageerde volgens de notulen “geschokt” en besloot na uitgebreid beraad de recherche over de gang van zaken in te lichten. Volgens de interim-voorzitter van de SSK, Van der Zee, staat de integriteit van haar voorganger Van der Meer niet ter discussie: “Hij heeft hooguit onzorgvuldig gehandeld”. In een reactie zegt R. dat de blanco cheques dienden als “bevestiging van giften die eerder waren afgesproken maar niet in de notulen waren opgenomen - dat is alles”. Inmiddels overweegt de Haagse recherche het onderzoek naar de subsidiefraude in het Haags sociaal-cultureel werk uit te breiden. Aanvankelijk was ervoor gekozen het onderzoek te beperken tot de jaren 1989 en 1990, maar door de nu gebleken feiten is er reden een nadere blik in het verleden te werpen, temeer omdat enige hoofdrolspelers tegenstrijdige verklaringen over deze periode hebben afgelegd, aldus bronnen bij de politie.