Europese Woordenlijst

Akkoord van Schengen - Op 14 juni 1985 is in het Luxemburgse- grensplaatsje Schengen gesloten verdrag tussen Frankrijk, de Bondsrepubliek, Nederland, Belgie en Luxemburg betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen'. Een 'economisch' verdrag, vooral bedoeld om vooruit te lopen op EG-afspraken over vrij goederenverkeer.

Het trok pas de aandacht toen in 1989 in een Uitvoerende Overeenkomst compenserende maatregelen werden vastgelegd. Het ging om asielverzoeken, visa, politiebevoegdheden, uitlevering, drugs, vuurwapens en persoonsinformatie. Met het 'Akkoord van Schengen' wordt sindsdien meestal de Uitvoerende Overeenkomst bedoeld. Inmiddels hebben ook Italie, Portugal en Spanje getekend.

Algemene Raad - Maandelijkse vergadering van EG-ministers van buitenlandse zaken die als Raad van Ministers van de EG bijeenkomen, mede om de werkzaamheden van de andere raden van ministers te coordineren. De Algemene Raad wordt gehouden in Brussel, behalve in de maanden april, juni en oktober. Dan is de vergadering in Luxemburg. Berlaymont - Naam van het hoofdkwartier van de Europese Commissie in Brussel. Wegens het geringe comfort en de ongezonde atmosfeer ook wel Berlaymonstre of Berlaymisere genoemd. Beschikking - EEG-besluit dat bindend is voor lidstaten, ondernemingen of personen tot wie het is gericht. Binnenmarkt - z Gemeenschappelijke markt Boom - fig. z Eenheidsstructuur. Comite van permanente vertegenwoordigers - z COREPER. Commissaris - z Europese Commissie. Commissie, de - z Europese Commissie. Communautair - Gemeenschappelijk. Gebruikt om structuur aan te duiden waarin de Europese Commissie voorstellen doet die de Raad van Ministers (bij meerderheid) kan aannemen na (al dan niet bindend) advies van het Europese Parlement. Kenmerkend is dat regeringen macht hebben overgedragen aan bovennationale instellingen. Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa - z CVSE. Conferenties, intergouvernementele - z IGC. COREPER - Comite van permanente vertegenwoordigers. Groepen in Brussel gestationeerde diplomaten uit de EG-landen die de besluiten van de Raad van Ministers voorbereiden. CVSE - Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Platform waar alle Europese landen plus Canada en de Verenigde Staten overleggen over met name veiligheidskwesties. Opgericht in 1975. ECOFIN - Vergadering van EG-ministers van financien, soms vergezeld van die van economische zaken, die als Raad van Ministers van de EG bijeenkomen. Economische en Monetaire Unie - z EMU. ECU - Europese Reken Eenheid. Voorloper van Europese munt. De waarde is een dagelijks te berekenen gemiddelde van de wisselkoersen van de EG-valuta, op dit moment ongeveer (f) 2,30. EEG - Europese Economische Gemeenschap. Organisatie die is opgericht om tussen de lidstaten een gemeenschappelijke markt te scheppen voor alle goederen (uitgezonderd kolen en staal en kernenergie), diensten, personen en kapitaal, en om het economische beleid van de lidstaten nader tot elkaar te brengen. Doel is het steeds verder versterken van de onderlinge betrekkingen. Kenmerkend is dat de lidstaten op beperkte terreinen werkelijke bevoegdheden afstaan aan bovennationale instellingen, die regels kunnen uitvaardigen waarop particulieren een beroep kunnen doen. Opgericht in 1957 door Belgie, Nederland, Luxemburg, de Bondsrepubliek, Frankrijk en Italie. Z EG. Eenheidsstructuur - Omschrijving die in de lopende onderhandelingen over de wijziging van de EG-verdragen wordt gebruikt om het model aan te geven van een Gemeenschap, die voor verschillende beleidsterreinen zonodig verschillende procedures hanteert. Dit in tegenstelling tot de pijlerstructuur, waar onder de Europese Raad voor drie beleidsterreinen drie aparte gemeenschappen worden geschapen, een voor economische en monetaire zaken, een tweede voor buitenlandse zaken en een derde voor politie- en justitiezaken. Voor de eenheidsstructuur wordt wel het beeld gebruikt van een boom: verschillende takken maar een stam. De pijlerstructuur wordt wel vergeleken met een tempel: drie pijlers met als dak de Europese Raad. EER - Europese Economische Ruimte. Interne markt van EG- en EVA-landen. Wordt nog over onderhandeld. EG - Europese Gemeenschap(pen). Verzamelnaam voor de EEG, de EGKS en EURATOM sinds de instellingen van deze drie organisaties in 1967 werden samengevoegd. Lid van de Gemeenschappen zijn: Belgie, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Italie, Groot-Brittannie, Ierland, Denemarken, Griekenland, Spanje en Portugal. EGKS - Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Europese organisatie die is opgericht om tussen de lidstaten een gemeenschappelijke markt te scheppen voor kolen en staal. Kenmerkend is dat de lidstaten op beperkte terreinen werkelijke bevoegdheden afstaan aan bovennationale instellingen die regels kunnen uitvaardigen waarop particulieren een beroep kunnen doen. Opgericht in 1951 door Nederland, Belgie, Luxemburg, de Bondsrepubliek, Frankrijk en Italie. Z EG. EMU - Economische en Monetaire Unie. Het streven om in fases naar een gemeenschappelijke munt en een Centrale Bank voor de EG-landen in te stellen. De eerste fase is begonnen op 1 juli 1990. EMS - Europees Monetair Stelsel. Systeem om monetaire stabiliteit in de EG te creeren, onder andere door de schommelingen tussen de wisselkoersen van de munten te beperken. Met het EMS is begonnen in 1979. Energiegemeenschap, Handvest voor - Plan van premier Lubbers om Westerse ondernemingen de Sovjet-Unie te laten helpen bij het moderniseren en uitbreiden van de olie- en gaswinning, in ruil voor langlopende contracten voor de levering van energie. EPS - Europese Politieke Samenwerking. Het proces van overleg tussen de EG-ministers van buitenlandse zaken waarin zij streven naar een gemeenschappelijk standpunt in internationale aangelegenheden. EPS, waartoe het initiatief is genomen in 1969, is geen instelling van de EG en de besluitvorming geschiedt niet volgens communautaire procedures. Het voorzitterschap wisselt wel tegelijk met dat van de Raad van Ministers van de EG. EPU - Europese Politieke Unie. Het streven van de EG-landen om de bestaande economische integratie uit te breiden met integratie op andere gebieden, met name van het buitenlands beleid en het veiligheidsbeleid, meestal gecombineerd met het streven de besluitvorming democratischer te maken. EURATOM - Europese gemeenschap voor atoomenergie. Europese organisatie opgericht om de voorwaarden te scheppen die nodig zijn voor een snelle groei van de toepassing van kernenergie. Opgericht in 1957 door de landen van de Benelux, de Bondsrepubliek, Frankrijk en Italie. Z EG Eureka - Technologieprogramma van negentien Europese landen. Begonnen in 1985 op initiatief van de Franse president Mitterrand met als doel de concurrentiepositie van Europese technologiebedrijven te verbeteren ten opzichte van die in de Verenigde Staten en Japan. Wordt wel het Europese antwoord op het Amerikaanse SDI-programma genoemd. Eurocraat - In zwang geraakte betiteling met ietwat negatieve ondertoon van ambtenaar in dienst van de Europese Commissie. Europarlementarier - z Europees Parlement. Europees Hof - z Hof van justitie van de EG. Europees hof voor de rechten van de mens - z EVRM. Europees Monetair Stelsel - z EMS. Europees Parlement - De EG-instelling die de Europese Commissie controleert en in haar geheel naar huis kan sturen, de Raad van Ministers adviseert, en die het recht heeft de begroting van de EG te verwerpen. Sinds de verdragswijziging in 1986 is de medewetgevende bevoegdheid van het parlement uitgebreid tot besluiten die de voltooiing van de interne markt betreffen. De leden worden sinds 1979 rechtstreeks gekozen. Het parlement telt op dit moment 518 leden, die zich naar politieke kleur hebben gegroepeerd. Het aantal zetels per land weerspiegelt de omvang van de bevolking. Nederland heeft 25 'Europarlementariers'. Het parlement houdt zijn plenaire vergaderingen in de regel in Straatsburg. z Zetelkwestie. Europees recht - In brede zin het recht van de landen in Europa, maar meestal gebruikt als synoniem voor het recht van de EG. Europees Sociaal Handvest - Verdrag dat in 1961 tot stand is gekomen in het kader van de Raad van Europa en dat een aantal sociale beginselen vastlegt, zoals het recht op werk en het stakingsrecht, waarnaar de aangesloten staten zich verplichten te streven. Niet te verwarren met het Sociaal Handvest van de EG. z Sociaal Handvest. Europees Verbond van Vakverenigingen - z EVV. Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens - z EVRM. Europese Akte - Document waarmee de EG-verdragen in 1986 zijn gewijzigd en aangevuld, onder andere met een 'besluit' over Europese Politieke Samenwerking, om de oorspronkelijke doelstellingen van de EG-verdragen te doen herleven. De belangrijkste bepalingen in de Akte betreffen de (her-)invoering van meerderheidsbesluitvorming en de versterking van de rol van het Europese Parlement. Europese Commissie - De EG-instelling die wetsvoorstellen indient over onderwerpen die in de EG-verdragen zijn opgenomen en toeziet op de naleving daarvan. Wordt wel het uitvoerend- of dagelijks bestuur van de EG genoemd. De Commissie zetelt in Brussel en bestaat uit 17 leden (twee uit elke grote lidstaat, een uit elke kleine) die ongeveer 12.000 ambtenaren tot hun beschikking hebben. De Commissarissen worden door hun regeringen benoemd, maar hebben de taak onafhankelijk en vanuit Europees perspectief te werken. Europese commissie voor de rechten van de mens - z EVRM. Europese conventie tot bescherming van de rechten van de mens - z EVRM Europese Defensie Gemeenschap - Nooit van de grond gekomen organisatie die tot doel had voor de lidstaten een gemeenschappelijk Europees leger te creeren. Het verdrag ter oprichting van deze gemeenschap werd in 1952 door de regeringen van de zes EGKS-landen ondertekend maar vervolgens niet door het Franse parlement geratificeerd. Europese Economische Gemeenschap - z EEG. Europese Economische Ruimte - z EER. Europese gedachte - De conceptie van een vorm van eenheid in Europa. Europese Gemeenschap - z EG. Europese Gemeenschap voor Atoomenergie - z EURATOM. Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal - z EGKS. Europese Hof - z Hof van Justitie van de EG. Europese Parlement - z Europees Parlement. Europese Investeringsbank - Internationale bank opgericht in 1958 door de lidstaten van de EEG om een evenwichtige ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt te bevorderen, met name door het verstrekken van leningen die helpen bij de ontwikkeling van achtergebleven regio's en de modernisering of omschakeling van bedrijven. Europese Politieke Samenwerking - z EPS. Europese Politieke Unie - z EPU. Europese Raad - Bijeenkomst van staatshoofden (in feite alleen de Franse president) en regeringsleiders van de EG-lidstaten en de voorzitter van de Europese Commissie. Zij worden bijgestaan door hun ministers van buitenlandse zaken en een lid van de Europese Commissie. De Europese Raad komt ten minste twee keer per jaar bijeen, in de praktijk aan het einde van elk voorzitterschap, en bespreekt zowel EG- als EPS- aangelegenheden. De Europese Raad, in 1974 opgericht en ook wel Europese top genoemd, is formeel geen EG-instelling. Europese Rekenkamer - Financiele controle-instantie van de EG, gevestigd in Luxemburg. Europese Unie - Begrip dat veelal wordt gebruikt om het einddoel van de Europese integratie aan te duiden. Over de exacte inhoud bestaat verschil van mening. Europese Vrijhandels Associatie - z EVA. Eurosclerose - Begrip dat wordt gebruikt om de periode van verlamming in de Europese integratie in de jaren zeventig aan te geven. EVA - Europese Vrijhandels Associatie. Europese organisatie met als doel het scheppen van een vrijhandelszone tussen de lidstaten. Opgericht in 1960 als tegenhanger van de EEG door Groot-Brittannie, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Oostenrijk, Zwitserland en Portugal. Op dit moment zijn Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Zwitserland, Oostenrijk en Liechtenstein lid. EVRM - Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Ook wel de Europese Conventie genoemd. In 1950 in het kader van de Raad van Europa gesloten verdrag waarin de aangesloten lidstaten iedereen die onder hun rechtsmacht valt een aantal grondrechten en vrijheden garanderen. Opmerkelijk is dat lidstaten andere lidstaten die het verdrag schenden, kunnen aanklagen bij de Europese Commissie voor de rechten van de mens en het Europese Hof voor de rechten van de mens, beide gevestigd in Straatsburg. De rechtsmacht van het Hof is afhankelijk van een uitdrukkelijke erkenning door de lidstaten. Sommige staten hebben in een aparte verklaring ook nog het klachtrecht van individuen erkend. EVV - Europees Verbond van Vakverenigingen. Overkoepelende organisatie van vakbonden in Europa. Opgericht in 1973 en voortgekomen uit het, sociaal-democratisch georienteerde, Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen. Sinds 1974 kunnen ook christelijke vakverbonden zich bij het EVV aansluiten. Op het ogenblik verenigt het EVV 40 nationale vakverbonden, waaronder CNV en FNV, uit 21 Europese landen. Federaal Europa - In de EG gebruikt om toestand aan te duiden van de EG als federale staat, bijvoorbeeld als een Verenigde Staten van Europa met de Commissie als Europese regering, het Europese Parlement als Huis van Afgevaardigden en de Raad van Ministers als Senaat. Door sommigen gezien als einddoel van de Europese integratie. Gemeenschap, de - Korte benaming voor de Europese Gemeenschappen. z EG. Gemeenschappelijke markt - Een markt waar iedere marktdeelnemer uit de betrokken gemeenschap onder niet-valse concurrentievoorwaarden vrij is economische activiteiten te ontplooien. De gemeenschappelijke markt van de EG-lidstaten is dus vergelijkbaar met de binnenmarkt van een staat. z Interne markt. Gymnich-bijeenkomst - Informele bijeenkomst van de ministers van buitenlandse zaken in het kader van de Europese Politieke Samenwerking, meestal in een landelijke omgeving zoals de eerste keer in het Duitse plaatsje Gymnich. Hof van Justitie van de EG - De EG-instelling die toeziet op de wettigheid van de handelingen van de andere EG-instellingen en op de nakoming van de verdragen door de lidstaten. Op verzoek van rechters in de lidstaten legt het Hof het EG-recht uit. Het hof zetelt in Luxemburg en telt dertien rechters, van wie ten minste een uit elke lidstaat. De beslissingen van het hof zijn bindend en gaan 'boven' nationaal recht. Niet te verwarren met het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. Hoge Autoriteit - De instelling die bij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal de functie vervulde die in 1967, bij de fusie van de instellingen van de drie Gemeenschappen, door de Europese Commissie is overgenomen. z Europese Commissie. IGC - Intergouvernementele conferentie. Vergadering van afgevaardigden van regeringen, in de EG vooral gebruikt als term voor die vergaderingen waarin de regeringen onderhandelen over (wijziging van) de EG-verdragen. Dit jaar lopen er twee IGC's; een over de Economische en Monetaire Unie en een over de Europese Politieke Unie. Intergouvernementeel - Letterlijk: tussen regeringen. Meestal gebruikt als bijvoeglijk naamwoord om samenwerking tussen regeringen aan te geven in contrast tot supranationaal, waarbij regeringen macht afstaan aan bovennationale instellingen. Interne markt - Een ruimte zonder binnengrenzen waar het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal is gewaarborgd. Het begrip is gentroduceerd in de Europese Akte van 1986 om een juridische basis te geven aan het '1992-programma' van de Europese Commissie. Onduidelijk is of het begrip mag worden gebruikt als synoniem voor gemeenschappelijke markt. Aangenomen wordt dat het begrip interne markt een meer beperkte strekking heeft. Een gemeenschappelijke markt vereist behalve de vier genoemde vrijheden ook harmonisatie van het economisch beleid van de lidstaten. Parlement, het - Verkorte benaming voor het Europese Parlement. z Europees parlement. Permanente vertegenwoordiger - z Permanente Vertegenwoordiging. Permanente Vertegenwoordiging - 'Ambassade' van lidstaat bij de EG in Brussel, staat onder leiding van een permanente vertegenwoordiger. De 'PV' bereidt de inbreng voor van de minister van het betreffende land in de Raad van Ministers. POCO - Comite van directeuren-generaal politieke zaken van de ministeries van buitenlandse zaken van de EG-landen plus een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, dat ten minste eens per maand bijeenkomt om besluiten van hun ministers in het kader van de Europese Politieke Samenwerking voor te bereiden. Pijlerstructuur - Omschrijving die in de lopende onderhandelingen over de wijziging van de EG-verdragen wordt gebruikt om de structuur aan te geven waarin drie aparte gemeenschappen worden opgericht voor verschillende terreinen van samenwerking, alle ressorterend onder de Europese Raad. Het beeld is dat van een tempel van drie pijlers of zuilen met de Europese Raad als dak. Dit in contrast tot de zogenoemde eenheidsstructuur, die wel als een boom wordt verbeeld. Raad, de - Verkorte benaming voor de Raad van Ministers. z Raad van Ministers. Raad van Europa - Organisatie van 25 democratische Europese landen met als doel het bevorderen van de eenheid tussen de lidstaten. Opgericht in 1949 en gevestigd in Straatsburg. Niet te verwarren met de Europese Raad. Raad van Ministers - De EG-instelling die bestaat uit afgevaardigden van de regeringen en die op voorstel van de Europese Commissie en na raadpleging van het Europese Parlement besluiten neemt. Vroeger waren dit meestal de ministers van buitenlandse zaken, maar nu hangt het af van het te behandelen onderwerp wie er namens een regering aan de vergaderingen van de Raad deelneemt. Zo is er de Transportraad van de ministers van transport en de Landbouwraad van de ministers van landbouw. z Algemene Raad, Ecofin. Richtlijn - EEG-besluit dat de regeringen van de lidstaten opdraagt een bepaald doel te bereiken door hun nationale wetgeving te wijzigen of aan te vullen. Schengen - z Akkoord van Schengen. Snelheden, twee -Begrip dat wordt gebruikt om het proces aan te duiden dat sommige lidstaten van de EG sneller doorgaan met de Europese integratie dan andere. Sociaal Handvest - Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden. Op de topconferentie in Straatsburg, december 1989, ondertekend door alle EG-lidstaten behalve Groot-Brittannie. Het document - dat de sociale grondrechten van Europese burgers, in het bijzonder werknemers garandeert - is voor een deel gebaseerd op reeds bestaande internationale verdragen, zoals het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa en een aantal verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Belgie, Luxemburg en Portugal hebben niet het Europees Sociaal Handvest geratificeerd, wel het Gemeenschapshandvest. z Europees sociaal handvest. Supranationaal - Letterlijk: bovennationaal. Meestal gebruikt als bijvoeglijk naamwoord om een vorm van samenwerking aan te duiden waarin staten macht overdragen aan instellingen, die (op beperkte terreinen) bevoegdheden krijgen die boven die van de nationale regeringen uitgaan. Vaak gebruikt in contrast tot intergouvernementele samenwerking, die tussen regeringen. Tempel - fig. z pijlerstructuur. Trevi-overleg - z Trevi-overleg Trevi-overleg - Halfjaarlijks overleg van ministers van justitie en binnenlandse zaken van de EG over terreurbestrijding. Kwam voort uit een regelmatig overleg in de jaren zeventig tussen hoge ambtenaren van justitie, ingesteld op initiatief van de Nederlandse directeur-generaal politie mr. A.J. Fonteijn. Het overleg werd geformaliseerd als ministersconferentie in 1977 in Rome, in een hotel vlakbij de Trevi-fontein. De naam 'Trevi' was aanvankelijk alleen een woordspeling op Fonteijn, later werd door de Fransen de afkorting 'Terrorisme, Radicalisme, Extremisme et Violence' bedacht. Trojka - Driemanschap van de voorzitter, de vorige en de komende voorzitter van de Europese Politieke Samenwerking dat de Twaalf in internationale politieke aangelegenheden vertegenwoordigt. Twaalf, de - Korte benaming voor de EG-landen. UNICE - Union des Industries de la Communaute Europeenne. De organisatie van werkgevers in Europa. Bij UNICE zijn 32 nationale federaties van werkgeversverenigingen, waaronder NCW en VNO, uit 22 Europese landen aangesloten. Unicite - z Eenheidsstructuur. Uitbreiding, de - In Europees verband gebruikt als korte aanduiding van de vraag of en wanneer de EG nieuwe leden moet toelaten. Onder andere Oostenrijk, Zweden en verschillende Oosteuropese landen hebben al te kennen gegeven te willen toetreden. Verordening - EEG-besluit dat direct bindend en toepasbaar is in de lidstaten, dus zonder dat daarvoor nog nationale wetgeving nodig is. Voorzitterschap, het - Korte aanduiding van het voorzitterschap van de Raad van ministers van de EG. De lidstaten van de Gemeenschap bekleden om de beurt elk zes maanden het voorzitterschap. Dit gebeurt in alfabetische volgorde, waarbij de spelling van de landsnaam in de eigen taal wordt aangehouden. WEU - Westeuropese Unie. Intergouvernementele organisatie waarin alle lidstaten van de EG behalve Ierland, Denemarken en Griekenland, op veiligheidsgebied samenwerken. Opgericht in 1954 om een kader te scheppen voor de Duitse herbewapening. De WEU is de laatste jaren in zwang geraakt als forum voor Europeanen onder elkaar om over veiligheid te praten. Witboek, het - In zwang geraakte benaming voor de nota die Europees Commissaris Lord Cockfield in 1985 schreef en die concrete maatregelen en een tijdschema bevat om op 31 december 1992 de interne markt te hebben voltooid. Zetelkwestie, de - De vraag waar de verschillende instellingen van de EG moeten zijn gevestigd. Op dit moment zijn de Commissie en de Raad van Ministers gevestigd in Brussel, zijn de werkzaamheden van het Europese Parlement verspreid over Straatsburg (plenaire vergaderingen), Brussel (vooral commissievergaderingen) en Luxemburg (het grootste deel van het secretariaat), en zetelt het Hof van Justitie in Luxemburg. Met name de afstand tussen het parlement, de Raad en de Commissie wordt als een probleem ervaren, onder andere wegens de kosten van het heen en neer vervoeren van documenten en personeel. Zuilen - fig. z Pijlerstructuur. 1992 - Korte benaming voor het actieprogramma van de Europese Commissie dat in een tijdschema, dat loopt tot 31 december 1992, de weg uitstippelt naar een EG zonder binnengrenzen waar het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal is gewaarborgd. z Interne markt, z Witboek. 1992