Europese Raad schuift grootste knelpunten door naar volgende top

LUXEMBURG, 29 JUNI. De Europese Raad van regeringsleiders in Luxemburg heeft, zoals verwacht, de belangrijkste knelpunten in de onderhandelingen over wijziging van de EG-verdragen voor zich uitgeschoven. Maar de Twaalf hebben onderstreept dat deze onderhandelingen op de volgende Europese top in Maastricht tot een goed einde moeten zijn gebracht. Dit beeld tekende zich vannacht af na de eerste dag van de bijeenkomst.

Volgens de Nederlandse premier Lubbers bestaan er wel “accentverschillen”, maar heerst er zeker “geen stemming dat we er nooit uitkomen”. Zonodig kan, zo was in Nederlandse regeringskringen te beluisteren, begin november een extra topconferentie in Brussel worden ingelast. Op de belangrijke punten in de onderhandelingen over de Europese Politieke Unie en de Economische en Monetaire Unie is gisteren geen enkel besluit gevallen. Vandaag zouden de regeringsleiders zich buigen over het slotcommunique. De meeste aandacht daarin zal uitgaan naar Joegoslavie, het onderwerp dat, zoals een hoge ambtenaar opmerkte, “deze Europese Raad heeft gered”. Ondanks eerder Brits verzet is de term 'federale roeping' als einddoel van de Europese integratie in de tekst voor het ontwerpverdrag niet geschrapt. De Britse premier, John Major, erkende dat er sprake is van verschillende interpretaties van het woord 'federaal' en vindt dat er nog diepgaand moet worden gediscussieerd over de betekenis. Premier Lubbers wees er in dat verband op dat de Bondsrepubliek Duitsland na de Tweede wereldoorlog door de geallieerden als federatie is opgezet, juist om het ontstaan van een centraal machtscentrum - dat Londen nu zozeer vreest - te voorkomen. “Ik heb gezegd dat we jaren hebben gewerkt met het begrip 'gemeenschap' zonder dat daar bij stond wat er precies mee wordt bedoeld.” Wel lijkt er enige vooruitgang te zijn geboekt met de ontwikkeling naar de economische en monetaire unie. Afgesproken is dat als een groot aantal landen daarmee verder wil gaan, de rest dat niet kan blokkeren. Anderzijds kunnen landen die aarzelen niet worden gedwongen met die ontwikkeling mee te gaan. In de praktijk betekent dit dat de mogelijkheid van een Europa van twee snelheden nadrukkelijk wordt opengehouden, waarbij de economisch meer ontwikkelde landen van de EG hun economieen dan (tijdelijk) sneller zouden integreren dan de minder ontwikkelde.