EUROPA

Europower. The Essential Guide to Europe's Economic Transformation in 1992 door Nicholas Colchester en David Buchan 256 blz., The Economist Books-Times Books-Random House 1990, f 53,80 ISBN 0 8129 1873 8

Nederland zal per 1 juli voor het komende half jaar het roulerend voorzitterschap van de Europese Gemeenschap op zich nemen. In 1985, toen Nederland voor het laatst deze rol speelde, stond de zogenaamde Europese Akte op de agenda, die de route uitstippelde naar een 'interne markt'. Deze keer gaat het niet alleen om de afronding van dit omvangrijke dossier, maar ook om de voorbereiding van nieuwe stappen op de weg naar Europese eenheid. Aan het einde van deze termijn van het Nederlandse voorzitterschap zullen namelijk intergouvernementele conferenties plaats vinden die beogen de interne markt aan te vullen met een Europese Monetaire en Politieke Unie. De journalisten Nicholas Colchester van The Economist and David Buchan van The Financial Times hebben enige tijd geleden hun artikelen over 'Europa' in boekvorm uitgewerkt onder de titel Europower. Op heldere wijze beschrijven zij de technische en loodzware politieke, economische en financiele problemen die nu onder het Nederlandse voorzitterschap tot een oplossing moeten worden gebracht. Het streven van de Twaalf naar een 'interne markt' per 1 januari 1993 betekent volgens Colchester en Buchan een 'stille revolutie'. Zij schetsen hoe Europa jarenlang in het slop zat, tobbend over landbouwprijzen en monetair-compenserende bedragen; de financiele bijdragen van de afzonderlijke lidstaten en de compensatie voor Engeland. Besluiten konden nauwelijks worden genomen omdat er unanimiteit was vereist. Het economisch verkeer in Europa werd belemmerd door allerlei nationale barrieres. De Europese Akte van 1985 maakte hieraan een einde. De besluitvorming in de Raad van Ministers werd onderworpen aan een meerderheidsbeginsel. Alhoewel de reclame voor Europa doet alsof 1992 al bijna is aangebroken, blijkt uit dit boek ook weer dat aan de invoering van een 'interne markt' nog vele problemen zijn verbonden. Harmonisatie van de BTW-tarieven is bijvoorbeeld onvermijdelijk: de kloof tussen Deense tax-junkies, met BTW tarieven van meer dan 20%, en de Britten, die veel lagere tarieven hanteren en voor boeken en kinderkleding helemaal niet, is moeilijk te overbruggen. Ook het opheffen van allerlei restrictieve bepalingen waarmee de lidstaten hun industrie beschermen, levert veel haken en ogen op. Een goed functionerende 'interne markt' veronderstelt bovendien dat de lidstaten hun financiele en monetaire politiek coordineren. Een markt met elf verschillende munten is volstrekt onwerkbaar. De oprichting van een Europese Centrale Bank, als centraal orgaan van een Monetaire Unie, is daarom noodzakelijk. Maar het al veel bediscussieerde probleem van een dergelijke Europese Bank is, dat het budgetbeleid van nationale overheden hieraan onderworpen zal zijn. De lidstaten verliezen dan wel een centraal onderdeel van hun soevereiniteit. Het streven naar een politieke eenheid in Europa leidt onvermijdelijk tot de vraag of Europa een supra-nationaal karakter moet krijgen, of juist intergouvernementeel karakter, met daarin een belangrijke rol voor de Europese Raad, bestaande uit regeringsleiders en het Franse staatshoofd. Tegen dit laatste heeft minister Van den Broek zich juist onlangs nog enige tijd sterk verzet omdat volgens hem een zelfstandig Europees veiligheidsbeleid zou kunnen leiden tot een breuk in de NAVO. Ondanks deze problemen menen Colchester en Buchan dat de Europese staten tot elkaar zijn veroordeeld: 'twelve unrepressed, prosperous peoples are in the process of conceding that a purely national pattern of government is no longer in their best interest.'' Voor een goed begrip van dit proces van Europa's transformatie biedt hun boek in ieder geval een zeer handzaam overzicht.