Europa 1992

Zoals het er nu uitziet zal '1992' pas in 1993 of misschien zelfs pas in 1994 werkelijkheid worden, en dat terwijl de veelbesproken interne markt volgens het EEG-verdrag eigenlijk al in 1970 voltooid had moeten zijn. Het is nota bene de eerste taak van de Gemeenschap om door het instellen van een interne markt (en door het geleidelijk bij elkaar brengen van het economische beleid van de lidstaten) de levensstandaard in - en de relaties tussen de betrokken landen te verbeteren. Het scheppen van een Europa zonder grenzen, waar personen, goederen, diensten en kapitaal zonder belemmering kunnen bewegen, is blijkbaar moeilijker dan verwacht.

In de twaalf jaar die de opstellers van het verdrag zich in 1957 gaven om de gemeenschappelijke markt tot stand te brengen, slaagden ze er inderdaad in de invoerheffingen en kwantitatieve beperkingen op de handel tussen de lidstaten af te schaffen. Maar wat bleef waren de tijdrovende controles aan de grenzen, de verschillende standaards waardoor een stekker in het buitenland niet in het stopcontact paste en de verschillen bij de belastingen. Bovendien wisten de verschillende regeringen door het opwerpen van technische en administratieve belemmeringen toch nog veel produkten uit het buitenland buiten de deur te houden, of in elk geval duurder te maken dan de eigen spullen. Zo doken voorschriften op over de verpakking of de precieze ingredienten van levensmiddelen, voorschriften die altijd tot gevolg hadden dat het produkt van de eigen industrie het makkelijkst in de winkel terechtkwam. Het Hof van Justitie van de EG bepaalde in 1979 dat goederen die in een lidstaat rechtmatig op de markt zijn gebracht, niet door een andere lidstaat aan de grens mogen worden tegengehouden om de reden dat ze niet voldoen aan bepaalde eisen. Maar dit Cassis de Dijon-arrest heeft maar een deel van alle hindernissen kunnen wegnemen. In 1985 maakte de Europese Commissie duidelijk dat het nu echt afgelopen moest zijn met de concurrentiebeperking aan de grenzen. In zijn inmiddels befaamde Witboek stippelde de Britse commissaris Lord Cockfield met 282 wetsvoorstellen de weg uit naar een 'Europa zonder grenzen'. Bijgevoegd zat een strak tijdschema. Deadline: 31 december 1992. De EG-verdragen werden met de Europese Akte zo gewijzigd dat de Raad van ministers over deze wetsvoorstellen geen unanimiteit hoefde te bereiken, wat de besluitvorming minder tijdrovend moest maken. De zogenoemde interne-marktrichtlijnen zouden met meerderheid van stemmen kunnen worden aangenomen. Wanneer Nederland maandag het voorzitterschap van de Raad van ministers overneemt, rest nog slechts anderhalf jaar om beslissingen te nemen over de laatste 89 wetsvoorstellen uit het Witboek. De Gemeenschap raakt achter op het eigen schema. Het laatste half jaar, zo maakte de Commissie eerder deze maand bekend, hebben de ministers slechts slechts elf richtlijnen aangenomen. De lidstaten moeten elke richtlijn vervolgens nog in hun nationale wetgeving verwerken en ook dat schiet niet op. Italie loopt het meest achter. Daar heeft nog maar de helft van de aangenomen richtlijnen de wetboeken gehaald. De trein naar Europa 1992 dreigt dus voortijdig tot stilstand te komen. Een verklaring hiervoor is dat de EG het de afgelopen tijd te druk heeft gehad met de veranderingen in Oost-Europa en met de crisis in de Golf. Ook de onderhandelingen over nieuwe wijzigingen van de EG-verdragen, in de richting van een Europese Politieke Unie en een Economische en Monetaire Unie, vergen veel aandacht. Maar belangrijker is waarschijnlijk dat Commissie en Raad de race naar 1992 zijn begonnen met maatregelen op terreinen waar de minste problemen te verwachten waren. Het moeilijkst is bewaard voor het laatst. De controle op het reizigersverkeer en de hoogte van de BTW liggen nu eenmaal wat gevoeliger dan de precieze samenstelling van hagelslag - al is over dat laatste onderwerp ook heel wat te doen geweest.