Een vis verrot toch heel anders dan een komkommer

Afval. Beeldend kunstenares Roos over voedselafval. Ned.3, zondag 30 juni, 21.50-22.00u.

Roos de Wilde is 24 jaar en studeert theater en vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Aan het eind van de middag is ze te vinden op de Amsterdamse Dappermarkt, de plaats waar filmer Atman Ramchalaon haar voor het eerst ontmoette. Hij was gentrigeerd door de mensen die, net als in zijn geboorteland Mauritius, bij het sluiten van de markt naar achtergebleven eetbare waren zoeken, maar geschokt door de marktkooplieden die fruit en groente vertrappen en met chloor overgieten om te voorkomen dat iemand er nog iets aan heeft. Roos viel hem op omdat zij juist die vertrapte en oneetbare spullen mee naar huis nam. Wat moet iemand met geplette druiven en tomaten, vroeg Ramchalaon zich af. Het antwoord op die vraag is zondagavond te zien in een korte, maar fascinerende film, die gelukkig redelijk na etenstijd wordt uitgezonden. Roos de Wilde is geobsedeerd door het afstervingsproces, in de eerste plaats van haar eigen lichaam, maar zover is het nog niet. Voorlopig doet zij het met etensresten. Nooit gooit zij iets weg. En elke dag komt er meer bij van de Dappermarkt: vis, stukken vlees, fruit, groenten. Al een jaar of twee is ze zo bezig. Elk rottingsproces is anders, een vis verrot anders dan een komkommer, horen wij haar constateren. Overal in haar huis, waar het wemelt van de muizen, liggen hoopjes etensresten op kranten te rotten, tot onder haar bed toe. Atman heeft er gefilmd met een doekje voor de mond. De jonge vrouw leeft er in een onbeschrijflijke stank, ''een permanente rare geur'' zegt ze zelf, waarvan ze niet begrijpt dat iemand het vies vindt. De buren waren er in ieder geval niet blij mee, maar hebben inmiddels een beter heenkomen gezocht. Het pand waar ze woont is overigens bestemd voor de sloop. De geur zal weliswaar niet van het scherm de huiskamers binnendringen, maar de beelden van rondkruipende maden zijn suggestief genoeg. Om het uit het voedsel vrijkomende vocht te absorberen strooit ze er zout over, of gebruikt ze kleine aaltjes die ze op de markt koopt en later weer ergens in het water uitzet. Op de film zien wij de diertjes naar hartelust slobberen aan drabbige voedselresten. Van de resultaten maakt De Wilde een soort kunstwerken, dat wil zeggen dat zij etensresten in een vrije compositie op de muur smeert. Op de film zien wij haar bezig: een kwak tomaat, een stuk komkommer, een brok kaas, een likje vertrapte druiven. Haar wens is op deze manier de wanden van een populair restaurant in Amsterdam-Oost te bedekken, vertelt de jonge kunstenares, ongehinderd door gedachten aan keuringsdiensten van waren en andere stoorzenders. De hoofdrolspeelster, die verder heel normaal overkomt, levert zelf het commentaar bij de film en verzorgt met het vrouwentrio (cello, trombone, zang) waarvan ze deel uitmaakt ook de achtergrondmuziek.