Een Duitsland houdt nog lang twee snelheden

Komende maandag - op 1 juli - is het een jaar geleden dat de twee Duitslanden een monetaire en economische unie vormden. De vroegere DDR krabbelt op, maar het tempo van de vooruitgang stelt het geduld van velen op de proef.

Het Duitse grensstadje Gorlitz - toch al gespleten door de rivier de Neisse - heeft twee gezichten. Het oostelijke stadsdeel behoort tot Polen en ziet er armoedig uit. Aan de andere kant van de brug lijkt het Duitse stadsdeel - na een jaar economische en monetaire eenheid - een bloeitijd te beleven. De winkels zijn gevuld met produkten uit het Westen en de helft van de auto's is van Westers fabrikaat. “Ik erger me nu als ik achter zo'n stinkende Trabant rij. Vroeger was je er zo aan gewend dat je het niet rook”, zegt een inwoner. Maar schijn bedriegt: meer dan de helft van de huizen is vooroorlogs, wegen zitten vol gaten en er slenteren in Gorlitz veel mannen rond die hun baan hebben verloren. Een jaar geleden was de Oostduitse beroepsbevolking van negen miljoen mensen grotendeels nog aan het werk. Afgelopen maand waren er officieel 842.300 werklozen en nog eens bijna twee miljoen Kurzarbeiter die nog wel loon krijgen maar daarvoor weinig of geen werk hoeven te doen. Overal staan verlaten fabrieken met kapotte ramen en gesloten hekken. Een arbeidsintensieve produktie met verouderde machines die nauwelijks bruikbare produkten voortbrengen - dat is nog steeds het economische euvel van oostelijk Duitsland. Politici beloofden met de monetaire en economische eenwording van 1 juli vorig jaar een tweede Wirtschaftswunder. Wie na een jaar door de voormalige DDR trekt, ziet er weinig van terug. “Het is alsof ik veertig jaar terug reis in de tijd”, verzucht een Westduitse ondernemer. Direct na de monetaire unie vielen er harde klappen, maar die waren verwacht. Vervolgens hield de produktie redelijk stand en ontstond op verschillende plaatsen optimisme over een spoedig herstel. De Treuhand, die alle staatsondernemingen beheert, begon met privatiseren. Volgens Bondskanselier Kohl zou het wondermiddel van de vrije markt spoedig nieuwe banen scheppen en konden met de hoge groei in westelijk Duitsland de benodigde investeringen en loonsverhogingen worden gefinancierd. Maar eind vorig jaar nam het verval dramatische vormen aan. Dat de Oostduitsers nauwelijks produkten van eigen bodem kochten, hadden de fabrieken in de eerste maanden nog weten te compenseren door voorraden te produceren. Ze hoopten dat de voorkeur voor Westerse produkten zou wegebben. Maar de bevolking bleef Westerse goederen kopen en 1 januari dit jaar viel ook de uitvoer naar de voormalige Oostbloklanden grotendeels weg. Vanaf die datum moet export in harde valuta worden betaald, valuta die deze landen niet hebben. In 1990 ging nog driekwart van de export naar het Oosten, goed voor 33 miljard mark. Dit jaar blijft naar verwachting alleen de met Westerse kredieten gefinancierde export naar de Sovjet-Unie behouden. Deze heeft een waarde van vijftien miljard mark Andreas Franke (55), Kurzarbeiter bij de producent van drukmachines Planedar, is een van de slachtoffers van de omwenteling: “Onze afzet is ingezakt. We verkopen ook niets meer aan landen als Polen en hebben nu een halve jaarproduktie op voorraad staan. Verder produceren heeft geen zin.” De weggevallen export is zichtbaar in de file vrachtwagens voor de douane in Gorlitz: er staat geen enkele wagen uit oostelijk Duitsland tussen. Duitsland is het land van de twee snelheden waar de automobilist op de snelweg moet afremmen als hij het Oosten nadert. Waar de Deutsche Bundesbahn (DB) in het westen met hogesnelheidstreinen 250 kilometer per uur rijdt, terwijl de Deutsche Reichsbahn (DR) op bepaalde trajecten nog stoomtreinen exploiteert. Slechts een kwart van het net in de vroegere DDR is geelektrificeerd. Sinds de Wende vervoert de DR een derde minder reizigers en is het goederenvervoer gehalveerd van dertig tot vijftien miljoen ton per jaar. Station Radebeul aan de rand van Dresden weerspiegelt de economische tragiek van oostelijk Duitsland in miniatuur. Een zwarte stoomlocomotief vult de stationskap met rook. Erachter vijf groene wagons met evenveel passagiers. Het is een uur reizen naar Radeburg, het eindpunt slechts zeventien kilometer verderop. “Alles kaputt” verzucht de stoker en staart naar de goed onderhouden locomotief, bouwjaar 1954. “Sinds de monetaire unie vindt men de exploitatie te duur” vervolgt hij en brengt de vinger naar zijn keel: “Van mij mogen ze stoppen. Na 38 jaar komen de kolen me tot hier. Ik ga met pensioen”.

Pag. 16:

Wirtschaftswunder heeft vooral heel veel geld nodig

In het eerste jaar van 'vrije markt' kreeg de industrie de zwaarste klappen. Volgens het Deutsches Institut fur Wirtschaftsforschung (het DIW in Berlijn) is de industriele produktie gekelderd van ruim zestig miljard D-mark in de eerste helft van 1990 naar ruim twintig miljard in dezelfde periode van dit jaar. Zo heeft Trabant in Zwickau de poorten moeten sluiten omdat 'der kleine Stinker' met zijn kunststof-carrosserie niet meer tegen een redelijke prijs te verkopen was. Van de geprivatiseerde staatsondernemingen (een kwart van het totale aantal staatsbedrijven), kwam 95 procent in Duitse handen. Slechts vijf procent ging naar buitenlandse ondernemingen. Investeerders zijn tot nu toe terughoudend; er kleven nog teveel onzekerheden aan de vroegere DDR: oude eigenaren kunnen bij voorbeeld onverwacht grond claimen. Er zijn al meer dan een miljoen claims binnen. In enquetes kondigen Westduitse bedrijven aan dat ze dit jaar ongeveer tien miljard mark aan uitbreidingsinvesteringen in de oostelijke staten zullen doen. Uitbreidingsinvesteringen van buitenlandse firma's zullen dit jaar naar verwachting minder dan een miljard mark bedragen. Die ruim tien miljard mark is veel te weinig: het oostelijk deel van Duitsland heeft jaarlijks naar schatting tachtig miljard mark aan particuliere uitbreidings-investeringen nodig om in tien jaar een Westers welvaartsniveau te bereiken. Westerse ondernemers die wel investeren, moeten vaak flink moderniseren. Een voorbeeld is de elektronica-fabriek in Bautzen - veertig kilometer ten westen van Gorlitz - die eind april door Philips is overgenomen. De komende twee jaar wordt 27 miljoen mark in de fabriek gestoken. Produktieleider Manfred Buttner trof in de zomer van vorig jaar een bedrijf aan waar - door een overschot aan personeel - elke stimulans tot efficiency-verbetering ontbrak. “Materialen die binnenkwamen, werden naar de kelder gesleept om vervolgens door iemand anders weer omhoog gehaald te worden. Als een zending was vertraagd, ging men gerust om elf uur naar huis”. Andere nijpende problemen waren het tekort aan goede materialen en slordig werk. Verbetering van het produktieproces heeft het aantal fouten tot een minimum teruggebracht, maar heeft tegelijk veel arbeidsplaatsen overbodig gemaakt. Van de 950 werknemers verliezen er vijfhonderd hun baan. Binnen drie tot vijf jaar moet de fabriek winstgevend worden. Buttner wijst erop dat zijn fabriek opdrachten verstrekt aan driehonderd toeleveranciers uit de directe omgeving. “Zo gaat het geld weer rollen”. Deze nieuwe werkgelegenheid weegt voorlopig nog niet op tegen de massale ontslagen elders. De Treuhand heeft nog slechts een achtste van de industriele ondernemingen kunnen privatiseren en heeft moeite nieuwe investeerders te vinden. Een ander voorbeeld van drastische aanpassingen is machinefabriek Kosora in Dresden die november vorig jaar is overgenomen door de Nederlandse fabrikant C. Rijkaart. Het produktieproces is naar Westerse inzichten omgevormd. De grondstof staal is vervangen door roestvrij staal en er is een flink aantal nieuwe machines genstalleerd. K. Rudel, die na de overname directeur is gebleven: “We maken nu machines waaraan we een jaar geleden niet hadden durven denken”. Naar verwachting wordt de produktie dit jaar al kostendekkend. Rudel noemt zijn fabriek “een eiland in een wereld van ellende”. Een werknemer vertelt glunderend dat hij in de Nederlandse fabriek lessen heeft gehad en nu binnenkort naar de Verenigde Staten gaat om daar een verkochte machine te installeren, een land dat tot voor kort verboden terrein was. Volgens het ministerie van economische zaken in Bonn zijn de opdrachten voor de industrie in maart ten opzichte van de voorgaande maand voor het eerst gestegen, en wel met 39,5 procent na een daling met 22,2 procent in februari. Maar de stijging is volgens minister Mollemann vooral te danken aan opdrachten uit de Sovjet-Unie - waaronder levering van spoorwegwagons - die met Duitse kredieten worden gefinancierd. In de mijnbouw en grondstoffenindustrie is de produktie de afgelopen twaalf maanden drastisch teruggelopen van ruim zeventig miljard D-mark in de eerste helft van vorig jaar tot dertig miljard in de eerste helft van dit jaar. Een van de stille getuigen is een kilometers groot gat bij Billefeld waar enorme graafmachines stilstaan. “Ze kunnen er beter een recreatiemeer van maken” zegt een inwoner. De vraag naar de gewonnen bruinkool is ten minste met eenderde afgenomen omdat zij als brandstof inefficient is en het milieu zwaar belast. In andere sectoren gaat het minder slecht. De bouw profiteert van de vele herstelwerkzaamheden aan de wegen. Verbetering van de infrastructuur heeft hoge prioriteit gekregen en veroorzaakt op veel plaatsen lange files. “De wegen zijn al een stuk beter dan een jaar geleden” zegt een vrachtwagenchauffeur. Volgens de Duitse vereniging van bouwondernemingen is de bouwproduktie vorige maand in oostelijk Duitsland met vijftig procent gestegen. De Duitse Telekom werkt hard aan het leggen van nieuwe kabels voor een beter telefoonnet en op veel plaatsen staan nieuwe gele telefooncellen. Het netwerk moet in 1997 klaar zijn en vergt een investering van 55 miljard D-mark. Een telefoontje van West-Berlijn naar bij voorbeeld Bautzen is voorlopig nog nauwelijks mogelijk. “Het is soms alsof je in de rimboe zit” zegt een Westduitse ondernemer geergerd. In sommige gebieden biedt een auto-telefoon uitkomst. In een advertentie wordt een andere veelgebruikte oplossing aangeprezen: “Koop een telex die werkt op het onafhankelijke telexnetwerk: de enige betrouwbare verbinding met het buitenland”. De meeste beweging zit in de dienstensector waar al zeventig procent van de ondernemingen is geprivatiseerd en de produktie is gestegen van vijftien miljard D-mark in de eerste helft van 1990 tot twintig miljard in de eerste helft van dit jaar. Dat veelal geringe investeringen nodig zijn, maakt een snelle groei mogelijk. Een auto met een bord 'taxi' en je hebt een taxibedrijf, een caravan langs de snelweg met wat versnaperingen en je hebt een Imbiss. Ook de videotheken schieten als paddestoelen uit de grond. Al 360.000 Oostduitsers hebben zich als kleine zelfstandige aangemeld, waarvan er volgens het DIW ongeveer honderdduizend daadwerkelijk een zaak zijn begonnen. Ook in het bankwezen gaat de ontwikkeling snel. De Deutsche bank en de Dresdner Bank - de grootste particuliere banken in Duitsland - hebben de filialen van de staatsbank onderling verdeeld. De Commerzbank - nummer drie in Duitsland - heeft nieuwe kantoren geopend. Volgens Gisela Hawickhorst (Commerzbank) komt ruim de helft van het personeel uit oostelijk Duitsland. Het personeel krijgt een opleiding in het westen. “Mensen uit het westen zijn zelf niet zo enthousiast in verband met de slechte woonruimte. Veel van onze medewerkers zitten nog steeds in hotels en rijden in het weekeinde terug naar het westen”. De ABN is tot nu toe de enige Nederlandse bank met een operationele bankvestiging in Oost-Berlijn. Dutch-desk-manager H. van der Klaauw begon vorig jaar met een tijdelijke vertegenwoordiging in het Grand Hotel in Oost-Berlijn. De vertegenwoording is in juli vorig jaar omgezet in een bankkantoor. Met veel moeite heeft de ABN een pand gevonden. Van der Klaauw noemt een kantoor in Oost-Berlijn nuttig omdat zo een brug tussen ondernemingen in Nederland en oostelijk Duitsland geslagen kan worden. Bovendien zullen veel ex-DDR burgers niet zo gemakkelijk een kantoor in West-Berlijn binnenstappen. Ze zitten nog met de muur in hun hoofd”. Om de drempel te verlagen zijn vier van de zeven medewerkers Oostduitsers. De eerste Nederlandse klanten van de bank waren vooral exporteurs van bloemen, consumentenprodukten en later ook landbouwmachines. Van der Klaauw: “Begin dit jaar diende zich de eerste stroom Nederlandse investeerders aan. We hebben een aanzienlijk aantal aanvragen voor kredieten liggen”. Dat strookt met het beeld dat de bedrijvigheid in de vroegere DDR met enige vertraging op gang begint te komen. Jochen Schmidt van het Deutsches Institut fur Wirtschaftsforschung (DIW) in West-Berlijn, verwacht dat de economie van oostelijk Duitsland eind dit jaar of begin volgend jaar weer zal groeien. “Maar het herstel zal niet zo snel gaan”. De Oostduitsers zijn niet altijd even enthousiast over investeerders uit westelijk Duitsland. Rudel van Kosora: “Ik heb ons bedrijf schriftelijk aan ongeveer 150 ondernemingen aangeboden, waarvan het merendeel in westelijk Duitsland. Ik heb me geergerd aan de arrogante houding van de Wessies die bij ons kwamen kijken”. De spanning is deels wederzijds: “Vroeger werd ik hier voor kapitalist uitgescholden” klaagt een Westduitse zakenman “en nu ben ik goed genoeg om belastinggeld over te maken”. Rudel van de opgepepte machinefabriek Kosora merkte dat niet alle Oostduitsers begrip hebben voor zijn succes. Hij verruilde zijn Lada voor een BMW maar heeft er “best moeite mee” als hij zijn wagen parkeert tussen de Trabants van zijn buren, waarvan er velen werkloos zijn. De transformatie van de vroegere DDR kost veel tijd. De produktie in veel bedrijven komt met grote vertragingen op gang. Zo bouwt Volkswagen in het plaatsje Mosel bij Zwickau voor ruim vier miljard mark een nieuwe fabriek voor de modellen Golf en Polo. Zware vrachtwagens produceren stofwolken en enorme bouwputten geven aan waar de fabriekshallen komen te staan. Op een trein staan al een paar nieuwe auto's. Deze zijn als vingeroefening geassembleerd uit in het Westen geproduceerde onderdelen. De grootschalige produktie komt pas in 1994 op gang. Het ziet er naar uit dat de werkloosheid onder de ruim zestien miljoen Oostduitsers nog zeker tot in het volgende jaar zal blijven stijgen. De werkloosheid zal snel zichtbaar worden in de officiele statistieken. Komende maandag wordt een half miljoen Kurzarbeiter werkloos omdat voor hen de tijdelijke ontslagbescherming afloopt. In de rest van het jaar verliezen nog eens honderdduizenden hun baan. Inmiddels pendelen 350.000 werknemers naar westelijk Duitsland om daar te werken. Volgens Rudel van machinefabriek Sokora is financiele hulp de enige oplossing en vooral geen schande. Een tweede Wirtschaftswunder komt niet tot stand door een of andere geheimzinnige economische kracht van het Duitse volk. “De Bondsrepubliek heeft zich na de Tweede Wereldoorlog ook alleen maar door de Marshall-hulp zo snel ontwikkeld”.

Volgens berekeningen van het Deutsches Institut fur Wirtschaftsforschung produceerde Oostelijk Duitsland in het eerste jaar van de vrije markteconomie ruim 200 miljard D-mark aan produkten. Om het welvaartsniveau van Westelijk Duitsland te bereiken zou dat moeten verdrievoudigen tot 600 miljard D-mark, een gat van 400 miljard. Volgens een vuistregel is voor elke mark aan produktiestijging 4 mark aan uitbreidingsinvesteringen nodig (gelijk verdeeld over bedrijfsinvesteringen en overheidsinvesteringen). Daarboven komt nog totaal 200 miljard voor de sanering van het milieu. De totale kosten van de wederopbouw vallen zo globaal te schatten op 800 miljard mark aan bedrijfsinvesteringen en 1.000 miljard mark aan overige investeringen, totaal 1.800 miljard mark. Verspreid over tien jaar is dat aan jaarlijkse uitbreidingsinvesteringen 80 miljard voor het bedrijfsleven en 100 miljard voor de overheid. Dat komt naast de altijd noodzakelijke vervangingsinvesteringen. Met verdrievoudiging van de produktie in tien jaar zou de produktiegroei jaarlijks 11,5 procent bedragen. Dat is ongeveer de groei tijdens het Wirtschaftswunder in de jaren vijftig.