Ecstasy; De stadssociologie van een pil

D. Korff, T, Nabben en P. Blanken: Een nieuwe wonderpil, uitgave Jellinek-centrum, 1ste Weteringsplantsoen 8, 1017 SK Amsterdam A. Adelaars: Ecstasy, de opkomst van een bewustzijns veranderend middel, Uitg. In den Knipscheer . In september 1988 werd in Amsterdam de eerste grote house-party gehouden, en inmiddels zijn ze zo populair geworden dat de echte pioniers al nostalgisch terugblikken naar die 'good old days'. Een kale hal in een buitenwijk, een beat van 120 slagen per minuut, bewegen tot het ochtendlicht en daarna misschien een tomeloze depressie. Want de ecstasy-pilletjes die de trance-dans zo prachtig maken, slaan soms een diep gat. Een tocht door het schimmenrijk van lachebekjes en toefjes op de avond.

De nachten zijn kort in juni, en het moet snel gebeuren. Met zijn honderden staan we te dringen voor de deur van een oud kraakcomplex, midden in de keurigste buurt van de hoofdstad. Door een kier naar binnen. Over het donkere binnenterrein, vol met zacht pratende schimmen. En dan de zaal in: ruwe bakstenen muren, stalen balken, brokken beton, modder op de grond, en daartussen die andere wereld, licht, geluid, gezichten, kleren. Langs de wanden vloeien schilderijen van licht, de muziek klinkt als een heistelling waar zo nu en dan een elektronische leeuwerik boven zweeft, ''tjoenk, tjoenk, tjoenk, tjoenk,'' en maar stampen, non-stop, tot je de eerste vogels weer hoort. Tussen de vijftien en vijfentwintig zijn de meesten, maar er zijn er ook van dertien en van veertig. Omgekeerde baseballpetten, gescheurde spijkerbroeken, blote buiken en hoofddoekjes bij de jongens, de meisjes dragen zwarte strakke uitgaansjurken van hun moeder, of ze lopen rond in het mooiste ondergoed, de armen in wit gaas gewikkeld. Sommige hebben fluorescerende make-up op, anderen hebben scheidsrechtersfluitjes om de hals, of ze hebben een zogenaamde 'Brain-machine' op, een apparaat dat via een koptelefoon en een speciale bril een eigen mini-kosmos schept van licht-en geluidseffecten. ''Tjoenk, tjoenk, tjoenk, tjoenk,'' honderdtwintig slagen per minuut, het ritme van het hart, non-stop, de hele nacht door. Niemand staat meer stil. De Leidsepleinjeugd van de jaren negentig, herkenbaar aan het 'matje' in de nek, is overal aanwezig. Het podium staat vol, met vooraan een bolle, blonde jongen met een schuddende blote buik. Een meisje van hooguit zeventien in het mooiste Madonna-ondergoed danst glimlachend op een zwetende student af. De verlegenheid kolkt achter zijn brilleglazen. ''Hoo-hie, hoo-hie, hoo-hie,'' een synthetisch koor, een citroenzuur orgel en massaal gaan de armen omhoog in de richting van de meters hoge, zwarte speakerblokken. Uit de rookwolken komt een zware bodybuilder naar voren, zwetend en stampend op de muziek, het bovenlijf ontbloot. Opeens is de ruimte vol stroboscopisch licht, alles beweegt schokkend, ver weg, als in een oude film, zelfs onze eigen handen. De discjockey is allang geen plaatjesdraaier meer, maar zelf muzikant. Hij remt platen met zijn vingers, wrikt ze ritmisch heen en weer, krast, stampt, duwt de muziek door de speakers. Naast hem, midden in de oorverdovende herrie, staat de mixer. Doodstil luisterend. Brilletje, paarse trui, sigaret aan de onderlip en een mengpaneel als de cockpit van een Boeing 747. Schelle rose en violette lichten. ''Mister president, this is a great day...,'' klinkt de stem van Margaret Thatcher. ''Hoo-hie, hoo-hie.'' Een jongen is nu in de gigantische bas-speaker zelf gaan zitten, zijn hoofd bonkt heen en weer, zijn pupillen zo groot als soepborden. De zaal begint te zweten, overal ruikt het naar Hema-zeep en after-shave. ''Tjoenk, tjoenk, tjoenk,'' dreunen de speakers. ''Ecstasy, ecstasy, ecstasy,'' roept de menigte in koor.

KNUFFELDRUG

Het is juni 1991, iedereen is weer aardig voor elkaar en de drug die het helemaal maakt heet XTC, ofwel Ecstasy, de feestpil en de knuffeldrug van het komende decennium. Er zijn anno 1991 talloze manieren waarop de Amsterdammers de dagen kleuren. Ongeveer 100.000 gebruiken dagelijks alcohol, een kwart miljoen roken dagelijks tabak, 150.000 Amsterdammers hebben wel eens hash of marihuana gerookt en 10.000 doen dat bijna dagelijks, cocane is wel eens door de neus van zo'n 35.000 Amsterdammers gegaan, ongeveer 5000 Amsterdammers zijn - vaak naast andere middelen - verslaafd aan herone en ongeveer 10.000 hebben wel eens ecstasy gebruikt. Volgende week verschijnt een uitgebreid onderzoek van het Jellinek-centrum en de Universiteit van Amsterdam onder 1200 Amsterdamse jongeren. De conclusie: een op de vijftig Amsterdamse middelbare scholieren en een op de vier coffeeshop-bezoekers heeft al kennis gemaakt met ecstasy, de meesten pas sinds kort. Volgens de onderzoekers kan een massale doorbraak van de nieuwe drug niet worden uitgesloten, al verwachten ze dat niet direct. Er is wel wat anders aan de hand. De pil staat voor meer. Het is het symbool van een nieuwe trend, een breuk met de subculturen die de stad in de jaren tachtig domineerden en die dreven op speed en coke. ''We stonden verbaasd hoe snel die drug zich opeens aan het eind van de jaren tachtig onder de trendsetters verspreidde,'' zegt Jaap Jamin, een van de medewerkers aan het Jellinek-rapport. Ik las laatst over een cocane-handelaar die in 1985 duizend doses Amerikaanse Ecstasy importeerde. Hij kon ze hier toen aan de straatstenen niet kwijt. Plotseling was dat omgeslagen. Het heeft iets met de tijdgeest te maken.'' Ecstasy is, althans in zijn pure vorm, een vriendelijk-makende drug. De pil heeft een stimulerende werking, maar geeft ook een euforisch gevoel, en een grote mate van openheid naar anderen. Een gevoel als 'een kindje', zoals een 23-jarige gebruikster het in het onderzoek van het Jellinek-centrum omschrijft. Via de Bhagwanbeweging kwam in het midden van de jaren tachtig de eerste ecstasy op wat grotere schaal naar Nederland. Een van die eerste ecstasy-gebruikers zou later tegenover een andere onderzoeker, Arno Adelaars, zijn eerste ervaring in juli 1987 als een 'overweldigend gevoel' van vrijheid beschrijven: ''Alle barrieres verdwenen. We zaten met z'n twaalven op een terrasje in Amsterdam, en maar Zijn.'' Een 'partydrug' was het in die jaren nog allerminst. Men gebruikte het, net als LSD in de jaren zestig, thuis of in een rustige omgeving, om zichzelf en 'de ander' eerlijker en opener tegemoet te kunnen treden. ''Voor buitenstaanders is dit soms een verbijsterende ervaring,'' schrijft Arno Adelaars in zijn recent verschenen boek over ecstasy. ''De neiging om voortdurend aan elkaar te zitten, om elkaar met intieme woordjes te benoemen, roept associaties op met jonggehuwden. Alleen zijn dit geen minnaars, maar vrienden, kennissen of onbekenden.'' Grote opgang maakte het middel echter pas na 1988, als de stille stimulator achter de house-party's, de massale feesten op bizarre lokaties die de laatste tijd de toon zetten in de stad. Jaap Jamin verwacht dat deze trend zich zal doorzetten in de richting van nog andere 'smart drugs'. ''Cocane had altijd nog het image van een 'natuurlijk' middel, LSD en ecstasy werden als puur chemisch gezien - hoewel het half-organisch is. Via ecstasy lijkt bij veel gebruikers voor het eerst de drempel naar een puur chemisch pilletje overwonnen.'' Paradiso ''Ze staan in een kluit op de hoek. Ze praten, ze roepen, ze zingen. Ze schreeuwen elkaar in korte zinnen de gebeurtenissen toe die ze de afgelopen dag hebben meegemaakt. Ze nemen elkaar in de maling. Ze spelen voor komiek, ze doen schijngevechten. Ze schreeuwen naar voorbijgangers, ze leveren commentaar op alles wat ze zien. De keurige bebop-jongens met korte haren en smalle broekspijpen. ''He swingnozems, hoog water!'' Ze schouwen de meisjes die gekunsteld voorbijdribbelen, ze roepen ze aan, ze houden ze op, ze treiteren goedaardig.'' De geschiedenis verloopt in cirkelgangen. Zoals Jan Vrijman in 1955 de eerste nozems tekende, zo kan moeiteloos de Leidsepleinjeugd van 1991 opnieuw beschreven worden. Alleen heten ze tegenwoordig geen nozems meer maar gabbers, ze patsen niet meer met motorfietsen maar rijden in auto's rond met complete geluidsinstallaties en ze roken geen 'Miss Blanche' maar voeren hun roes op met ecstasy en al het andere dat God verboden heeft. ''Hash, coke en pillen, dat is wat we willen!'', scandeerden ze met honderden andere voetbalfans, toen kampioen Ajax vorig jaar traditiegetrouw op het Leidseplein werd toegejuicht. Een paar weken geleden stonden ze opeens allemaal voor Paradiso, om vijf uur 's nachts. De house-party daar was afgelopen omdat de zaak dicht moest, maar buiten waren ze gewoon doorgegaan, met enorme boxen die ze op de stereoinstallatie van een auto hadden aangesloten. Tweehonderd jongens en meisjes op de stoep onder de bomen in de juninacht: ''Hie-hoo, hie-hoo, wieeet!'' Minstens zes politiepatrouilles stonden er met verbijstering naar te kijken. ''Ik ging altijd naar Ajax,'' zegt Stephan. Stephan houdt van aktie. ''Ajax tegen FC Den Haag, na de wedstrijd even wat spanning opbouwen, even slopen, wat vechten. Maar tegenwoordig gebeurt er niets meer, en dan denk je: ik kan mijn zondagen beter besteden.'' Stephan is negentien, hij heeft wit, stijl haar, de uitvinding van zijn leven is de 'baco'- de bacardi-cola. Door de week werkt hij bij zijn vader in de zaak en in de weekenden leeft hij zijn tweede leven: eerst een paar uur opladen bij een vriend in de Bijlmer met baco's en dan de stad in, even naar het Leidseplein, naar een housefeest, dan nog naar RoXY. Met z'n tienen zijn ze, soms met z'n twintigen: een paar jongens uit de Jordaan en de Bijlmer, een clubje van vijf zwarte jongens en een chinees die ze altijd 'jappie' noemen. ''Er wordt altijd wel gezorgd dat er geld is.'' Ze lopen wat, even dansen, ze praten over ''wat er in de stad gebeurd is'': een vechtpartij, een inbraak. ''Laatst hadden twee gasten in onze omgeving een bank beroofd. Dan is de hele groep in een hoera-stemming. Iedereen wil dan ook.'' Zelf ziet hij er niet zoveel in: ''Ik neem toch de zaak van m'n vader over.'' Maar Patrick kan heel goed auto's jatten, en dat is toch altijd wel makkelijk, zo'n auto. Een gevecht is er ieder weekend wel. ''Zegt zo'n bijgochem tegen mijn vriend, die wat puistjes heeft: Hee, lelijkerd. Even de groep bij elkaar, en dan is het aan de gang. Het zijn toch je gabbers, die moet je helpen.'' Meestal blijft het bij een paar klappen, en eindigt het ermee dat ze over en weer wat staan te schreeuwen, zo splitst de kluwen zich weer op. Stephan en zijn vrienden gingen de eerste twee jaar alleen maar dronken naar huis. Vieux was het toen. Nu experimenteren ze met van alles: hash, coke, speed, ecstasy. ''Met oudjaar liep ik op een eccie. Toen waren we wel met z'n dertigen. Dan loop je heel trots door de Leidsestraat, reken maar!''

BHAGWANEZEN

Ecstasy is een ongrijpbare drug. Niet alleen omdat het middel verstopt zit in pillen en poeders in alle soorten en maten, vermengd met van alles en nog wat, maar ook omdat de pil in talloze, kleine, min of meer gesloten wereldjes een heel eigen rol speelt. De eerste gebruikers in Nederland waren bijvoorbeeld, afgezien van een groep vroege globetrotters, de Bhagwanezen, de mensen uit de gay-scene en de jongens van Ajax F-side, zonder dat ze dat van elkaar wisten. Terwijl de eersten op de pil zaten te Zijn gebruikten de laatsten het middel - waar vermoedelijk vrij veel speed in zat - om bij voetbalwedstrijden helemaal uit hun dak te gaan en genoeg energie te hebben om desnoods doelpalen uit de grond te rukken. Het circuit rond een bepaalde dealer bepaalt het beeld van de pil. Wie in Amsterdam-Noord om een 'stanley' vraagt krijgt een pil met heel andere uitwerking dan de 'stanley' die in de Bijlmer wordt verkocht. Ecstasy ligt verbrokkeld, geatomiseerd over de stad, en ook dat is een kenmerk van moderne feest-pillen en hun netwerken van gebruikers. De Jellinek-onderzoekers maken daarbij onderscheid tussen de trendy's - kieskeurig - de partygangers - gaan graag naar discotheken en feesten, meestal met vrienden, en zakken lang door - de gelegenheidsstappers - komen overal - en de rondhangers: jongens en meisjes met vaak een laag opleidingsniveau die bij gebrek aan goede huisvesting een groot deel van de dag in cafe's doorbrengen en veel met drugs experimenteren. Sommigen zijn ook nergens onder te vangen. ''Het ligt eraan hoe ik me instel,'' zegt Stephan bijvoorbeeld. ''Als ik denk, lekker dansen vanavond, dan neem ik een pil en dan is het swingen en verder niks. Maar soms is het je dag niet, dan voel je je gestresst, je drinkt, en ja, dan vallen er klappen. Afin, je leeft toch maar een keer, nietwaar.''

THE WAREHOUSE

Een fenomeen in het hedendaagse Amsterdamse ondergrondse uitgaansleven wordt echter altijd geassocieerd met ecstasy: de houseparty's, de gigantische feesten in afgelegen kraakpanden of in oude loodsen in het havengebied. De house-stijl, in 1982 ontwikkeld in de dansclub The Warehouse in Chicago, kwam via Ibiza en Londen in het najaar van 1987 voor het eerst ook in Amsterdam. Allesoverheersend bij de house is de beat van 120 tot 126 slagen per minuut, die, zonder een moment pauze, de dansers opzweept en in een trance brengt - zoals dat overgens al eeuwen in Afrika en elders gebeurt. Ecstasy bleek al snel een perfect middel te zijn voor deze dansmarathons. In september 1988 werd in Amsterdam de eerste grote house-party gehouden, en al snel verbreidde het fenomeen zich als een olievlek. Het bleef ondergronds: de organisatoren werkten met uitnodigingen, 'flyers' die van hand tot hand gingen en binnen allerlei netwerken werden verspreid. Na ruim een jaar kregen, door een paar incidenten, de house-party's een slechte naam: in Utrecht raakte een jongen zwaar gewond en in Amsterdam liep een feest volledig uit de hand, waarbij een moskee werd ontheiligd. Rond de jaarwisseling van 1989-1990 werden een aantal feesten verboden, maar sinds het afgelopen najaar is het circus weer in volle gang. De flyers van vorige week zaterdag: SEXY SEXY 2 in Amsterdam biedt 'DE NACHT VAN DE VERBODEN VRUCHT', in Haarlem kunnen we naar MAD DOC 20-20 WITH GUITAR PLANET P & ON THE DECK THE PROPHET, in Koog aan de Zaan zetten de SPACE CADETS, CRAZY SHAUN & MASSIVE ERIK de boel op zijn kop onder het motto: het heelal is overal. Voor een aantal feestgangers is een house-party zonder ecstasy ondenkbaar, hoewel voor de meesten de 'trance-dans' verreweg het belangrijkste is. Maar ook zonder dat is de stemming onder deze nieuwe, jonge trendvolgers compleet anders dan een paar jaar geleden. Geweld en excessen komen nog altijd voor, al was het alleen al omdat veel van de pillen die tijdens dit soort feestjes als ecstasy verkocht worden het veel goedkopere amfetamine (speed) bevatten. Maar wie de totaal in zichzelf gekeerde disco-dansers gewend is of de no-future-feesten van een jaar of vier, vijf geleden, waarbij de gevechten als windvlagen door het zwart-leren publiek heenjoegen, die kijkt nu de ogen uit. Stage-diving, het gewelddadig van het toneel op de massa springen, komt niet meer voor. Als iemand met een paar glazen pils voorbij loopt wordt ruimte gemaakt. Men kijkt elkaar weer aan tijdens het dansen, er wordt veel gelachen, en, voorzover mogelijk, gepraat. ''Iedere drug hoort, net als muziek, bij een bepaald tijdperk,'' zegt Jaap Jamin. ''Herone en speed hoorden bij het eind van de jaren zeventig, bij het no-future tijdperk, bij de punk, bij de kater van de economische crisis. Cocane stimuleerde, gaf een bruisend gevoel en tegelijk een soort ongevoeligheid, typisch een drug van de jaren tachtig: no nonsense, de yup, hard aan het werk voor de eigen carriere. Nu zie je een soort combinatie van de jaren tachtig en de jaren zestig ontstaan. Werken en carriere maken is niet vies meer, maar het sociale en gezellige van de hippie-tijd zie je ook weer terugkomen. En ook wil men zo nu en dan wel weer eens een grens verleggen, een beetje provoceren, een keer compleet uit je dak gaan. Het conformisme van de jaren tachtig is voorbij. Ik zie op dit soort feesten en bij die jongeren een nieuw soort non-conformisme opkomen: niet meer anti-establishment, maar wel de drang om eruit te springen.'' Ecstasy is een drug die precies bij die behoeften past: de pil geeft een euforisch gevoel, maakt mensen socialer, er zit genoeg pep in om een hele nacht te kunnen dansen, maar verslavend is het niet en op maandag kan iedereen weer rustig aan het werk. En de nadelen? ''Ach,'' zegt Jan, die al drie jaar regelmatig ecstasy gebruikt - zoals bijna iedereen eerst steeds meer om het effect te houden, daarna minder wegens de schijnwereld die het oproept - ''je moet er niet teveel van nemen, maar dat geldt voor alles. En soms, ja, als je alleen thuiskomt, na zo'n nacht vol warmte en vriendschap en mensen, en je kruipt alleen in je bed, dan kunnen de depressies toeslaan. Lang, en hevig, ja.'' Ghettoblaster op schoot Het is 21 juni, de kortste nacht. Met een vriendenclubje rijden we, opgepropt in twee oude, sputterende auto's, naar een optreden van Quazar, even buiten de stad. Aanvangstijd drie uur 's nachts. Het hoost van de regen. Moeizaam zoeken we ons een weg tussen de zwarte huizenblokken, ergens in een buitenwijk. Anita heeft een stampende ghettoblaster op schoot. Ellen, in een prachtige, zwarte can-can outfit, is op ecstasy, ''het toefje op de avond,'' zoals ze het noemt. Arend prefereert tegenwoordig paddestoelen, in de wandeling 'lachebekjes' geheten. Hij vindt het natuurlijker ''en bovendien is de afkick prettiger''. Het gesprek gaat over de house-party's van tegenwoordig - ''Slecht georganiseerd, slecht publiek, duur, alleen maar geldmakerij'' - over de slechte kwaliteit van sommige pillen - ''Als er teveel speed in zit kun je twee dagen lopen stuiteren'' - en over de feesten in 'the good old days' van de eerste pillen. Arend vertelt hoe hij een keer roezig terugreed uit Rotterdam, na een dansmarathon van twaalf uur 's nachts tot negen uur de volgende ochtend: ''Ik keek op, de velden waren wit bevroren en aan de rechterkant kwam opeens zo'n oranje vuurbal van een zon op. Paaaam!'' De ghettoblaster dreunt. Op een verlaten industrieterrein wachten we voor een veerpont. Straks zal Quazar optreden, twee meisjes die stampen als tijgers en twee jongens, die, half liggend, hun harten uit een synthesizer en een elektronische drumstel laten dreunen. Daarna gaan we misschien nog naar RoXY, of naar Massive Erik of The Prophet. Maar nu wachten we voor de pont in de stortregen. Achter ons tekent een chemische industrie de lucht oranje. ''Bhratt,''klinkt het zo nu en dan uit de verte. De ghettoblaster stampt. De regen ratelt in de midzomernacht. Het water trekt kleurige strepen langs de ruiten. De fabriek dondert en flitst. En in het oosten zijn er alweer de eerste vegen licht.