De zorgen van een aanstichter van vrijheid; Solidariteit is niet zo koppig als de geit waarvoor anderen ons houden

GDANSK, 29 JUNI. “De mensen denken nog vaak in simpele termen, in oude structuren”, zegt Marian Krzaklewski. “Ze denken: Solidariteit is de nieuwe Partij. En Solidariteit is dus verantwoordelijk voor de misere die door de economische hervormingen in Polen wordt veroorzaakt.”

Krzaklewski is voorzitter van bond, de derde na de grillige Lech Walesa en de machiavellist Lech Kaczynski. De werkelijkheid, zegt Krzaklewski, is anders: “Pratend met de regering stuiten we vaak op een IJzeren Gordijn.” Hij kan er om lachen, in zijn kantoor op twee hoog in het oude, vierkante, grauwe hoofdkwartier in Gdansk. De nieuwe voorzitter is 42, dynamisch, een warme man, een realist naar men zegt. Een ingenieur, computerspecialist uit Silezie. Hij oogt niet als zijn voorgangers, een grote jongen met wilde krullen, spijkerbroek, een aftands hemd. Een harde, allesdoordringende stem die drie bureaus verder nog te horen is. Solidariteit staat voor een paar pijnlijke dilemma's. Ze is nog altijd, anders dan een normale vakbond, verantwoordelijk voor het lot van de natie. Ze wil graag van die rol af, ze wil liever een gewone vakbond zijn. Dat denkbeeld wordt inmiddels bij de leden in brede kring onderschreven. Maar zo makkelijk verloopt die aftocht niet, zegt Krzaklewski. Dat leidt tot het tweede grote dilemma, dat zo mogelijk nog meer knelt dan het eerste: Solidariteit verdedigt enerzijds de belangen van haar 2,7 miljoen leden, maar steunt anderzijds de hervormingen, de overgang naar de vrije markt. En die twee taken botsen. De hervormingen hebben de levensstandaard in een vrije val gebracht, een leger van anderhalf miljoen werklozen geschapen. Miljoenen Polen kunnen niet meer rondkomen: het gemiddelde inkomen bedraagt 300 gulden per maand. Het is een helse taak, wil Krzaklewski wel toegeven, en even lacht hij niet. “Het is onmogelijk. We verdedigen hervormingen en we verdedigen onze leden.” Het is moeilijk naar beide kanten. De regering, zegt de voorzitter van Solidariteit, heeft maandenlang de deur naar gewenste informatie dicht gehouden. Tussen februari en mei liep overleg steeds weer stuk, vooral ten aanzien van het sociale vangnet en de uitermate impopulaire popiwek - de belasting waarmee extra loonstijgingen worden bestraft, het belangrijkste wapen van de regering in de bestrijding van de inflatie. In mei pikte Solidariteit het niet langer, en op 22 mei kwam het tot een nationale protestdag vol stakingen en marsen: Solidariteit sloot de paraplu die ze tot dan toe boven de regering had gehouden. Krzaklewski geeft hoog op van de massale opkomst, maar in werkelijkheid viel die nogal tegen. In Warschau kwamen maar tweeduizend mensen opdagen, in de oude Hochburg van Solidariteit, Wroclaw, mislukte de actie en alleen in Lod z, de 'hoofdstad' van de Poolse werkloosheid, was sprake van succes. Krzaklewski: “De protestdag heeft geholpen. De regering is veel opener. Het IJzeren Gordijn is verdwenen. Er zijn maatregelen gekomen die zonder dat protest zouden zijn uitgebleven, er wordt weer gepraat over fouten.” Bovendien wordt met de regering nu gepraat, over het industriele beleid, de privatisering, het respect voor de wet en het sociale beleid. “Het resultaat moet een sociaal contract worden waarin beide partijen zich extreme zelfbeperkingen opleggen,” zegt Krzaklewski. “Komt dat contract er niet, dan loopt het alsnog mis.” Na de protestdag van 22 mei is Solidariteit dor de invloedrijke journalist Jozef Ku smierek van het blad Gazeta Wyborcza uitermate fel aangevallen. Bij haar verdediging van de werkgelegenheid, aldus Kusmierek, verdedigt de bond het verkeerde soort werkgelegenheid, die van de communistische industrie, de “waardeloze werkgelegenheid”. Verder pleit Solidariteit tegen de “uitverkoop” van Polen aan het buitenland - alsof de Polen zichzelf aan hun haren uit het moeras kunnen trekken - en verwijt de bond de regering geen economisch programma te hebben, terwijl ze zelf de moed niet kan opbrengen haar leden de waarheid te vertellen: Polen is bankroet. Krzaklewski krijgt pijn in zijn ogen als de naam Kusmierek valt. Nee, zegt hij, hij is het er niet mee eens, al begrijpt hij de kritiek wel. “Maar wat kunnen we anders doen? De verkeerde werkgelegenheid? Maar als bond hebben we de taak op te komen voor de belangen van al onze leden, we beschermen hun rechten, en we zijn echt niet zo koppig als de geit waarvoor Kusmierek ons houdt. Wat wil hij? Dat we alle staatsbedrijven sluiten? Maar staatsbedrijven zijn de kurk waarop dit land drijft.” Het wordt, zegt Krzaklewski, ook steeds moeilijker de arbeiders uit te leggen wat er gebeurt. “De mensen zien elke dag andere feiten op zich afkomen, scenario's die wet worden. Ze zijn niet blind, ze zien de mazen waar anderen van gebruik maken om snel rijk te worden.” Dan heeft de OPZZ, de onder de communisten gestichte vakbond, het makkelijker: zij laat zich niets gelegen liggen aan het lot van de natie of het succes van de hervormingen. Krzaklewski sluit samenwerking met OPZZ uit. Negentig procent van de leden is lid geworden tijdens de staat van beleg, zegt hij, alle leiders zijn afkomstig uit de communistische partij, met de OPZZ wil Solidariteit pas praten als ze zich eerst grondig zuivert. “De OPZZ steunt de hervormingen niet, maar profiteert wel van de democratische mogelijkheden die nu worden geboden. Het ergst zijn de kleine bonden die lid zijn van de OPZZ en die in de jaren tachtig in cruciale sectoren als transport, communicatie en energie zijn gevormd. Wat die bonden doen is destructie, is sabotage. De leider van de kleine bond van machinisten is een vroegere chef van de communistische jeugdbeweging, die man kan met gigantische looneisen komen en elke dag het hele transport in dit land lamleggen.” De OPZZ zegt zes miljoen leden te hebben, Solidariteit heeft er 2,7 miljoen. Een ander teken van desillusie? Nee, zegt Krzaklewski, en even lijkt het alsof hij kijkt naar de foto aan de muur tegenover hem, waarop hij samen met de paus staat. “De OPZZ heeft geen zes miljoen leden. In de jaren tachtig bestond dertig tot veertig procent van de leden uit bejaarden die dachten hun pensioen te kunnen redden. Als ze echt zoveel leden hadden, zouden ze wel verkiezingen houden, dat hebben ze al zes jaar niet gedaan. Ik denk dat Solidariteit meer leden heeft dan de OPZZ. Alleen: hun apparaat is goed georganiseerd en erg actief. Op die manier lijkt het meer dan het is.” Dat kan van Solidariteit, dat met haar dubbele dilemma vastzit tussen a rock and a hard place niet worden gezegd: Solidariteit loopt op eieren. En alle oude leiders zijn verdwenen, zijn president geworden, minister, parlementarier, partijchef, hoofdredacteur. Krzaklewski: “Ach, misschien zijn leiders met grote namen in de huidige situatie wel minder effectief dan de harde werkers zonder grote namen. Het is als in het voetbal: een team van elf klassespelers is nog geen goed elftal. Grote leiders doen niet graag vuil werk. En wat we doen is vuil werk. In de jaren tachtig heeft Solidariteit Polen zijn soevereiniteit teruggegeven. Solidariteit heeft politieke successen behaald. Nu is de tijd gekomen om vakbondssuccessen te behalen. En dat is ploegen. Dat is hard werken.” Dit is het laatste deel van een korte serie over de vakbonden in Polen. Gisteren verscheen het eerste deel.