De Europese Politieke Unie

Het streven naar een Europese Politieke Unie is zo oud als de EG zelf, maar het is er nog steeds niet van gekomen. Het gaat blijkbaar om een weerbarstige materie. Maar als het meezit, weet het Nederlandse voorzitterschap voor het eind van dit jaar een acceptabel ontwerp-verdrag te destilleren uit de ingewikkelde discussie over 'pijler'- en 'eenheids-'structuren die experts op dit moment voeren. Over wat een politieke unie is verschillen de meningen, maar de uitbreiding van de bestaande economische integratie met de integratie van de buitenlandse politiek hoort er in elk geval bij. En geen land geeft zomaar zijn eigen buitenlands beleid op. In 1954 sneuvelde het verdrag voor een Europese Defensie Gemeenschap in een intern verdeeld Frans parlement. Acht jaar later liep het plan van De Gaulles gezant Christian Fouchet voor een Europese Politieke Unie stuk op verzet van Luns en op de eigenzinnigheid van De Gaulle zelf.

In 1969 dook het streven tijdens een Europese topconferentie in Den Haag weer op, en nu met meer succes. Een jaar later konden de ministers van buitenlandse zaken beginnen met wat bescheiden Europese Politieke Samenwerking (EPS) werd genoemd. Ze spraken af elkaar te informeren, te raadplegen en waar mogelijk samen standpunten in te nemen. Met de Europese Akte van 1986 zijn de EPS-afspraken vastgelegd in een formele tekst en bij de EG-verdragen gevoegd. Twee jaar geleden veranderde Europa door de revoluties in de landen van het Warschaupact en de EG moet meeveranderen, zo onderkenden onder anderen Commissievoorzitter Delors, bondskanselier Kohl en president Mitterrand. De bestaande politieke samenwerking was niet genoeg. Wat dan wel? Het kwam goed uit dat de EG-verdragen toch al moest worden gewijzigd. Onder leiding van Delors was namelijk het denken begonnen over de implicaties van de interne markt die de EG-landen in 1992 willen vormen, met als conclusie: een markt vereist een munt. Besloten werd analoog aan de totstandkoming van de EG-verdragen zelf 'intergouvernementele conferenties' op te zetten om de verdragen aan te passen - en niet een maar twee. Behalve die over een Economische en Monetaire Unie (EMU) een tweede over een Europese Politieke Unie (EPU). Afgelopen december is in Rome de lange reeks vergaderingen van diplomaten en ministers begonnen. Zes maanden later, halverwege het jaar dat zij zichzelf hebben gegeven, is nu de fase aangebroken waarin de Twaalf zich buigen over concrete verdragsteksten. En dus de fase van openlijke schermutselingen, zoals die over dat netelige woord federaal. Op de volgende twee hoofdvragen geven de verschillende landen verschillende antwoorden. Moeten de rollen van het Europese parlement en de Europese Commissie worden versterkt? En hoort een Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid thuis binnen of buiten de bestaande EG-procedures? Met andere woorden, het gaat weer om die ene prangende vraag: integratie of samenwerking. Op tafel kwam twee maanden geleden een ontwerp van het Luxemburgse voorzitterschap voor een Europese Unie, waarin aan de bestaande Gemeenschappen twee nieuwe werden toegevoegd. Voor economische en monetaire eenwording werdt de communautaire structuur gehandhaafd, waarin de Commissie voorstellen doet die de Raad van ministers (bij meerderheid) kan aannemen na (al dan niet bindend) advies van het Europese Parlement. Maar voor buitenlands beleid en voor politie- en justitiezaken werden vormen van samenwerking voorgesteld waar voor Commissie en Parlement maar een beperkte rol is weggelegd. De drie organisaties vormden de 'pijlers' van een 'tempel' met als dak de Europese Raad van regeringsleiders. Tegenstanders van dit model, waaronder Nederland, waarschuwden voor Europese desintegratie als de juridische en procedurele waarborgen die de bestaande communautaire structuur biedt, worden losgelaten. Intergouvernementele samenwerking, die eerder tot lange discussies leidt dan tot effectieve beluiten, binnen de Gemeenschap is volgens hen een stap terug. Zij hielden een pleidooi voor een communautaire EG, een 'boom', die dan wel verschillende takken mag hebben voor beleidsterrreinen waar de Twaalf nog aan elkaar moeten wennen. Onder die tegenstanders bevond zich de invloedrijke Commissievoorzitter Delors, met als tot gevolg dat Luxemburg zijn ontwerp zo heeft gewijzigd dat voor- en tegenstanders ineens van kamp moeten wisselen. Een inleidende tekst bindt de drie pijlers nu samen en verwijst naar “een proces dat geleidelijk leidt naar een unie met een federaal doel”. De unie heeft in de toekomst een Europese munt en op langere termijn ook een veiligheidsbeleid. Bovendien kent de unie slechts een institutioneel raamwerk, waarin de Commissie en het Europese parlement hun rol dus kunnen blijven spelen. In de meeste hoofdsteden is dit gematigd positief ontvangen maar Londen sloeg op tilt. De Britten denken bij federalisme direkt aan centralisme, met als centrum Brussel waar niet-gekozen en vreemde talen sprekende bureaucraten in schemerige achterkamertjes de smaak van het Engels bier bepalen. De deelname van mevrouw Thatcher en de naderende verkiezingen hebben het Britse debat er niet eenvoudiger opgemaakt. President Mitterrand en bondskanselier Kohl hebben hun Britse collega Major en zichzelf nu extra tijd gegeven om uit te vinden wat federalisme is. Of om dat gewoon in het midden te laten, zoals zij bij voorgaande plechtige verklaringen over Europese Unie hebben gedaan. Het antwoord horen we over zes maanden op de Europese Raad in Maastricht.