De Energiegemeenschap

Een groepje Haagse ambtenaren heeft de afgelopen maanden heel wat uren gestoken in de voorbereiding van een van de grootste conferenties ooit in Den Haag gehouden. In december moet de residentie het toneel vormen voor de plechtige ondertekening van het Handvest voor een Energiegemeenschap tussen Oost en West: het 'plan-Lubbers'.

Lubbers presenteerde zijn plan voor het eerst in een memorandum op de Europese top in Dublin, een jaar geleden. Het is vooral bedoeld als 'politieke paraplu' om de noodzakelijke juridische en bestuurlijke voorzieningen en de bescherming van Westerse investeringen in de Sovjet-Unie te regelen. Daarnaast beoogt het plan ook verbetering van de energievoorziening en van het milieu in de Midden- en Oosteuropese landen. Uitgangspunt van het plan-Lubbers is dat Westerse ondernemingen de Sovjet-Unie gaan helpen bij het moderniseren en uitbreiden van de olie- en gaswinning. Energie is verreweg het belangrijkste artikel dat de Sovjet-Unie kan verkopen, maar de technische installaties in dat land zijn in deplorabele staat. Met de inzet van moderne Westerse apparatuur en deskundigheid van Westerse oliemaatschappijen zou de Russische export weer worden opgevoerd. Daarmee kunnen deviezen worden verdiend die nodig zijn voor de economische hervormingen en modernisering van de industrie. Als het allemaal lukt zou de EG voor het eerst na de Verdragen van Rome van 1957 initiatiefnemer zijn voor een nieuwe gemeenschap, die ook Centraal- en Oost-Europa en een groot aantal derde landen omvat. Deze nieuwe gemeenschap, die de rijke energiebronnen van de Sovjet-Unie toegankelijk kan maken voor het Westen, moet het komende halfjaar een van Nederlands wapenfeiten worden. Krijgt Lubbers dat met steun van 'Brussel' voor elkaar, dan is zijn naam voorgoed gevestigd en legt hij wellicht de basis voor een nieuwe, internationale carriere. Maar de Nederlandse premier en zijn ambtenaren kampen de laatste tijd met tegenslagen. De Franse president, Mitterrand, ligt dwars bij het verschaffen van een brede internationale basis aan Lubbers' energiegemeenschap. Mitterrand wil de Amerikanen liever niet als pottekijkers. Dat heeft het overleg vertraagd, maar Frankrijk zou nu bereid zijn tot een compromis waarbij de zogenoemde G-24-landen (alle Westerse landen inclusief de VS, Canada en Japan) tot de energiegemeenschap toetreden. Een groter probleem doemt intussen op nu de Sovjet-Unie lid wil worden van de Organisatie van olie exporterende landen (OPEC). Ook Boris Jeltsin, de nieuwe president van de Russische republiek die verreweg de grootste energievoorraden van de Sovjet-Unie heeft, meldde enige maanden geleden al belangstelling aan voor een lidmaatschap van de OPEC. Als tegenprestatie voor de Westerse activiteiten in de Sovjet-Unie verlangt het plan-Lubbers namelijk langdurige contracten voor de levering van energie en een vrije export van produkten en kapitaal, geheel passend in de vrije-markteconomie die Moskou zegt na te streven. Zou de Sovjet-Unie zich nu inlaten met de markt regulerende politiek van een organisatie als de OPEC die door het Westen nog altijd als een ongewenst kartel wordt beschouwd, dan worden de bedoelingen van het nieuwe energiehandvest ondermijnd. Misschien zullen de tientallen Amerikaanse en Westeuropese oliemaatschappijen die nu via joint ventures samenwerking met de Sovjet-Unie zoeken dat voor lief nemen als ze voor hun contracten een uitzonderingspositie kunnen krijgen. Behalve olie kunnen ze grote belangen verwerven in de aardgas- en kolenwinning. Westerse concerns kunnen ook belangrijke opdrachten krijgen voor de modernisering van de Russische kerncentrales, evenals in de milieu- en energiebesparingstechniek.