De Economische en Monetaire Unie

Terugkeer is niet meer mogelijk. Maar het is allesbehalve zeker of tijdens het Nederlandse voorzitterschap het einddoel van de onderhandelingen over een Economische en Monetaire Unie (EMU) - het streven naar een gemeenschappelijke Europese munt en een Europese Centrale Bank - kan worden bereikt.

Luxemburg, voorzitter tot 1 juli, is niet verder gekomen dan tot een samenvatting van de discussie. Alle politiek gevoelige onderwerpen in de onderhandelingen liggen nog open. Deze hebben betrekking op de inhoud van de Monetaire Unie en op de snelheid waarmee deze zal worden bereikt. De volgende punten zullen voor het einde van het jaar moeten worden opgelost: - 1. Er is overeenstemming over het principe dat de landen die deelnemen aan EMU 'excessieve begrotingstekorten' moeten voorkomen, maar niet over de vraag wat een 'excessief tekort' is en welke sancties worden toegepast tegen een land dat weigert zijn tekort te verminderen. De vermoedelijke uitkomst is dat drie voorwaarden zullen worden opgenomen in het EMU-verdrag: - Overheden mogen slechts geld lenen voor investeringsuitgaven. - De schuldquote (overheidsschuld als percentage van het bruto nationale produkt) mag niet hoger zijn dan 60 procent van het Bruto nationaal produkt BNP). - Het feitelijke tekort mag niet hoger zijn dan 3 procent van het BNP. - 2. Alle landen zeggen voorstander te zijn van een politiek onafhankelijke Europese Centrale Bank, maar vooral Frankrijk probeert via achterdeuren zoveel mogelijk af te dingen op deze onafhankelijkheid. - 3. Het wisselkoersbeleid zal het zwaartepunt worden van het gevecht over de onafhankelijkheid van de centrale bank. Het gaat om de vraag wie het wisselkoersbeleid van de toekomstige Europese munt ten opzichte van de dollar en de yen zal bepalen. Duitsland eist volledig de vrije hand voor de bank en vindt dat deze altijd prioriteit moet geven aan interne prijsstabiliteit. Frankrijk wil onderschikking aan politieke beslissingen, waarbij de prioriteit ligt bij wisselkoersstabiliteit. Nederland zoekt een compromis. - 4. Wat wordt de zetel van de Europese Centrale Bank? Amsterdam, Frankfurt en Luxemburg zijn kandidaten. - 5. Duitsland wil criteria in het verdrag voor inflatie- en rentepercentages, terwijl andere landen, waaronder Nederland, er de voorkeur aan geven dergelijke criteria niet in het EMU-verdrag vast te leggen, maar in afzonderlijke wetgeving. - 6. Het verdrag moet de mogelijkheid openlaten voor een 'kopgroep' van landen (de Benelux, Duitsland, Frankrijk) om met de monetaire unie te beginnen, waarbij een restgroep zich kan aansluiten als ze aan alle criteria voldoen of als ze politiek bereid zijn deze stap te nemen. - 7. Formeel zal de tweede fase van EMU ingaan op 1 januari 1994, maar het is nog niet duidelijk wat deze overgangsfase zal inhouden. De meningsverschillen concentreren zich rondom de Europese Centrale Bank: moet deze aan het begin van de tweede fase worden opgericht, zonder inhoudelijke taken, of moet de oprichting worden uitgesteld. Naar verwachting zal aan het begin van de tweede fase het bestaande Comite des Gouverneurs van de twaalf EG-centrale banken worden versterkt en zullen de centrale banken die nu nog verlengstukken van de ministeries van financien zijn (zoals de Bank of England en de Banque de France) zich eerst moeten losmaken van hun politieke bevoogding. Pas aan het einde van fase twee, als duidelijk is wanneer een munt zal worden ingevoerd en welke landen hieraan zullen meedoen, zal dan de Europese Centrale Bank worden opgericht.